sssfi§S£SS§g§S3
M
m
M
I
FRUCTOLOGIA»
B ES CHR Y VING
DER
VRUGTBOMEN
I
I
ü
I
y
i
E N
VRÜGTEN
DIE MEN IN DE HOVEN PLANT EN ONDERHOUD:
ü
i
i
m
ê
»
I
|
Ka
i
1
n
fl
n
f4
p
Gedrukt by
WAAR BY
DerZelver differente Benamingen , Groey-plaatzen , Voortteeling , Cultuur. en Huisboudelyk Gebruik , als mede het Confyten en meer andere Toebereidingen der T'rugten , enz. , nauwkeurig aangewezen worden.
ALLES
Door een veeljarige Ondervinding opgejlelt , ten dienjle en vergenoegen der Tuin - Lief hebbers ,
DOOR
JOHANN HERMANN KNOOP.
M E X
E N,
Vertonende alle Vrugten naar het leven , die in dit Werk vervat zyn.
Te L E E U IV ARDEN
n
P
'ABRAHAM ferwerda
£ N
T R E S L I N G
.> G E R R I T
Boekverkopers , 1763.
|
. |
|
■
VOORREDE
AAN DE
LIEFHEBBERS
VAN
TUINEN en VRUGTEN.
Einige jaren zyn ’er nog maar gepafleert , zedert dat wy onze Pomologie, , of Befchryvingen en Afbeeldingen van de meefte en befte Appels en
Peeren die men in welgeftelde en aanzienlyke Vrugthoven kweekt , aan de Liefheb¬ bers van Pomona mede gedeelt hebben • en dewyl wy door verfcheide Brieven van di- verfe Plaatzen ten vollen overtuigt zyn , dat het gemelde Werk (’t welk niet zonder veel moeite en lang onderzoek door ons in ft ligt is gebragt) de goedkeuring van de meefte (zo niet van alle) Kennaars en Liefhebbers heeft weggedragen , vleyen we ons, dat ook dit Werk by de Liefhebbers niet minder aangenaam zal zyn; te meer, vermits we in den jare 1750 een Kort Uittrekzel hier van hebben uitgegeven , het welk van de Kennaars wel ontvangen is.
Dit Werk bevat eene Belchryving van alle de Ooft- en Vrugtbomm , die men , wegens derzelve eetbare en min of meer aangename en geurige Vrugten , in welge¬ ftelde Hoven plant en onderhoud , niet alleen om hun voedzel dat ze aan het men fchelyk Lighaam geven , maar ook om door hunne geurigheit onze Tong te ftreelen en het Hert te verkwikken , behalven datze ook dienen , om aanzienlyke Tafels , ie¬ der zoort in zyn tyd , te vercieren en op te pronken , gclyk ook de meefte niet min¬ der tot Medicynen verftrekken voor een ziekelyk of kwynend Lighaam.
Onze Belchryving behelft dus , de verfchillige Benamingen der Geftagten en Zoor- ten van Vrugtbomen , in verlcheiderhande Talen, en in ft bezondcr ook de Latynlche Botanilche Namen, gebruikelyk by de voornaamfte Kruidkenners; vervolgens de Plaat.
2
zen
VOORREDE.
'zen of Landfchappen , daar dezelve natuurlyk of van zelf in ’t wild groeijen ; hier op volgt de Aankweeking en verdere Onderhouding van ieder GeOagt of Zoort ; daar na wyzen we het OEconomifche of Huishoudelyk gebruik aan, waar toe van ieder zoort, zó wel de Vrugt als andere Deden des Booms beft dienen , ’t zy op Tafel , in de Keuken, of tot Confituren en andere Toebereidingen of Huislyke Gebruiken.
Aangaande de Voortteèling en Cultuur dezer Vrugt-gewaffen , die hebben we , zo ik meen, zeer duidelyk en nauwkeurig verhandelt, aantonende, op wat wyze ieder Gcflagt of Zoort beft aangekweekt, of vermeerdert, en verder onderhouden wort, enz. ; Edog hadden daar over nog wel breder kunnen uitweiden , als wy overal had¬ den moeten aanwyzen (by Voorbeeld) de Bearbeiding en Toebereiding van den Grond, de Behandeling van ’t Zaad zaaijen, van ’t Steeken , Inleggen cn Scheuren; van het Enten , Oculeeren , Snoeijen , enz. : Maar dewyl wy dit reeds in een ander onzer Werken, genaamt Befchouwendc en Werkdadige Hovenier -konjl , breedvoerig en nauw¬ keurig hebben gedaan , hebben wy onnodig geagt , zulks hier weder op nieuw te her¬ halen , maar wyzen de Tuin-Liefhebbers ten dien opzigte naar dat Werk, en durven hen hetzelve , nevens dit te gebruiken , nog wel cens recommandeeren.
Betreffende het OEconomifcb Gebruik, dat wel ’t voornaamfte oogmerk van de Cul¬ tuur der Gewaffen is , daar van meenen we ook het voornaamfte en meeft nuttige aangewezen te hebben , zo wel wat het Gebruik der Vrugten , als de overige Delen des Booms aangaat.
Dit was het, befcheide Lezers, dat ik van dit myn Werk vooraf kortelyk te zeg¬ gen had, in het Werk zelve zal men meer daar over vinden , als hier nodig is breed¬ voerig op te halen; wordende UE tot (lot, benevens alle Heil, veel nut in dit Werk en vermaak in Uwe Tuinen toegewenfcht , door Uwen
LEEUWARDEN den i F ebr.
1763-
Dienftwilligen Dienaar
J. H. KNOOP.
NB. Men vind in dit Werk dikwyls mflehen Haakjes ( I. Deel . . de Befchouwende en Werkdadige Hmeriier-kmjl , door my uitgegeven.
hier door moet men verdaan
BE-
Pag. r
B E S C
APPE
HRYVING
VAN DE
L * B O O A'
5 i.
ffiSsfSE APPEL-BOOM word in het Lat. genoemt rxn\ vj Malus. Pomus. Pyrus foliis ferratis, Pomis & baü concavis. Liiin. //. Cliff-, Roy. Prodr. Hoogduitfch, Apfel-Baum. Franfcb , Pom- mier. Engelfch, Apple-Trte. Deenfch, Apeld-Tra:. Eble- Tra. Sweedfcb, Appel-Tra:.
§ 2.
Deze Vrugt-Boom, die by ons bekent genoeg is, is eigen aan de getemperde CUmaten , van omtrent 40 tot 56 Graden Aardkloots Breette ; in zeer heete Landen , nog in heel kou¬ de, wil hy niet aarten. Men vind die in Hoog-Duitjchland, Frankryk en Brabcmd op veel plaatzen in het wild van zelfs groeijen, maar de Vrugten van deze zyn klein, zuur, en on- fmakelyk: De goede Zoorten worden in de Tuinen geculti- veert , dewelke van tyd tot tyd , door neerftige Oefening , zo in de Nederlanden als in Frankryk , Engeland, en Hoog- Duitfchland, &c. , uit ’t Saad voortgekomen zyn , en nog kunnen voortkomen.
§ 3-
Deze Boom wil in allerley goede, bearbeide, zo wel in Zand- als Klei-Gronden heel wel groeijen, mits dat die vet genoeg zyn, en kan tamelyk tegen ’tVogt. Hy fchiet met
zyne Wortels niet diep nederwaarts in de Aarde , maar de- zelve fpreiden zig meed uit even onder de Boven-grond ; wes- halven de Aarde in de diepte zo vet niet behoeft te wezen, als ze maar diep genoeg geroert en los gemaakt is, om Re¬ den in ons Eerfle Deel gemeld.
S 4.
De tegenwoordig bekende zoorten van Appels, worden al¬ le vermeerdert en voortgezet door’t Enten of Oculeer en, op jonge zogenaamde wilde, uit Saadgewonne, Appel-PIantzoe- nen, of op Paradys-Struik ; zynde deze laatfte de Uitlopers uit de Wortel van het Zomer - P aradys - Appeltje : en deze twee- derhande Plantzoenen worden verfchillig gekozen, volgens de Groote die men de Bomen in het vervolg wil doen heb¬ ben : Dus worden tot hoog- en half-famde grote opgaande Bomen de eerflgemelde genomen , maar tot Eouijfons of tot laage Espaliers verkieft men de tweede, namelyk P aradys, om dat de Bomen, hier op geënt zynde, kleiner blyven.
Het Saad of de Pitten der Appels, worden in de Ilerfft, of, na dat ze de Winter door in vogtig Sand of Aarde te meu¬ ken geftaan hebben, dat beter houde, vroeg in het Voorjaar op Bedden uit de volle hand gezaait, of Ry-wyze in Grep¬ pels , de Greppels een en | voet van elkander , gelegt : De jon¬ ge Bomen opgekomen zynde, moeten zorgvuldig, van tyd tot tyd, van’t onkruid fchoon gehouden worden; daar na wor¬ den ze het eerfe of tweede volgende Voorjaar verplant op A Bedden
BESCHRYVING van de APPEL-BOOM.
*
Bedden in Ryen, de Ryen 3 k 3(Voet, en de Plantzoenen in de Ry omtrent 1 a ii Voet van malkanderefl, om ’er in’t vervolg op te Enten : By welke Planting niet verzuimt moet worden de Pen -wortel te korten, om meer Zyd- wortels te doen voortkomen.
§ 5-
Hoedanig het Enten gefchied en wat daarby verder, om fraaije hoog- en laag-ftamde Bomen te teclen, als mede wat by het Planten, Snoeijen, &c., in agt te nemen is, zulks is in myn Eerl Te Deel duidelyk aangewezen, derhalven on¬ nodig hier weer te herhalen. Ik zal nu maar nog van ee- nige Oecommifche gebruiken, zo van de Vrugten als van de Boom , melding doen. De Befchryving en Afbeeldingen der bezondere Zoorten hebben we in een ander vorig Werk nau- keurig verhandelt.
5 6.
De Appels worden, gelyk bekent genoeg is, zo wel rauw tot een lekkere en gezonde Nafpyze of Banquet, te weten de goede fmakelyke, als op allerley manier, Geftooft , Ge¬ bakken, Gebraden, &c. gemittigt, en op deze laatfte wyze worden ze gezonder geagt als rauw , en wel bereidt zynde, zelfs niet fchadelyk voor Zieke Menfchen; want rauw gege¬ ten zynde veroorzaken ze Winden , en een rauw Voctzel, inzonderheid aan zwakke tedere Menfchen , of als ze te veel gegeten worden , of ook wanneer ze niet wel ryp zyn : Wor¬ dende de Appels inzonderheid zeer geprezen voor Hypokon- driake en andere Menfchen , die met verdoptheid des Buiks gekwelt zyn. Men prepareert tot dien einde ook een nuttige Syroop in de Apotheken, Syrupus Imperialis genoemt.
5 7-
In Hoog-Duitfchland, Frankryk, en elders, wordende^». pels , ’t zy gefchilt of ongefchilt, en in 4 k 3 (lukken gefne- den , en de Klokhuizen daar uit gedaan zynde , in een Bakkers¬ oven, of expres daar toe gemaakte Droog-Oven, langzaam gedroogt, en dus tot eene goede Winter -fpyze toebereid.
die gantfcli niet onfmakelyk is, inzonderheid by eenig ge¬ braden Vleefch ; daarenboven ook een verandering van Spy- ze, in die van Groente ontblote tyd , geeft, en niet onge¬ zond is. De Appels worden ook wel geconfyt in Zuiker of Honig; hier van zullen we daar na by de Peeren fpreken.
§ 3.
Uit de rype Appels word op veel Plaatzen , als in Enge¬ land, Normandyen (in Frankryk), Hoog-Duitfchland , &c. inzonderheid daar geen Wyn walt , en de Granen , om Bier te Brouwen, fchaars zyn, of om deze te fparen, een zeer nuttige Drank gemaakt , die de Franfchen en Engelfen Cidre, en de Hoog- en Neder-Duitfchers Appel- Drank, Ap- pel-IEyn of Appel- Mofl , of ook Cydcr noemen; welke, wel bereid zynde , in Koleur , Smaak en Kragt veel overeen- komft met de IVyn heeft; dog doorgaans wat fcherper, of amperder en wat Appelagtig van Smaak valt. De Engel- fe , die dezelve in het bezonder zeer wel weten te be¬ reiden, maken ’er veel werks van, en agten die, als Hy goed is, byna zo hoog als de Wyn.
De wyze om die te maken is weinig verfchillende van die van de Wyn: De Vrugten worden in een houten Trog klein gefloten , of door een daar toe gefchikte Machine klein gema¬ len: Wordende daar toe op zommige plaatzen een kleine (lee- nen of van yzer hol gegotene Rol gebruikt, welke twee Man¬ nen, door middel van een Balk of Stok die door deszelfs Mid¬ den gaat , in de Trog of Bak , die war minder diep als de halve Diameter van de Rol, cn maar een weinig breder als de Rol breed is, heen en weer rollen, waar door de Vrug- ten in korten tyd gekneuft zyn. Vervolgens, de Vrugten klein genoeg gebroken zynde, worden dezelve in een houte Pers gedaan, op deze wyze; men legt onder in de Pers een laag van 2 J3 vinger dik fchoon vers, voor al niet muf rie¬ kend, Stroo, hier op een laag van omtrent een handbreed dik Appels, dan weer een laag Stroo en Appels als voren, en zulks vervolgende tot dat de Pers na behoren vol is; daar na word
het
BESCHRYVING van
ce APPEL-BOOM.
het Sap op de bekende wyze uitgeperft. ’t Stroo word ’er tuflchen gedaan, om reden, dat ’er dan geen dikke Stofl'e met doorgaat, welke in het Stroo hangen blj-fc, cn dus het Sap \eel klaarder uit de Pers komt, ook daar door beter uit de Appels gaat. Met uitgeperfle Sap word vervolgens in Kui¬ pen gezet te giften; dit meeft: gedaan zynde, dan word ’t in Vaten gedaan, en ’t Spon-gat wel digt gemaakt, op dat ’er geen lugt van buiten by komen kan , welke anders de Wyn haaft zoude doen bederven. Ten laatften moet die in koele Kelders, tot ’t gebruik, bewaart worden, gelyk Wyn.
Zommige doen voor de Pcrzïngc min of meer water by de gekneusde Appels, om dus meer Sap te verkrygen, maar, de Wyn daar van word ilapper en onfmakelyker, en duurt ook niet zo lang, gelyk men ligtbegrypt, en die meeft gebruikt of gegeven word aan de Dienftboden, in het Land daar men die bezigt.
5 9-
Daar is verfchil in de Meningen, welke zoorten van Ap¬ pels het beft tot het maken van de Cyder zyn, om een aan¬ gename Wyn te verkrygen, zommige zeggen de beft fma- kende en aangename Vrugten, andere zeggen de Wilde, dog die niet geheel zuur of wrang zyn, of andere zuure of am¬ père Tuin -Appels; welke laatfte meening ik beter als de eerfte keure , om dat my de ondervinding zulks geleerdt heeft. De Wyn of Cyder van zoete aangenaam Brakende Appels , is voorts na de perzing wel zoeter en aangenamer als die van zuure of ampere Vrugten , maar verandert na de gifting doorgaans ras tot den zuuren, min of meer, volgens de aart der Appels : Daarintegen de Wyn van zuuragtige Ap¬ pels, fchoon hy , nieuvvelyks geperft zynde, zuuragtig is, na de gifting, en als hy wat gelegen heeft, fmakelyker en wyn- agtiger word, en ook langer duuren kan. Derhalven men, om goede Appel- Wyn te maken i nooit zoete Appels, maar zodanige verkiezen moet , die een ampere fimak hebben en daar benevens vol-zappig zyn , gelyk de Wyn- Appel, Striepe- V«l, en andere. Vergelykt hier met, dat de zoetfte Drui¬ ven ook niet de befte Wyn geven.
§ io.
Wilt gy het nieuw geperfte zoete Sap uit zoete aangena¬ me Appels, zoet bewaren, zonder binnen een Jaar te veran¬ deren, zo doet ’t zelve, voor dat het gegift of als het nog maar weinig gegift heeft, in Vaten die op de wyze der Wyn- verlaters, met Swavcl wel van binnen ge lugt, dat is berookt zyn ; dit fwavelen doet het Sap ’t werken of giften (laken, en zyn zoete fmaak en fubftamie lang behouden ; dog de Wyn is dan niet helder of klaar gelyk gegifte , en ook niet zo gezond, maar evenwel dienftig.
§ ii.
Als men onder de Appels, eenige Qitce- Appels of §pue- Peeren mengt, zal de Wyn veel geuriger en aangenamer wor¬ den. Andere doen daar by wat Genesser-befien , Berbtriffen Wilde Pruimen, ( of Slee-Pruimen ) of Aland-wortel, &c.> of van yder van die dingen een weinig, ’t welk de Wyn niet minder aangenaam als gezond maakt.
% 12.
Van deze Appel- Wyn word ook een heel goede Azyn ge¬ maakt, die by ons onder de Naam van Cyder -Azyn of Cy- der- Eek bekent genoeg en veel in gebruik is, en uit Frank- ryk en Engeland tot onzent gebragt word, die in het gebruik niet veel voor de Wyn- Azyn wykt. De toebereiding gefchied op deze wyze; men neemt nieuwe of oude Appel- Wyn of Cyder, men doet die in een Vat of Vlefch, men zet die ee¬ nige tyd in de Zon, of op een andere warme plaats, met het fpond-gat iets open , zo zal dezelve niet nalaten binnen kor¬ ten tyd zuur en dus een goede Azyn te worden : En dit zal zo veel te eer en beter gefchieden, als men de Cyder in een Vat doet, waar in te voren goede Wyn- of andere Azyn ge- weeft is.
§ 13-
Men kan ook uit de Appels , na dat men ze wat heeft laten rotten , als ook uit de Cyder , een goede Spiritus dijlilcercn , die reen in plaats van Wyn- of Kottrn-Brande'wyn kan gebruiken, A 2 e>l
en diergelyke deugt in de Medicyncn heeft , dog is niet zo fmakelyk ; maar kan fmakelyker gemaakt worden , als men teffens wat van deze of gene Aromatica met overhaalt ; als By voorbeeld , Calmus , Lavas t Angclica - W ortcl , Al and - Wortel , en diergelyke.
§ 14-
Het Hout van de Appel- Boom is tamelyk hard, en word tot Lyftmakers-werk gebezigt, dog weinig. Het is ook een goed Brandhout, geeft goede Hitte en duurt lang in het Vuur.
§ '5-
Nu zoude ik moeten overgaan tot de Benamingen en Be - fcbryvingen van de Differente Zoor ten van Appels , maar, de- wyl ik dit in een voorafgaand Werk in ’t bezondere gedaan heb , zo zal ’t niet nodig wezen om ’t weder te herhalen, maar wy fpreken hier nu van de Cultuur , en van ’t Oeco- nornifche gebruik van de Appels , Peer en , en van meer ande¬ re Vrugten, die we ’t geluk hebben met gezondheid in onze Levens-tyd te genieten; dit moet ik egter hier by nog zeg¬ gen, of herinneren, dat de Appels in het algemeen verdeelt worden in twee zoorten, als in zuure of ampere en in zoete. Vervolgens worden deze tweederley zoorten verder onder-
fcheiden in Zomer-, Herfjl en Monter- Appels. Ik verdeel ze wyders in myne Befchryving, om eenig onderfcheid in der- zelver Deugd, zo veel doenlyk is, te maken, in drie Rangen. In de eerfte Rang of Plaats bevat ik de Appels die zeer geurig en verheven van fmaak, en derhalven de waardigfte zyn voor Tafel- Appels om rauw uit de Hand gegeten te worden. In de tweede Rang bevat ik die, welke wat minder geurig zyn als de voorgaande, maar die evenwel zo veel geur hebben, dat ze voor goede Tafel- Appels kunnen paifeeren, inzonderheid als betere ontbreken. In de derde Rang of Plaats Helle ik zoda¬ nige die grof of van een gemeene laffe fmaak zyn, en derhal¬ ven mecft alleen voor de Pot dienen om geftooft, of op an¬ dere wyze toegemaakt te worden , om een beter fmaak te ver- krygen. Dog hier mede wil ik niet zeggen, dat andere be¬ tere ook niet goed voor de Keuken zouden zyn, deze wor¬ den doorgaans gefpaart voor de Tafel, ten zy men rykelyk daarvan voorzien is. Verders zo wyze ik, aangaande de Deugt en Smaak der Vrugten, den Lezer na’t geen te voren in myn Pomologia gezegt is ; en verzoeke Dezelve van de verdere nuttige Vrugten ’t vervolg in te zien, aangaande de Cultuur en ’t Oeconomifche, en wat wy verder tot een nut- tog gebruik ’er by voegen.
BESCHRYVING
Pag. j*
BESCHRYVING
VAN DE
PEER-BOOM.
8 «.
E PEER BOOM word genoemt Latynfch , Pyrus. Dodon. Pyrus foliis ferratis, porais bafi produftis. Linn. Gen.& Spec.Roj. Prodr. Hoogduitfch, Biin- baum. Franfch , Poirier. Engelfch, Peare-Tree. Deenfch, Pa- re-Trar. Zweed fcb, P'aron-Tra.
De Vrugt zelfs heet Latynfch, Pyrus. Hoogd. , Birn. Franfch, Poire. Engelfch, Peare. Deenfch , Pare. Zweedfch, Paron.
5 2.
De Peer-loom groeit in dezelfde Geweflen als de Appel¬ boom (Appelboom § 2.); dog hy begeert meer warmte, niet om het groeijen van de Boom , die overal in goede Gronden wel groeijen wil , maar om het ryp worden der Vrugten : Onder de appels zyn ’er geen (of zeer weinige uitlandfcbe , Franfche,) die hier niet volkomen ryp worden; maar onder de Peeren zyn ’er veele, die by ons liaare vol- komene rypheid niet verkrygen, en zulks zyn hooftzakelyk, de fynfle uidandfche zoorten, die uit warmer Climaten , als, uit Frankryk, of Italicn, tot onzent gebragt zyn, waar van veele by ons byna nooit die verhevene fmaalc verkrygen, als in haare geboorte-plaats , ten zy die in een goede war¬ me Grond , en aan Efpaliers geplant (laan , en daar en boven ’t J aar - Saifoen gunflig is: Weshalven men ook die, welke in goede Zand -gronden gegroeid zyn, door¬
gaans volkomener en dus fmakelyker bevind, als andere van dezelfde zoorten , die in Klei- gronden voortkomen.
§ 3-
Geen volmaakter Peeren , van de fynfte Franfche zoor¬ ten , als By voorb., Coltnar , Sr. Germain , Beurré grife, Virgoultufe , &c. , hebbe in deze Provincie ontmoet als in de Tuin van zyne Doorhigtig/le Floogheid de Hecre PRINCE van ORANJE; ERFSTADHOUDER &c. &C., binnen deze Stad Leeuwarden, welke de Franfche Peeren van de¬ zelfde zoorten, te weten, die in Frankryk gegroeid en over¬ gezonden zyn , in lekkerheid van fmaak en in groote na genoeg evenaren; gelyk ik, door dezelve tegen malkande- ren te proeven, zelfs bevonden heb. De reden hier van is, om dat de gemelde Tuin ten deele, en inzonderheid daar de Peerc- hoornen aan enkelde Efpaliers van Latwerken geplant (laan , tuflchen een Baf ion van de Stad gelegen, en dus rondom door de Wallen ingefloten en gedekt k; zo¬ danig, dat de Stralen der Zon, welke daar in vallen, daar in bewaart blyven, en daar door de warmte omtrent die plaats grotelyks vermeerderen ; waar toe ook nog contrilueercn de Tpen-boomen die op de Wal agter de Tuin in ’t Noorden ge¬ plant (laan, de welke alle noordlyke winden afkeeren; Daar en boven zo worden de fchadelyke Weftelyke Winden» door de Stad afgekeert. Voegt hier by, dat de grond, waar
B
in
6
BESCHRYVING van de PEER-BOOM.
in de Bomen Baan, een goede, loffe, opgevulde Aarde is; al ’t welk de volmaking der Vrügten begunftigt. Gelukkig is een Hovenier, die zodanige of diergelyke avantagie voor zyne Bomen heeft; hy zal met weinig moeite meer uitrig- ten, en meer roem verwerven, als een andere, die diergely* ke voordeelen des Gronds en Standplaats niet magtig is ; want, gelyk ik meermalen in het Eerfte Deel gezegt heb, het niet volkomen in de magt des Hoveniers is, om de Plan¬ ten en Vrugten volmaakt te doen worden, hoe goed hy ook zyn Kond: verftaat, als hy niet door gemelde Voordeelen begunftigt word , en die tot baat heeft.
§ 4-
Uit het gezegde blykt dan ook, dat men de fyne Peer en, inzonderheid Uitlandfche Zoortcn , om ryp en fmakelyk te hebben, aan Ef palier s , op een goede Expojitic , (op ’t Zuid- Oo/l of Ooft') zetten moet: Evenwel moet zulks niet onver- fchillig met alle Zoorten gefchieden , om dat ’er eenige zoor- ten zyn, die op Stam , in de vrye Lugt gegroeit, veel fma- kelyker worden, als aan Efpalicrs , of ook beter dragen als ze vrywilllg opgroeijen.
§ 5-
Deze Boom boord met zyn Wortels dieper in de Grond als den Zlppcl-boom, groeid ook doorgaans met regtfcheuti- ger Kroon-takken op, en heeft dat eigen, dat de fmakelyk- fte Vrugten dikwijs (niet altyd, en meeft van de fynfte Zoorten) aan quarlagtig of aan kankerig Hout voortkomen.
§ 6.
De 'bekende Zoorten van Peercn worden alle vermeerdert door ’t Enten en Oculeer en , en zulks op driederhande Zoor¬ ten van jonge Plantzoenen, als, i. Op zogenaamde wilde, uit Zaad gewonnen, Pcer-Struik. 2. Op vroege P ortugalfche- £>ucc- Struik. 3. Op Haagt Doorn- Struik. De eerfte Strui¬ ken worden gebruikt tot opgaande of Stam-bomen. De tweede om daar Bouijfons , of Efpalier -hoornen , voor laage Ej palier s , op te enten > dewyl de ftjlueé , van Natuur niet
groot wordende, die hoedanigheid aan de daar op ge-ente Bomen overzet; (I He Deel §. 581). ’t Zelfde doet ook de Doorn- Struik , dog deze zoude ik ten eenemaal afkeuren, alzo de Peercn daar op ge-ent, doorgaans fteenig en hard worden, inzonderheid die reeds van Natuur wat Steenig val¬ len ; daar en boven berften ze ligt en blyven dikwils klein: Ook willen zelfs, om deze laatfte reden, zommige Zoorten van Peeren niet op Ouee ge-ent zyn, maar tieren beft op wilde PJant-zoenen. Men befpeurt ook, dat de eerfte Vrug¬ ten die aan op £>uee ge-ente jonge Bomen voortkomen, wat wreed van fmaak zyn , maar dit verandert , als de Boom eeni¬ ge Jaaren ouder geworden is. De Peere- Struiken worden ui(_ de Pitten aangequeekt zo als de Appel-Struiken ( Jppelb . § 4.)
5 7-
Wegens de ge-ente Quee- Plantzoenen ftaat nog aan te mer¬ ken, dat ze niet gemakkelyk zoomen willen, weshalven het oculeeren op Quee beter als ’t enten is , mits dat de Plant¬ zoenen jong en dun daar toe zyn. Men kan dezelve ook altyt wat dieper Planten als die op andere Plantzoenen ge-ent zyn, het welk zelfs dienftig is, om reden, dat dewyl de ®ueê van Natuur uit het Hout wortels fpruit, de Bomen daar door be¬ ter groeijen.
§ 3.
Aangaande de Enting op wilde Peer- Struik, was men voor dezen gewent, dezelve tweemaal te enten, of te oculeeren , te weeten, men zette daar op eerft Grauwe ZuikerPeercn , of Gezegende Peeren , of eenige andere vrugtbare en goed gezond Hout-makende Zoort: Hier op zette men in het ver¬ volg, voor de tweedemaal , allerlei andere zoorten naar begee- ren; dog deze manier is meeft uit de Mode geraakt, zeer waarfchynelyk om dubbelde moeite, en tyd, uit te winnen, hoewel het te wenfchen was, dat ze van de Enteniers nog opge volgt wierde , inzonderheid aan Peeren die van Natuur zeer weeldrig Houtgewas maken , dewyl ze daar door be- temperdcr groeijen en vrugtbaarder worden.
§ 9* De
BES C-HRYVING van de PEER-BOOM.
7
5 9-
De manier van ’t Enten, Planten, Snoeijen, &c., is in ons Eerfle Deel klaar aangewezen, derhalven zal ik zulks hier niet weer herhalen : Alleen zal ik nog iets wegens ’t Snoeijen, dat van belang is, aanmerken, of weer errinne- ren; namelyk, dat men de Peeren nooit veel korten moet, inzonderheid die van Natuur fterk , weeldrig Houtgewas maken, en niet gewillig Vrugten geven; want dewyl de meeile Peeren doorgaans haare eerile Vrugt-knoppen aan de einden der Loten voortbrengen, zo worden door het kor¬ ten niet alleen de Vrugten weggefnoeit, maar ook veroor¬ zaakt zulks , dat de Knoppen langs het geheele Loot dik- wyls doorfchieten en Takken worden, die anders, als het Loot ongekort gebleven was, Spooren, ien binnen korten Vrugt-knoppen zouden zyn geworden; invoegen dat men door ’t korten der Loten een geheele Boom bederven en on- vrugtbaar maaken kan , fchoon hy zonder dat dikwils vrngt- baar genoeg zyn zoude. Maar men zal wel begrypen, dat dit nalaten van korting hoofdzakelyk verdaan moet worden, van Bomen die reeds verfcheide Jaren oud zyn , want jon¬ ge onlangs ge-ente Bomen, moeten in de eerde Jaren nood- zakelyk gekort worden , om haar een goed fchik, en ge¬ noegzame Hout-Takken te doen verkrygen , en wanneer ze dit hebben, dan begint men ze anders, en gelyk als gezegt is, te behandelen.
§ io.
Wat nu het gebruik der Peeren aangaat , zo is het bekent genoeg, dat dezelve voor een aangenam Defert of Na-fpyze, om rauw uit de hand te eeten , opgedifcht worden ; worden¬ de dezelve doorgaans voor veel lekkerder, en fmakelyker geagt, te weten de goede fyne zoorten, als de Appels s dog men houd ze niet zo gezond.
Volgens de Regels van de SCHOL A SALERNITANA, Adde pyro potum, &c., zouden de Peeren, rauw gegeten zynde, zeer ongezond moeten wezen, ten ware met een glas wyn ; dog ik gelove dat zulks alleen plaats heeft , als
ze al te veel gegeten worden, of dat dezelve flegt en on- ftnakelyk, of niet wel ryp zyn; maar dat ze matig, inzon¬ derheid na de maaltydt, gegeten, niet zullen hinderen.
Men gebruikt de Peeren ook, gelyk de Appels, veel in de Keuken, tot Geftoofs en Gebaks, en dan worden ze ge¬ zonder geagt als rauw; inzonderheid als ze met Zuiker en Kannecl toebereid zyn. Ook worden ze op veel plaatzen gedroogt, ’t zy gefchilt of ongefchilt, tot een aangename Winter-Spyze , op dezelfde wyze als de Appels ( Appel-Boom § 7-): Zynde de gedroogde Hukken, van goede geurige ge- fchilde P ceren zeer zoet, en even als of ze geconfyt waren , zo dat men ze voor Confyt op Tafel brengen mag, te meer als men de kollen doen wil , om ’er by het drogen altemets wat zui¬ ker over te ftrooyen.
§ ii.
De Peeren worden ook wel in Zuiker of in Honig gecon¬ fyt: Het lult my, en het zal mogelyk niet onaangenaam zyn aan Dames en Juffrouwen die zig met de Huishouding bemoeijen , om de manieren van ’t confyten der Peeren als Ook hier na van andere Vrugten, aan té wyzen.
Om dan de Peeren in Zuiker te confyten, zo neemt goede, fmakelyke, even rype Peeren, Schilt ze, maar de Steelen laat men daar aan, of men fnyd die maar half af, boort ’er het Klokhuis met de Pitten van boven zagtjes uit, dog zo ze groot zyn, fnyd ze in vier of meer (lukken, werpt ze voorts in fchoon water, om dat ze anders befmult worden; kookt ze dan in zuiver water, maar niet al te murv; daarna doet ze uit het water en laat ze op een Teems uitlekken ; vervolgens doet ze in een zuivere Pan , giet ’er geclarificeerdc Syroop van Zuiker over, die gy te voren tot dien einde, gelyk we ftraks zullen aanwyzen, bereid hebt, laat ze daar in een Dag en Nagt lang Haan; giet dan de Syroop af, kookt die op ’t nieuw tot een bequame dikte, en giet ze daar na weer over de Peeren; om dat de Syroop door ’t Vogt, dat nog in de Peeren is, dunner word; doet dit herkoken van de de Syroop zo dikwils , tot dat gy ziet dat dezelve op de
B i Peeren
Penen dik blyft; en bewaart ze ten laaiden in Confituur of andere Potten gedaan zynde, in de Syroop. Tot een Pond Poeren, zal men omtrent een Pond Zuiker nodig hebben.
Zommige koken de Penen in een niet a! te dik toeberei¬ de Syroop tot behoorlyke weekheid; het overige gefchied als voren. Als men eenige Kruid - Napels en wat Kaneel op t liatfte van ’t koken in de Syroop doet, zal de Syroop nog aangenamer worden ; of men doet deze Speceryen , fyn ge.- {loten, op ’t laatft in de warme Syroop.
5 12.
De Syroop beftaat uit goede witte Zuiker, in fchoon Wa¬ ter gefmolten, en tot bequame dikte gekookt zynde; moe¬ tende altoos, tot allerley Vrugten, van te vooren toebereid, en met het wit van Eyers en wat fchoon Water geclarificeert worden ; welk gefchied door middel van het Ey-wit te klop¬ pen, tot dat het in fchuim verandert is, welk daar na, be- neffens wat Water in de kokende Syroop gedaan , en de fchuim die ’er opkomt, geduurig wel daar van af gefchuimt word : Moetende vervolgens de Syroop gekookt worden tot die dikte, dat hy begint te fpinnen, zo als men het noemt, dat is, dat de Syroop, als men iets daar van op een bord doet en koud geworden zynde, die met de vinger aanraakt, zig als een draat laat om hoog trekken; als wanneer hy be- quaam is. Maar men moet de Syroop zagtjes koken , en altemets roeren, op dat die niet aanbrande.
§ 13-
Men kan de Peer en, en alle andere Zoorten van Vrugten die men in Zuiker confyt, ook in Honig confytem wordende de Honig tot dien einde van te voren met wat water tot be¬ hoorlyke dikte gekookt, en tellens wel afgefchuimt, het ove¬ rige gefchied als voren. De proef, om te weten of de Ho¬ nig dik genoeg gekookt is, kan men nemen met een verfch Ey, dit in de Honig gedaan zynde, moet dan daar op dry- ven, maar zinkende, is hy nog niet genoeg gekookt.
§ 14-
Om de Poeren droog te confyten , heeft men niet anders
te doen, als de byna murv gekookte Peeren in de bereide Syroop een weinig te laten koken , op dat ze van de Zuiker doorgedrongen worden; daar na neemt men dezelve met een Lepel uit de Syroop , de Syroop ’er wat latende aflekken, men legt ze vervolgens op met Poeijer-Zuiker bertrooide Blikken of zuivere Plankjes , en Iaat ze op een warme plaats (by een Kagchel) droogen, dezelve altemets, als ze boven droog zyn, omkeerende; en men kan ’t droogen bevorderen, door ’er fyne Poeijer-Zuiker over te ziften: Droog zynde, moet men ze op een drooge plaats in Do¬ zen, tuffehen fchoon Papier, bewaren; gelyk met alle drooge Confytuuren gefchieden moet. Dog hier by {laat nog aan te merken, dat, om droog Confyt te maken, men de Syroop een weinig dunner laten moet, om reden, dat anders de Confyturen niet wel willen droogen en ook onaan- zienlyker worden. De Poeijer-Zuiker moet daar benevens van de befle zoort, te weten, niet vetagtig maar droog van aard zyn , en hoe witter , hoe aanzieniyker Confyt dat ’er komt.
Op dezelfde wyze kan men ook jfppels nat en droog con¬ fyten, dog dit gefchied zo veel niet.
§ 15-
Van de Peeren word ook op dezelfde wyze als van de Jppch , in voorgemelde Landllreeken ( Jpprf-boom § 8.), een Peer-wyn gemaakt, in ’t Franfch Ciire of Poiré genaamt; die den Appel.lVyn in zoetigheid en aangenaamheid overtreft; zynde na de Perzing zeer zoet, maar word daar na wat fcherper, dog als hy wat gelegen heeft, verkrygt hy een zeer aangename, zagte, wynagtige fmaak, en word helder en geel, zo dat men die voor zoete Druivc-Wyn , drinken zoude ; te weten , als die van goede Peeren gemaakt is.
Men kan ook een Spiritus uit de Penen di fileer en, op dezelfde wyze als van de Jppels gezegt is.
§ 16.
Het Hout van de Pcere-boomen is tamelyk hard, regtdra-
9
BES CHRYVING van de PEER-BOOM.
dig, en effen, en word derhalven veel gebruikt van Lyft- makers en Draayers : Het is ook een goed Brandhout, maar niet zo goed als dat van Appel-bomen, gevende weini- ger en minder langduurende hitte.
§ 1 7-
De zoorten der Peer en zyn zeer veel, dog geen groot ge¬ tal daar onder , die men in der daad lekker noemen kan , om dat veele , fchoon ze in warmer CUmaien , als ’t on¬ ze is, heerlyk zyn, by ons, gelyk te voren (§ 2.) gezegt is, niet volkomen ryp worden, en dus hunne verhevene Smaken niet verkrygen.
§ 18.
Men verdeelt de Peeren, gelyk de Appels, in drie Zoorten, als, in Zomer-, Herffl-, en IVinter- Peeren, of itl vroege- , late-, en Winttr-Vrugten j en deze alle onderfcheid men weer in drien, volgens de hoedanigheid van haar Vleefch, als, I. Boteragtigc, by de Franfchen Beurreés, of Fondan- tes, genaamt, welkers Vleefch in de Mond byna gelyk als Boter fmelt, en aangenaam is. 2. Brojfe, de Franfche zeg¬
gen Cajfantcs, welkers Vleefch wat min of meer hard is, of in het doorbyten als knappende valt. 3. Sagtc, by de Franfchen Demi-Cajfantes, welkers Vleefch niet zo hard valt als brojfe , nog zo fmeltend als boteragtigc Peeren, houdende derhalven tuflehen beiden het midden : Onder welke drie Hooft-zoorten van Peeren, de eene zoort wat zappiger, de andere wat droger valt.
Men verdeeld dc Peeren ook in Tafel- en Stoof- of Braad - Peeren. Tafel-peeren noemt men die, welke, ryp zynde, geurig van fmaak, en derhalven waardig zyn op de Tafels ge- bragt te worden , om rauw uit de Hand te eeten, Stoof- peeren noemt men die, welke, fchoon ze ryp geworden zyn, ruw en onfmakelyk blyven, zo wel hier te Lande als in warmer Geweften; en derhalven door ’t Vuur in de Keu¬ ken hunne rypheid en fmaak moeten verkrygen: Onder- tulfchen weten de Koks en andere heel wei, zonder dat het nodig is te zeggen, dat de geurige ‘Tafcl-pceren geen minder maar wel beter Geftoofs kunnen uitleveren, maar, om dat die voor de Tafel gefchikt zyn, om rauw uit de Hand te eeten, zo worden ze daar toe doorgaans gefpaart, ten ware men rykelyk daar van voorzien was.
C
BESCHRYVING
Pag. io
BESCHRYVING
VAN DE
O M.
5 '•
DE QUEE-BOOM word genoemt Latynfch, Ma¬ lus cotonea. Malus cydonia. Pyrus foliis inte- gerrimis. Linn. Gen . (S Spec. Roy. Prodr. Hoogd . , Quitcen-Baum. Kütten-Baum. Franfcb , Coignier. Coignas- fier. Engelfch, QuinceTree. Deenfcb , Quitta-Tra. Swccdfcb, Quitta-TrcB.
De Vrugt zelfs heet Latynfch , Maliim cydonium, vel coto- neam. Hoogd. , Quitten. Kütten. Franfcb, Coing. Engelfch , Quince peare, &c.
§ 2.
Men vind verfcheide zoorten van Quecn, als, i. Ronde Quee, of Qiiee- Appel. i. Lange £>uce, of Quee- Peer. 3. De Vroege of Portugalfe Quee-Peer. 4. De zoete eetbare Quee- Peer. 5. De kleine wilde Qiice-Pcer. De Gedaante en Ko- leur is doorgaans van de eene wel wat groter, de andere wat kleinder. Ziet de Gedaante van een §htce in Fig. 1.
De eerjle Zoort , of de ®uce- Appel, is rondvallig gelyk een Appel , iets wollig, en word laat ryp; de Schors des Booms is wit- of grauw-agtig; de Bladen zyn klein en rond, en het Hout groeit verwarder door malkanderen.
De tweede Zoort is groter , iets langwerpig en wat puntig naar de Steel, gelyk de Peercn , ook gladder en mooijer van Koleur; de Schors des Booms is zwartagtig en knobbelagti-
ger; de Bladen zyn groter en langwerpiger, en de Takker zyn regter, en niet zo takkig en verwart door malkander.
De derde Zoort gelykt de tweede in allen , behalvcn dat ze groter is en mooijer op ’t Oog valt, en vroeger ryp word.
De vierde Zoort is van gedaante als de twee vorige, maar niet zo groot , hebbende , ryp zynde , een geurig eetbaar Vleefch; dog deze is hier te lande weinig bekend; verkry- gende ook by ons hare rypheid en de fmaak niet , gelyk in warmer Banden, als, in 't Zuiden van Frankryk, in Italien , Spanjen , &c.
De vyfde Zoort gelykt in alle deelen aan de vorige drie Zoorten , behalven dat zo wel de Struik als de Bladen en Vrugten veel kleinder en flegter zyn. Het is dan de derde Zoort, die ’t waardigft is by ons gequeekt te worden , zo wel om de Vrugt , als om daar op Peercn te oculeeren: De eerfle Zoort is hier toe onbequaam , dewyl ze een Zoort van Appels is; en zo ’t al gebeurt, dat de Enten daar op bekly- ven, zo geeft zulks nogtans zwakke, kreupele Bomen, en van korten duur ; dog men kan ’er met beter uitkomH Ap- pels op enten tot Ar bres nains ; hoewel zulks weinig of niet gedaan word, dewyl die beter op Paradys-Struik groeijen.
§ 3-
De Quec’Boom groeit natuurlyk in Hoog-Duitfchland , om¬ trent de Donatiw en elders, in de Heggen en Boflchen.
§ 4. De
XI
BESCHRYVING van DE QUEE-BOOM.
§ 4.
De Quee-Boom bemint van Natuure een goede vrugtbaré, niet al te zandige, nog te kleyagtige Grond; lieffi een ope- ne vrye Lugt, en veel Vogt, inzonderheid in warme droge tyden, dewyl anders de Vrugten klein en onvolmaakt bly- ven ; om welke reden men dezelve veel aan de kanten van de Sloten, Gragten, en andere Wateren plant; dog men moet zig wagten, dezelve re veel uit de Zon, dat is, in de Scha- duwe, of tuflchen en onder hoog opgaande Bomen te plan¬ ten, gelyk vele doen, uit die mening, dat ze in de befcha- duwde plaatzen wel kunnen groeijen, en dat men derhalven daar door van die plaatzen profileer™ kan : Maar men bedriegt zig , want fcboon ze daar wel groeijen kunnen , zo zullen nogtans de Bomen niet of weinig dragen, of de Vrugten bly- ven klein en worden niet wel ryp. Hy fchiet met zyne Wor¬ tels niet diep in de Grond.
§ 5-
De Qaee-Boom wort voortgequeekt door ’t Saai-, of door Uitlopers, of door Inleggers; of ook door Stekken, die gemak- kelyk bewortelen, dog het gefchied meed, om dat het’tge- teedd: is , van Uitlopers of Inleggers, door middel van een oude Boom af te zagen , als hy niet van zelfs Spruiten maakt. Brengende deeze onverent goede Vrugten voort.
Zommige verenten ze op Haagdoorn, om dat ze daar voor¬ houden, dat de Vrugten daar door verbetert worden, dog ’t welk niet heb kunnen bevinden , en ook tegen de reden ftryd. Men kan ze ook, zo men wil, op ander Quee Plant¬ zoenen enten , en zelfs ook op Plantzoenen van Peeren.
§ 6.
De Quee - Boom wil niet veel gefnoeit nog gekort wezen , om dat die boven aan de Top-einden het draagbaarlle is: Menfnoeit dan maar alleen het dunne, magere, en het over¬ vloedige Hout, dat verwarring veroorzaakt, weg; het dikfte jonge Hout bewarende; en men kort alleen de langde Lo¬
ten iets in, om aan de Bomen een fchik te geven en te be¬ houden, als mede om die ook in kragten te bewaren.
$ 7-
De guee- Poeren verdrekken niet alleen voor Medicyntn , maar ook voor een aangename Spyze in welgeflelde Huis¬ houdingen ; wordende tot dien einde op verfcheiderhande wyze in de Keuken toebereid, als, Geftooft, ’t zy alleen of met Peeren gemengt; en tot Compot , Marmelade , Taarten, &c.
De guecn worden ook veel geconfyt in Zuiker of in Honig, op differente manier, als, nat en droog, &c.
Om de Qtte'èn nat te confyten, zo neemt bede Qt te'ën, fchilt ze, fnyd ze in Quartieren, neemt ’er de Klokhuizen wel uit, legt ze voorts eenige tyd in fchoon water, daar na doet ze in ander water en kookt ze op een zagt Vuur zo lang tot dat ze week, maar niet al te murv zyn; doet ze dan uit het wa¬ ter op een Teems, en Iaat ze watverzygen; vervolgens doet ze in geclarificecrde Syroop van Zuiker , en Iaat ze hier in zagtjes kooken , tot dat ze bekwaam week zyn, en de Syroop een bekwame Confidentie verkregen heeft, namelyk, tot dat hy wel fpint: legt ten laatden de |«««, wat verkoelt zynde, in Confituur, of andere Potten, giet ’er de Syroop over, en bewaart ze wel digt gefloten.
Als men de Qtte'én heel confyten wil, dat egter zelden ge¬ daan word, om dat ze te groot zyn, zulks gefchied op de¬ zelfde wyze, alleen met dit onderfcheid , dat men, na dat ze gefchild zyn, t Klok- of Saad-huis met een lang, fmal, pun¬ tig Mes van boven uitgeboort. De Syroop word gekookt en geclarificeerd als te voren by de Peeren {Peer -loom § ia.) aan¬ gewezen is.
§ 9-
Zommige prepareeren de Syroop op deze wyze : Neemt de Schillen, Korts, en eenige Stukken van fihtecn , kookt dit zamen in water, daar na doet de DecoClie door een Doek) Ca 0f
T.2
BESC IIRYVIN G van de Q U E E - B O O M.
of fyne Uair-Teems, in dit Vogt fmelt de Zuiker en maakt *cr een Syroop van, die gy moet clarificecren , op die wyze als by de Pceren (Peer -boom § 12.) gezegt is; vervolgens Kookt in deze Syroop de Que'ën als voren (§ 3.) ; deze manier keure beter als de vorige; dewyl de Confituur kragtiger word.
Als men de Confituur een mooije rode Koleur wil doen hebben, zo neemt men Cochtnillie , kookt die in water met wat Cf f mor Tart ar i , vervolgens giet het, wel rood gekookt zynde, door een Doek, en doet ’er van by de Syroop, ter- wyl de Quc'cn zagtjes daar in koken.
Zommige doen ’er wat Spcceryen , als Kruid- Nagels of Ka¬ neel by , in de Syroop; of ze lardeeren de (lukken ghie'cn daar mede; kunnende men hier mede handelen zo als men begeert; de Speceryen bederven de Smaak en Kragt niet.
5 10.
Wil men de Queen in Honig confyten , zulks gefchied op dezelfde wyze als voren (§ 3.); moetende de Honig daar toe van te voren wel gekookt en gefchuimt zyn, gelyk voor¬ heen by de Peer- boom (§ 13.) gezegt is. Men moet altyd zo veel Syroop gereed maken, ’t zy van Honig of Zuiker, dat de Quc'én ruim daar mede kunnen bedekt worden, want dit is het geen, benelïens een bekwame dikte van de Syroop, dat de Vrugten voor ’t bederf moet bewaren : derhalven is ’c altyd beter iets te veel als te weinig te maken. En
§ 11.
’tKan gebeuren, dat de Syroop, ’tzy van Zuiker of Ho¬ nig, na eenige dagen dunner word, ’t welk ontftaat daar door, als de Syroop niet dik genoeg gekookt, of ’er te veel wate¬ righeid in dc Quc'ën gebleven is, waar door de Syroop ver¬ zwakt en bederft: Als men dit dan gewaar word, moet men de Syroop afgieten, op ’t nieuwe herkoken, zuiveren, en op ’t laat ft de Queen daar in doen , en een weinig laten opko¬ ken; daar na dezelve weer in de Pot doen als voren. En dit moet in zodanig geval van verdunde .Syroop, en daaruit
ontftaand bederf, met allerley gcconfyle Vrugten in agt geno¬ men worden ; en zulks hoe eerder hoe beter.
§ 12.
Om jjaee-VUtfch of Marmelade te maken , zo neemt Queen, fnyd ze ongefcirild in vier (lukken , zuivert ze van haare Klokhuizen en Saden, daar ra kookt ze in water, tot dat ze wel week zyn, dan wryft ze met een averegtze Lepel door een niet al te fyne Teems. Vervolgens neemt gechrificeerde Sy¬ roop van Zuiker, die als voren toebereid is, even veel ge- wigts als van ’t Quee-Vlcefc b ; kookt ’t zamen zagtjes tot een bekwame dikte ; daar na fchept ’t , nog warm zynde , in houte Dozen , of ook in fteene of glaze Potjes , en zet ze ongeüoten op een warme plaats by’tVuur, of by een Kag- chel, tot dat ’er een ICorfl: op komt, daar na bewaart ’t op een droge plaats.
Wil ]z \ Sihice- Vlecfch rood hebben, zo kunt ge by de Sy¬ roop Af kookzel van Coihenillie doen, als voren gemelt is.
Andere nemen, om ’t Shtee-Vktfcb te maken, tot een pond Vlecfch , door de Teems gedaan zynde, f pond fyn geftote Brood -Zuiker, mengen dit onder malkander en laten ’t daar na maar een klein walletje zamen op fieden, maar dit Vleefch droogt langzamer; dog is witter.
Dit Quce-Vlccfch word in veele welgeftelde Huishoudingen en ook in de Apotheken gemaakt, niet alleen om voor De- licatejfe op te diflchen, maar ook om andere Spyzen, daar’t bypaft, inzonderheid gedoofde Pceren, Compot, &c., een aangename Geur by te zetten. Het word in Frankryk Co- tigtme genoemt, en het befte word, zo men zegt, te Orkans gemaakt, dat wyd en zyd verzonden word, onder de Naam van Colignac d'Orleans.
S 13.
De Koekjes van Que'en worden aldus gemaakt; neemt Queen, fchilt en zuivert ze van de Klokhuizen, kookt ze daar na in water murf, vervolgens koel zynde, wryft ze heel klein, of drukt ze door een Teems; neemt zo zwaar goede witte Zui¬
ker
beschryving
VAN DE Q u E E - B O O M.
'3
ker als Quee-Fkefcb , en laat ’t zamen op een Vuur zagtjes opkoken; en tot bekwame dikte gekookt zynde , legt ’t op een fchone gladde Plank, of op vertinde Blikken, die men met Zuiker overftrooit heeft, in zo grote of kleine hoeveel¬ heid als gy wilt , en formeert ’er dus Koekjes van , zet die vervolgens by een warme Kagchel, of op een Stoof, tot dat ze droog zyn ; en bewaart ze dan in een houten Doos tus- fchen fchoon Papier op een droge plaatze. Deze Koekjes dienen tot ’t zelfde gebruik als ’t Quce-VUefcb (§12.) Een weinig van het $uee-Vlee[cb of van de $uee- Koekjes by de Mortert gedaan, als men die maalt, maakt dezelve heel aan¬ genaam.
5 14.
Daar word ook een Sap uit de jjhtcën gemaakt, als volgt: Neemt van de bede Que'én die wel ryp zyn , dampt of wryft ze op een groot wryf-yzer klein , drukt door een Doek, ,of beter door middel van een Pars, ’t Sap 'er uit, laat zulks op een klein kool-vuur langzaam zieden, tot dat ’t ongeveer op de helft ingekookt is; daar na doet daar by half zo veel goede zuivere IVyn of nieuwe Mof, als ’er eerd Sap geweeft is; laat het weer koken zo lang tot dat ’t wat dikagtig word; ais dan mengt daar onder Zuiker, een derde deel gewigts van
t eerde Sap, en kookt ’t tot de dikte van een bekwaam dik Sap, of dunne Syroop, en bewaart het in Potten.
§ 15-
Alle deze Qmfituur-wcrken dienen niet alleen voor Delica • tcjfe , maar ze zyn ook zeer gezond , zo wel voor gezonde als zieke Menfdien: Ze verderken de Maag, ’t Herte en de Leden, vervrolyken door dien den Menfch, en verkwikken den Zieken zeer; dog die hardlyvig zyn moeten ’er niet of
weinig van gebruiken, alzo de £>«eén een doppende natuur hebben; hoewel zommige zeggen, dat ze na deMaaltydgenut- tigt, doen Men pryft deze Confituur», ook zeer
voor zwangere Vrouwen , om een gemakkelyke Kraam te hebben, ais ze eenige dagen van te voren aitemets iets daar van nuttigen, inzonderheid by of na de Maaltyd.
§ 16.
Men kan van de Queën ook een aangenaam Ratafiaat be - reiden, aldus; ueemt van het op voorgaande wyze (§. 143, uitgeperde Sap, doet daar by, na dat het een weinig gedaan heeft, even veel Brandewyn, een weinig Kaneel , eenige Na¬ gels en wat Zuiker, na mate men het zoet begeert, laat het dan op een warme plaatze wat daan trekken; en bewaart het vervolgens tot’t gebruik; of als men het helder en klaar begeert, kan men zulks ook door Vloei-papier laten lopen.
D
beschryving
*4
ESCHRYVING
VAN DE
LV v
SE-BOOM,
§ I.
E Vreemde Benamingen van de KERSE-BOOM zyn Laynfcb^ Cerafus. Cerafus foliis ovato-lan- ceolatis. Linn. Gen. & Spec. R. Prodr. Franfcb , Cerifier. Hoogduitfch , Kirfchen-baum. EngeJfcb , Chery-tree. Deenfcb , en Zweef ch, Körsbar-tne , &c.
De Vrugt zelfs word genoemt Latynfch , Cerafa. Hoog» duitfcb , Kirfchen. Franjcb , des Cerifes. Engefcb , Chery. Deenfcb , en Zweedfcby Körsbar.
5 2.
Onder de Naam van Kerfen worden 3 Hooft-zoorten be¬ grepen ; die van malkander eenigzints in Gedaante, Koleur en Smaak verfchillen; als Kerfen , Fig. 2; Krieken , Fig. 3; en Morellen , Fig. 4.
1. De Kerfen vallen doorgaans rondagtig, en veeltyds iets platagtig-rond , en hebben een ronde Steen. Deze worden in Frankryk genoemt Cerifes j in Hoog-Duitfchland Kirfcben.
2. De Krieken zyn doorgaans wat langwerpig van gedaan¬ te, hard-vleefchiger en zoeter als de Kerfen , en haar Steen is langwerpig, het welk ’t principaallle onderfcheid tuflehen deze twee Hooft-zoorten is. De Krieken worden weer onderfchei- den in wilde en tamme ; de wilde zyn klein , met weinig Vleefch, van Koleur zwart of rood, en ook wel rood-bont; van Smaak doorgaans zoet , zynde de zwarte de zoetfte ; en de roode minder zoet; dog daar zyn ’er ook die bitter of wrang zyn. Deze Krieken groeijen in Hoog Duitfchland , Frankryk
en Braband op veel plaatzen in ’t Wild , in de Boffchen en el¬ ders, en worden heel grote Bomen.
De tamme Krieken verfchillen van de wilde , dat ze gro¬ ter en vleefchiger zyn. Deze noemt men in Frankryk Guignes of Bigearraux , en in Hoog- en Neder-Duitfchland Spaanfe Ker¬ fen. Men vind ze van zwarte, rode, witte, en bonte Koleur.
3. De Morellen verfchillen hooftzakelyk van de Kerfen , dat ze min of meer zuur of amperagtig fmaken , doorgaans ronder en niet zo platagtig vallen, en de Boom dun-ryziger en niet zo regtfeheutig is, maar meer door malkander groeit, ook niet zo groot word ; haar Steen is rond gelyk die der Kerfen. Deze worden in Frankryk Griottes genaamt, in Hoog-Duitfchland Amar ellen of IVeichfeUn , en in Braband Krieken. En deze drie Hooft-zoorten worden weer onder- fcheiden in vele andere zoorten , inzonderheid de twee eerfte (No. 1. 2.), waar van hier na de Lyft en Befchryving volgt.
§ 3*
De Kcffe-Boom bemint de getemperde Lugtftreken , in koude wil hy niet wel aarten , gelyk ook niet in zeer warme (behalven de Spaanfe Kerfen ), waar het ook van daan komt, dat men in Zuid-Fiankryk, Italien en Spanjen geen zo goede Kerfen , nog zo veel zoorten vind als in Hoog- en Neder- Duitfchland.
S 4-
Hy begeert va". een goede, verfche, ongemefte,
’t zy
BESCHRYVING van ee KERSENBOOM,
>t zy zand- of kleyagtige Grond : wordende in deze laatfte de Bomen nogtans groter en fleuriger en brengen groter Vrug- ten voort, als die in Zand-gronden groeijen , dog de Vrug- ten van deze vallen wel zo fmakelyk.
Daar is geen Vrugt-Boom my bekent, die viezer omtrent de Grond is als deze, en derhalven hier in meerder agtllaging van noden heeft : Want het wel gebeurt , dat ’er Kerfen geplant worden in Gronden die goed fchynen, en nogtans de Bomen daar in niet aarten willen, ja dikwils in de kragt van hun groei fchielyk alle verderven, fchoon de Grond behoor- lyk gedolven , en in de diepte geroert en los gemaakt is. Hy begeert juifb geen zeer vette Grond; maar is met een ge¬ ringe te vreden , als die maar verfch of nieuw is , dat is , Waar in nooit of in lange jaaren geen Bomen , en wel inzon¬ derheid geen Kerfe- Bomen, gegroeit zyn; want de ondervin¬ ding leert, gelyk ik zelfs bevonden heb, dat een Kerje-Boom geplant in de plaats daar een ander Kerfe- Boom geroeit is, nooit wel groeit, maar na eenige jaaren quynens verderft, fchoon men nog zo veel moeite aanwend, om de Grond te verbeteren of te veranderen. Wagt U ook om de Grond omtrent of tuflehen de Kerfe-Bomen te meden ; want dit doet haar zekerlyk al quynende langzamer hand verderven ; moet jnen de Grond wat verbeteren, zo is zeer diendig Blad-aar- de , van verrotte Bladen en Takken, met de Aarde te ver- mengen% of andere goede vrugtbare Aarde.
S 5-
Wanneer de Kerfe-Bomen beginnen Gom uit te werpen, zulks is doorgaans een merkteken van haar zwakheid en na¬ derende dood, inzonderheid als de Boom jongis; derhalven behoort men zodanige jonge Bomen maar aandonds uit te roeijen, en andere in de plaats te zetten.
§ 6.
Alle zoorten van Kerfen worden voortgequeekt door mid¬ del van Buiging, Enting in de Klove, of Oeuleering, op jonge Plantzoenen die uit Krieke- Stenen gewonnen zyn, dog zulks
15
gefchied wel hooftzakelyk op de eerde wyze, dewyl 't enten en oculeercn aan deze Vrugtboom dikwils niet al te wel flagen wil. Hoe wel zulks ook veeityds door verzuim of onkunde ontilaat; want als men de Stammetjes ent terwyl ze heel jong, en nog maar 2 i 3 jaaren oud zyn, en dat men zulks vroeg m ’t jaar, te weten in February of in ’t begin van Maart, ver- rigt , zullen ze zelden of weinige komen te miffen ; veron- derftellende dat ’t enten behoorlyk wel gedaan is, want het te diep tot op ’t merg fnoeijen der Ent-ryfen, ook dikwils de oorzaak is dat dezelve niet vatten ; zynde in het bezondere de Kerfen in dezen zeer keurig: En zo is ’took gelegen met ’t oculeer en; moetende daar toe ook heel jonge Plantzoenen gekozen , en de tyd van doening wel in agt genomen wor¬ den, namelyk, wanneer ’t Sap wel ryfl, en dus ’t Plantzoen en Oculatic wel loffen wil.
§ 7-
Men ent en zuigt de Kerfen ook wel op Uitlopers van be¬ jaarde Kerfe - Bomen die op Kriek ge-ent zyn , of, op Uitlo¬ pers van wilde Krieken, daar die in ’t wilde waflen , zynde gevolglyk deze Uitlopers van de natuur der Krieken, die uit Saad voortkomen; dog men bevind, dat deze Uitlopers weini¬ ge r gewas maken en minder groot worden als Bomen uit ’t Saad; en dat derhalven de Enten die daar op geflelt worden, ook kleiner Bomen , dog draagbaarder , worden als the op Kriek uit ’t Saad ge-ent zyn; waarom deze Uitlopers inzon- derheid gebruikt worden tot Bomen die klein zullen gehou¬ den worden, als, Bouijfons en Espalier s- Bomen.
% 8.
Tot het Planten moet men nooit ouder ge-ente Bomen ver¬ kiezen als van twee- of drie jarig Ent-gewas, en van gezoog¬ de nooit ouder als van één k twee-jarig Ent-gewas, om dat ouder van gewas niet of bezwaarlyk aan de gang raken. Ver¬ ders by ’t planten in agt nemende 't geen in ons ijle Veel aangewezen is. I11 ’t bezondere agt gevende, dat men dezel¬ ve niet te diep, maar by na boven op de Grond plant, zo D 2
dat
1*5 BESCH R Y VING v
dit de Wortels maar met a Ij vinger breed Aarde overdekt zyn, en zulks Vooral in vogte koude Gronden, om dat de on¬ dervinding leert, dat ze dan beter groeijen; en zo’er na 't plan¬ ten een droge Zomer volgt , zo moet men de Wortels met Nlapge , Rund, of Siroo, tegen liet uitdrogen overdekken.
Byna geen zoort van Boom -gewas luiflert zo nauw by ’t plinten, om hem wel met Aarde tuffcilen de Wortels te voor¬ zien, als deze; want de minde Holligheid, of de Lugt die hier in blyfr, en ’t 1'diimmelen dat daar door aan de Wortel ontdaat, kan ziekte, ja vecltyds de dood aan den Boom ver¬ oorzaken; weshalven men by liet planten nauwkeurig in agt nemen moet , de droge Aarde wel tuffehen de Wortels te fehddden.
S 9-
Aangaande het Snoeijen der Kerft- Romen, zulks gcfchicd verfeheidentlyk , volgens de differente zoorten : Morellen , Kers van der Nat, Oranje- Kers, en in ’t kort alle zoorten die dun ryzig Houtgewas maken , en die meed alleen aan de einden der Loten nieuwe Loten voortfpruiten , willen niet gefnoe.it, of ten minden niet getopt wezen, want dit zoude de opvoering der Sappen grotelyks verminderen, en dus de groei, zo we! van ’t Hout als Vrugten, verzwakken, en de Vrugten kleinder en onfmakelyker doen blyven : Derlnlven als deze Bomen te veel Hout hebben, dat verwarringen be¬ drukking veroorzaakt, of het fatzoen krenkt, zo is ’t beter een geheeie Tak, ’t zy groot of klein, hier of daar uit te fnoei- jen, als ’er veel aan te korten.
Andere Kerft n, die zwaarder, regtfeheutiger Hout gewas maken, en ingekort zynde , weer gewillig nieuwe Loten fprui- ten, als By voorb., de Praag ft Mufcatel, Gadropft, Rouaan- fe, Spaanft Kerftn, &c., kan men veiliger fnoeijen, of kor¬ ten, als het de noodzakelykheit vereifcht; namelyk, als ze te veel Hout hebben, of als men ze kort, op de wyze der Bou. iftjons , houden wil , en een cierlyk fatzoen doen hebben.
Ondertuflchen zo is ’t zeker , dat alle zoorten van Kerfen van die natuur zyn , dat ze liefft niet willen gefnoeit wezen
an de KERSE-BOO M.
ten zy maar, gelyk gezegt heb, eenige Takken hier of daar die liet fatzoen benemen of verwarring veroorzaken; want ze zonder veel fnoeijen en korten meer en ook fmakelyker Vrugten voortbrengen, daarenboven ook van langer Levens- tyt zyn, gelyk dit klaar beveiligt word daar door, dat men de Kerfen die in ’t wild groeijen, heel groot, oud en vrugt- baar ziet worden.
§ 10.
De Zomcr-fnoeijing moet aan de Kerfen geheel niet gefchie- den, dewyl die aan de meeile Steen-vrugten nadeelig is; dog heeften die aan Espaliers liaan, ontiail men ’s Zomers wel van deze en gene overvloedige Loten, om de verwarring en be¬ drukking te verhinderen, en die men behoud, worden dan zonder inkorting aangebonden.
§ ir.
Dog het gezegde is hooftzakelyk te verdaan van wat be¬ jaarde Bomen; jonge Kerfe-bomen moeten, gelyk als andere Vrugt-bomen, in de eerde 314 Jaaren na de Enting kort gefnoeit worden , inzonderheid die fterk en regtfeheutig Hout¬ gewas maken, als de Praagft, Gadropft, &c.; om dat ze anders te fchieiyk vgn onderen hol worden , en kaale armen verkrygen.
§ 12.
Men moet ook nooit geen bejaarde Kerfe-bomen kandela¬ ren, in mening om ze weer nieuwe Takken te doen fprui- ten en ze daar door te vernieuwen, gelyk men wel met andere oude Bomen gewoon is te doen, want de ondervinding leert, dat dezelve, om dat ze een zeer dikke ruwe Schors hebben, niet of weinig fpruiten , en doorgaans verderven. I Iet is der- lialven beter, dat men van de oude Bomen profiteert zo lang ze eemgzmts vrugtbaar zyn; maar dat men ondertufichen niet verzuimt, by tyds jonge Bomen elders te plaatzen, dewelke met hunne Vrugten die der oude afgaande Bomen vervangen, om dus niet van deze Vrugten fchieiyk ontbloot te wezen; zynde de levenstyt der Kerfe-bomen, of de tyt hoe lang dezel¬
ve
BESCHRYVING van de K E R S E - B O O M.
ve bekwaam blyven, om goede Vrugten te geven, 15 kso Jaaren , of ten langden 30 Jaaren in de bede Gronden.
§ 13-
De Kerfen verftrekken rauw voor eene zeer aangename Spyze , inzonderheid in heete tyden , want ze verkoelen , verdaan den dorft , en verkwikken zeer , zyn ook niet on¬ gezond , en dienen inzonderheid voor heete Naturen , en voor Hypochondriake Menfchen; dog men houd de eigemlyk zogenaamde Kerfen , als de Praagfe , Volger , enz., en wel zonderheid die wat amper of Rynfe Wynagtig van fmaak zyn ? als de Kers van der Nat , Morellen , enz. , voor gezonder als de zoete Krieken , Spaanfe , en andere hoewel deze aan de mond aangenamer vallen.
§ 14*
Da Kerfen dienen ook voor de Keuken , om daar verfchel- derhande Lekkernyen van te bereiden, als Compoi, Saufén, Taarten , enz. Ook worden ze veel geccnfyt , zoo wel droog als nat , en waar toe de kippige , inzonderheid de Praagfe Mufcadel, Folger, Morellen , enz., wel’t meeft geagt Worden, en ook de befte zyn.
5 15-
Om de Kerfen nat te confyten : Neemt fclione , verfche, even rype Kerfen, fnyd ’er de fteelen op de helft af; maakt dan een geclarificeerde Syroop van Suiker (. Peer-boom $ 12.) tot 6 pond Kerfen omtrent 4 pond Suiker nemende ; kookt uwe Kerfen zagtjes in de Syroop , tot dat dezelve fpind, doet dan de Kerfen met de Syroop, wat koel geworden zynde, in uwe Confituur-potten , en bewaart ze we] toegemaakt.
Zommige maken de Syroop van ’t uitgedrukte Sap van Ker¬ fen, by ijpond Sap 4 pond Zuiker voegende: ’t welk ook beter houde, als men Kerfen genoeg heeft.
§ 16.
Men maakt ook wel een Moes van de Kerfen , om in Taar¬ ten en ander Gebaks ’t gehele jaar door te kunnen gebruiken, op de volgende wyze : Neemt van de Steelen gezuiverde Kerfen, Iaat ze in Wyn wel koken, daarna wryft het door een Teems, laat dan ’t Moes met zuiker, tot yder 3 pond Moes
i f
h k 2] pond zuiker nemende, koken, tot een bekwame dikte j het zelve geftadig roerende, op dat het niet aanbrande.
5 17.
Daar worden ook Koekjes van gemaakt , op deze wyze 1 Neemt fappige Kerfen die wat amper zyn, plukt ’er de Stee. len af, kooktze zagtjes in een aarden pot, zonder of mee weinig water, dat is, in haar eigen Sap, roertze geftadig datze niet branden ; als ze dus eenige tyd gekookt hebben , dan wryft ze door een Teems , doet by yder pond vleefch om¬ trent een pond zuiker, laa' ’t daarna zagtjes een weinig koken, geftadig roerende ; vervolgens legt '1 by brokjes op een gladde plank die met fyne zuiker beftrooit is , en formeert ’er Koek¬ jes van , die gy daarna by een Kagchel of op een andere war¬ me plaats moet laten drogen, en droog zynde, in een Doos tuffehen fchoon Papier bewaren. Men kan , als men wil, by alle de gemelde Condita wat Specerytn doen , gelyk by de Peer- toom § 11. gezegt is.
$ l8.
Om droge geconfyte Kerfen te maken , heeft men niets an¬ ders te doen , als de op voorgemelde wyze (5 1 5.) nat ge* eonfyte Kerfen uit de Syroop te nemen, op een Zeef te laten uitdruppen , vervolgens op een met zuiker beftrooide Plank of op een Blik of Blikken te leggen , en op een warme plaat te laten drogen , dezelve altemets omkerende , en met wat fyne Zuiker beftrooijende.
5 19.
Van de Morellen maakt men een zeer aangenaam Zap , al¬ dus : Parft het zap uit de Morellen , na dat de fteelen ’er afgedaan zyn , kookt dit met zuiker , tot 5 pond zap 1 ; h 2 pond zuiker, of wat meer nemende als men’t zoeter be¬ geert, fchuimt het wel, en kookt ’t tot een matig dik Zap, doet het dan, koud zynde, in glazen Vleflchen, en bewaart ’t wel toegemaakt.
Alle deze gemelde Confituuren zyn zeer aangenaam en ge¬ zond , en mogen zo wel van zieke als gezonde genuttigt E
War.
E E S C II R V V I N G van de KERSE-BOOM.
»!)
worden; ze verlterken het Iteté , leflchcn den dorft , en verkwikken zeer.
§ 20.
De Morellen worden in Duitfchland en elders ook veel ge- droögt, dewelke daarna, met wat zuiker gekookt zynde, een aangenaam Eetcn zyn.
§ 21.
Wilt ge een aangenaam Ratifiaat of Liqucur maken , zoo neemt wel gedroogde Morellen , flaniptzc mot Stenen en met al in een Vyfel, zetze dan op goede Brandewyn , doet daar by wat Zuiker , een weinig Kameel en eenige Nagels , en laat liet eenige tyd in de Zonne, of by ’tvuur trekken; gyzult dan iets lekkers hebben , dat gy wel by occafo aan aanzienelyke Mcnfchen prefenteeren moogt : Wil men dit Aftrekzel heel klaar hebben , zo laat liet door Vloei papier lopen , ’t zal dan zeer helder wezen.
Men kan dit Liqtitnr ook inzaken van verfche Morellen , maar dat is zoo aangenaam en kragtig niet als van gedroogde, om dat het wateragtige Zap der verfche Morellen het zelve verzwakt ; maar als men ’t zelve hier van maakt , moet men ’er de Steenen nitnemen, dezelve apart in (lukken ilampen, en dan met 't vlecfdi , enz. op Brandewyn zetten , als voren.
§ 22.
In Duitfchland , daar veel Krieken in het wild wafien , en inzonderheid in Zavitzcrland , word 'er een Water of Geeft uit de Krieken gediftilleert , na dat dezelve met de Steenen gefloten zyn , en wat gedaan hebben tot datze giften , het welk men aldaar Kirfcb-tuajfer noemt, dat niet alleen zeer aangenaam, maar ook , matig gebruikt wordende, gezond is, want het verfterkt het llerte en verkwikt de Geeften.
§ 23- :
Men maakt met de Morellen ook een aangename ÏVyn , in¬ zonderheid in de Wyn -landen, aldaar Kirfch- of tVeicbfd.wcin (dat is Kerfe- of Morelle-wyn) genaamt, die zeer geurig cn in de hecte Zomer-dagen zeer verkoelende en verkwikkende is.
De wyze om deze Wyn te maken is ligt; men neemt Morel. Ie», men dampt ze met de Steenen wel klein , na dat de Stee- len ’er afgedaan zyn , men doet die in goede , zagte roode Wyn, of ook in witte Wyn, met eenige Nagels of Kaneel, 7.0 men wil, na omtrent 14 Dagen is dezelve bekwaam tot’t gebruik.
S 24.
Om de Kcrfen een geheel Jaar lang goed of verfch te be¬ waren, doet men als volgt. Men plukt de Kcrfen , (van de fchoonfte, even rype)by helder droog weer zeer voorzigtig, dat ze niet ’t minfte gekneuft worden , men doet ze in eene glazen Vlefch met een wyde mond , men maakt dan de mond der Vlefch , door middel van een Kurk en daar over heen Hars , dat met wat Terpentyn en Was fmeltende ver¬ mengt is, wel water-digt : Aan deze Vlefch maakt men dan een Koorde, of beter een lang Koperdraat vaft, dewyl een Koorde haaft verrot, en men laat de Vlefch dan in een koe¬ le Rcgen-bak, Put of Bron , tot op de grond neder zakken, de Koord of Draad dan boven vaft makende , om daar mede de Vlefch op zyn tyd weer op te halen. Op deze wy¬ ze kan men in de Winter verfche Kerfen opdisfehen.
§ 25.
Men kan de Kcrfen ook op deze wyze een geheel Jaar lang voor ’t bederf bewaren : Na dat de Kerfen voorzigtig , gelyk te voren (§ 24.) geplukt, en de Steelen ’er meed afgefneden zyn, legt men dezelve in een verglaasde Pot; dan maakt men goede witte Wyn heet, en giet die zo heet over de Kerfen , tot dat ze daar onder bedolven zyn, als dan de Wyn koud geworden is, bedekt men die met een dunne Bodem van ge- fmolten Boter, en men bewaart de Pot op een droge plaats, en daar het ’s Winters niet en vrieft : Dog deze Kerfen die¬ nen alleen tot Spys-toebereiding, in de Winter of op andere tyden : By ’t gebruik neemt men de Boter boven af, en na de benodigde Kerfen ’er uit de Pot genomen hebbende , fmelt men de Boter en giet ze weer over de Wyn, welke Boter dc Kcrfen voor de Lugt en dus voor ’t bederf bewaart.
§ 2<S,
BESCHRYV ING van de KÈRSË-ËÖOM.
§ 26.
Ten laatften moet ik nog aanmerken, dat de Vogels, in¬ zonderheid de Staar gen , Mujfchcn en Ly fiers , de Kerfen zeer aandoen, en dikwils zodanig aanfpreken , dat men ’er weinig van de Bomen plukken kan, indien men niet op middelen bedagt is, om de Vogels van de Bomen af te keren. Zom- mige hangen tot dien einde boven uit de Bomen aan een Staak eenige dode grote Vogels, om de levende te verfchrikken , of ze hangen om de Bomen Touwen met veel Veeren: Andere zetten Klapper-molens, die door de wind gedraait worden cn een fterk geraas maken, op (haken by de Bomen. Dog alle deze Praétyken zyn van Weinig dienft; want de Vogels merken het bedrog haalt, en vrezen die dingen na een Dag 2 ft 3 weinig meer, zo dat ik gezien heb, dat ze zelfs op diergely- ke dingen gingen zitten, inzonderheid de jonge Staar gen , die zeer dom en drieft zyn.
Het befte middel is, dat men Netten over de Bomen hangt* en op dat ’t Net geen nadeel aan de jonge Loten der Bomen doen zoude, die anders door het Net, als het ’er oplegd, gedrukt en gekneuft worden , of fcheef groejen , zo zet men één of meer Kruiden , die van latten gemaakt en aan een (taak valt gefpykert zyn, kruis- wys en tuflehen de Boom door, waarop het Net koomt te leggen, om alzo de Boom niet of weinig te raaken.
§ 27.
Zommige vermogende Liefhebbers doen expres grote Netten bereyden , om daar mede een geheel , min of meerder groot , Kerfe-Hof , waarin de Bomen tot dien einde wat digter als or- dinaris by elkander geplaatft zyn , van boven en ter zyde te bedekken ; wordende hier en daar tuflehen de Bomen met order een Paal in de grond gezet , en daar over heen Lat¬ ten gelegt, waarop het Boven-net koomt te ruften,
§ 28.
Men kan de Kerfen , indien de Bomen in een aparte Bogard by malkander (taan , ook voor de Vogels bewaren , door
r9
middel van een Jongetie, die men voor weinig Dag-geld heb¬ ben kan , den gebeelen dag daarby met een Ratel te laten oppaiïen , om dus de aankomende Vogels door ’t geraas der Ratel te verjagen : Dog ’t heeft zomtyds , inzonderheid als de Vogels in menigte zyn, nogal zyn werk, om’erMeeftef van te blyven , en daar dient nauwkeurig , van ’s morgens heel vroeg tot ’s avonds laat op gelet te worden.
§ 29.
Zommige meenen deze ongenodigde gaften te verjagen . door middel van’t fchieten; maar dit zal een ervaren Hove¬ nier of Eygenaar niet ligt dulden , om dat zulks niet alleen weinig nut doet, maar ook hooftzakelyk, omdat de Bomen door den Hagel zeer worden bedorven.
§ 3°-
Het Hout der Kerfe-bomin is hard , van koleur bruin-fos- agtig, en word veel gezogt van de Draayers, Schrymverkers, Lyftmakers, Stoelmakers, enz. om daarvan Stoelen en an. dere cierlyke dingen te maken.
5 3r-
Nu zal ik ten laatften, tot Vermaak van de Liefhebbers, nog iets melden van liet vervroegen der Kerfen, dat is hoe men de Kerfen vroeger , als in de ördinaris natuurlyke tyd van rypwording hebben kan: Dit gefchied op verfehei. derhande wyze: Eerftelyk
5 32-
Verkieft een of meer jonge Boomtjes van de Prtmgfche Mufcadcl-kers , ’t zy laag- of half-ftamde , die nog niet zeer grote Kronen hebben , maar wel aan ’t dragen zyn ; gelyle deze zoort van natuur vroege vrugten geeft, zynde andere zoorten niet zeer bekwaam om te vervroegen ; graaft die in het Voorjaar voorzigtig uit, en plant ze in bekwame grote Kaffen, Vaten, of beft in grote, wyde, gebakkene fteene Potten , zetze dan ergens op een fchaduwagtige plaats , en E 2 onder.
jo B E S C II R Y V I N G van
ondethoudze in ’t vervolg wel niet beVogtlgen , inzonderheid by (lerke droogte , op datze in de Potten bewortelen ende wel in de groei komen ; en om deze groei nog beter te be¬ vorderen en natuurlyker te doen zyn , zo is het dienftig , dat men het benedenile der Potten iets in den grond zet , en vervolgens by droogte den grond rondom de Potten al- temets met water wel bcvogtigt ; want dan zullen de wor¬ tels het vogt van onder door middel van de gaten , die in de Bodem van de Pot zyn na haar trekken , en daar door de Bomen natuurlyker en beter groeijen.
§ 33*
Deze Bomen dan dus de Zomer over wel gegroeit heb¬ bende , zoo zet men dezelve in het begin van de volgende Maand Janmrius, of ook eer, in eene bekwame grote Stook- kas , en men ftookt dezelve van tyd tot tyd , naar mate van het weer, invoegen dat de Kas altyd egaal, dog voor- eeril maar matig , warm is, namelyk van omtrent 20 Gra¬ den , volgens de Thermometer die in ons EerJU Deel be- fchreven is, de Kas altemets over dag iets lugtende; dan zal men zien dat de Knoppen met ’er haalt beginnen te zwel¬ len, en vervolgens aan ’t bloeijen te gaan, als wanneer de Lugt-geving boven al hoognodig is , en niet moet verzuimt worden , om dat anders de Vrugten niet zouden zetten, maar altemaal afruyen : Gezet zynde , kan men haar wat meerder warmte door ftoking laten genieten , in alle deelen , zo veel doenlyk is, nabootzende de warmte en aandoeningen van het natuurlyke Saifoen waarin de Kerfen bloeijen en haare ryp- heid verkrygen, gelyk in ons Eerfte deel by de Broei-konf om- ftandelyk gezegt is ; en dus doende , zal men in het laatiie van Maart, en zomtyds vroeger, rype Kerfen kunnen opdiflchen j Dog valt dit hier nog te zeggen , dat de Kerfen zeer keurig in het zetten zyn , en dezelve door deze wyze van broeijen , onaangezien alle moeite en oplettendheid , egter nog dikwils afruyen , inzonderheid wanneer het in de bloei-tyd koud en liegt weer is , zo dat men de glazen weinig openen kan om
de KERSE-BOOM.
te lugten : willende dezelve in de Bloei tyd ook geen gebrek van vogt lyden, waar op men grotelyks letten moet.
§ 34'
Men kan de Kerfen ook bloeijen voorts na de planting tot dien einde in de Ilerfil of Winter in Potten geplant zynde, dog dan is de Vrugt-zetting nog onzekerder.
5 35-
Deze volgende maniere van vervroeging is beter als de vo¬ rige. Men plant lage- of half-ftamde jonge Praagfe Kerfe- bomcn in een koude Broei kas of Zonne-bak, die bekwaam groot en hoog is, in de grond in een Ry, niet ver van mal¬ kander, te weten 6 h 8 Voeten, men onderhoud ze wel, op dat dezelve wel in ’t gewas zouden komen , en men laat ze vervolgens aldus in de opene Lugt groeijen, tot dat ze draag¬ baar genoeg zyn, en het dus de moeite waardig is, om ze te broeijen; als dan legt men in het begin van Januaritts de gla¬ zen voor de Kas, en men onderhoud de Bomen met lugten, inzonderheid in de Bloeityd, gelyk zoo even te voren (§ 33 ) gezegt is, zorg dragende, dat de Kas ’s nagts tegen de vorft, en ook over dag als ’r met een betrokkene Lugt vrieil , ge¬ dekt worde , inzonderheid in de Bloei-tyd; moetende om die reden de Kas ook , indienze alleen van Hout is , rondom met lange Meft of Stroo digt omzet worden: De Vrugten gezet , en iets vergroot zynde , kan men wat minder lugten (ten ware by fterke Zon , en tegen ’t typen der Kerfen) om de warmte in de Kas te vermeerderen en de Vrugten daar door tot rypwording te brengen, dewyl de Kerfen natuurlyk met een vermeerderende warmte rypen, en op deze wyze zal men in de maand Afril fchone rype Kerfen kunnen hebben.
Men kan de jonge Kerfe- bomen ook buiten een Broei-kas • op een welgelege voordelige plaats digt planten , en daarna, als de Bomen draagbaar zyn , een houten Kas om dezelve doen maken ; ’twelk beter is, om dat dan de Broei-kas met zo langen tyd vergeefs behoeft te leggen. En men kan ook wel
2 Reyen
BESCHRYVING van de KERSE-BOOM.
at
2 Reyen Bomen voor malkander planten , agter half-ftamde , en van voren lage Bomen , de Reyen , en de Bomen in de Rey, omtrent 5 a 8 voeten van elkanderen; en zulks zo weinig of zo veel Bomen als men begeert.
§ 3 6-
Ook kan men de Kerfen vervroegen door middel van een Zonne-bak, ’t zy dat zulks lootregt op ftaat of fchuins agter overhelt, dog welk laatfte beter is, waarin de Bomen tegen de Agter muur of Schutting in de opene Grond geplant en uit¬ gebreid (laan ; moetende daar by dezelfde obfervaticn als in de koude Kas in agt genomen worden.
§ 37-
Ten laatften zo kunnen de Kerfcn ook worden vervroegt in eene agter overleggende Stook-kas , in welke de Bomen ook in de Grond tegen de Agter-muur geplant (laan ; ’t welk de befte manier is, als men de Kerfen wat vroeg begeert ; zullende in deze Kas niet ligt ruijen , als men maar in de Bloei - tyd -op ’t lugten paft ; moetende deze Kas redelyk fterk ge- ftookt worden, om de Agter-muur genoegzaam te verwafmen. Ziet de Broei- konfi in myn ijle Deel.
Nu zullen we tot de Sjnonymifcbe Benamingen en de Be- fchryving der Kerfen overgaan.
SYNONYMISCHE LYST
van de
Meefte Zoorten van Kerfen die hier te lande bekent zyn.
A.
Gaat-kers.
Amarel , zie Morel.
Jan Arendfens Kers.
B.
Igareau , zie Rouaanfe , en Spaanfe.
Boete Kers , zie Morel.
Bogerts Kers , zie Morel.
Bruffelfe bruine , zie Morel (Soete),
Bruffelfe rode , zie Oranje Kers.
c.
^^lOnfituur-kers , zie Grande Triumphante , en Mprelle.
D.
Dubbelde Bloems-Kers, niet draagbaar. Roosjes Kers, ondraagbaar .
Dubbelde Bloems-Kers, draagbaar . Roosjes Kers, draagbaar. Dubbelde May- kers , zie May-kers.
Dubbelde V blger , zie Volger.
F.
F ,
JL Ranfe jVyn-kcrs.
G.
Adcroopje , zie Hertogs-Kers.
Glas. kers , zie Volger.
Glimmen , zie Volger.
Grande Triumphante. Montmorancy-kers, Confituur-kers, is een zoort van dubbelde Volger, en draagt flerk.
Griotte , zie Morel.
Grote Turk , zie Turkfe Kers.
Guigne , zie Volger.
(lulde. mouds Kers , zie Volger.
Gulde-viagens Kers, zie Volger.
H.
H Ert-kers, zie Rouaanfe. Hertogs-Kers. Gaderoopfe. Knap-kers, Hcrtoginne Kers , zie Oranjc-Kers. Hollimdfi Kers , zie Praagfe.
K.
J^_Afleroopfe Kers , zie Morelle.
Kafteroopfe U^yn-Kers , zie Ibid.
Kers Condé?
Kers (Gemene of tamme') , zie Mofel-kers.
Kers met bonte Bladen.
Keulenfè Kers , zie Morelle.
Knap-kers , zie Hertogs Kers.
Kops-Kers?
Kriek (Zwarte). Wilde Kers of Kriek , de Zwarte ; ook Scbeur-kers van zommige genoemt.
Kriek (Rode). Wilde Kers of Kriek, de Rode.
Kriek van den Broek.
Kuis- bonte , zie Rouaanfe.
F
M.
L Aurïts (Prins) Kers.
iv, ay- kers (Dubbelde).
May-kers (Kukelde).
May -Morel, zie Morel (Zoete).
Montmorancy- Kers , zie Grande Triumphnnte.
Morcl-kcrs (Enkelde). Morelle. Aniarellc. Gemeene Kers. Boere Kers. Bogert-Kers. Siiurc Kers. Wyn-Kers. KeuJnfe Kers. Rynie Kers. Scheur-kers. Kriek in Br a band ge noemt.
Hier van zyn eenige differente Zoorten , als groter of klein - dere, ligt er- of donker der -roode , min of 'meer fuuragtige s en deze worden door Uitlopers of J'chcuHng zonder vei en¬ ten voort gequeekt .
Morel-kers (Dubbelde of grote). Late Morel-kers. Late Amarelle. Confituur-kers. Grintte.
Deze worden in Holland onderfcheiden naar de Groei-plaats en gruote , als in
Blauwe Morel.
Haarlcmle Morel.
Meurfe Morel.
Rojaal Morel. Grote of late Rojaal-kers.
Warikfe Morel , &c.
Morel kers (Zoete). May-Morcl. Bmffelfe Bruine. Kalle- roopfe Wyn-kers.
Morel-kers (Zoete dubbelde). Dubbelde May-morel.
Mujcadel-kci s , zie Praagfe.
N,
o
J Ranje-K
ff^Oj aal- kers , zie Morelle.
Koosjes Kers , zie Dubbelde Bloems-Kers.
i Aantjes Kers. Turkfe Kers. Purgeer -Kersje; een Heefler-gewas zynde.
Nat (Kers van der).
Rofenobel-Kers , zie Volger.
Rouaanfe Kers (Dubbelde). Franfe Wyn-kers. Spaanfe Wyn-kers. Zuiker-wyn-kers. Hert-kers. Kuis bonte. Bigarreau.
Rouaanfe Kers (Enkelde).
Rynfe Kers , zie Morelle.
) Akerdaan-kcrs , zie Spaanfe.
Scheur-kers , zie Morelle , en Kriek.
Schimrnelpennings Kers , zie Volger.
Seeuwfe Kers , zie Volger.
Spaanfe Kers (Swarte . Bigarreau noir.
Spaanfe Kers (Swarte) met een punt aan’t eind , Punt- kers genoemt.
Spaanfe Kers (Rode). Bigarreau rouge.
Spaanfe Kers (Bruine). Sakerdaan Kers.
Spaanfe Kers (Witte). Bigarreau blanc.
Spaanfe Kers (Bonte). Piarl-kers.
Spaanfe kVyn-kers , zie Rouaanfe.
Suyker-lVyn-kers , zie Rouaanfe.
Suurc Kers , zie Morel.
Swolfe Kers , zie Volger.
Bigarreau brun. Viceroi.
T.
T
j[ Ros-kers. Zynde een kleine Kriek, veele aan een Hoof t-fleel. Turkfe Kers. Grote Turk.
Turkfe Kers , zie Naantjes-kers.
V,
Kers. Hertoginne Kers. BrufTelfe-rodc.
A 'ar l- kers , zie Spaanfe.
Piet er [ons- Kers , zie Praagfe.
Praagfe Kers (Vroege). Praagfe Mufcadel-Kers. Mufcadel- Kers. Hollandfe Kers.
Praagfe Kers (Laate). Laate Praagfe Mufcadel-kers. Laate Hollandfe Kers. Lange Praagfe Kers. Velfcr Kers. Pieterfons-Kers.
Prïnfen Kers.
Princefle Kers.
Punt- kers , zie Spaanfe Kers.
Purgeer-kcrs , zie Naantjes-kers.
Iceroi , zie Spaanfe (Witte).
Felfer Kers , zie Praagfe.
Volger Kers. Vroege Volger. Glas -kers. Water -kers. Guigne.
Volger ( Dubbelde ), zie Volgers-Volger.
Volgers-Volger. Late Volger.
Deze worden verfcheidentlyk genoemt , ah Dubbelde Volger.
Glimmert , of grote Glimmert.
Gulde-monds Kers.
Gulde wagens Kers.
Rofenobels Kers.
Schimrnelpennings Kers.
Seeuwfe Kers. Grote Seeuwfe.
Swolfe Kers. &c.
Zynde alle een en dezelfde Zoort , of verfchillen maar weinig van malkander in grootheit en koleur , dat van de Stand¬ plaats &c. komen kan ( ziet myn POMOLOGIE en \Jie DEEL )i hebbende alle heel korte Stcelen.
W
Aler-kers , zie Volger. iVilde Kers , zie Kriek.
Wyn-kers , zie JLouaanfe , en Morelle.
T
BE-
beschryving
van de KERSEN.
BESCHRYVING der KERSEN,
Die in de voorgaande Lyfl ge¬ meld zyn.
A GAAT-KERS. Is platagtig rond, van gedaante als de 1 X Kolger-kerfen-, van Koleur, ryp zynde, heel fwartag- tig-bruin, vleefchig als de Praagjc Kers , maar van een aan¬ genamer en verhevener geur.
De Boom groeit wel, met regt opgaande Loten; bloeit heel fterk, maar ruit na de zetting doorgaans zeer veel, en is daar door zeer ondraagbaar.
JAN ARENDSENS - KERS. Is van Gedaante en Koleur de ronde Praagfe Mufeadel- kers niet zeer ongelyk, maar klein¬ der en in allen niet zo zoet en geurig van Smaak; maar word weinig gevonden, dewyl ze, na dat de Praagfe Mufeadel be¬ kent geworden is , weinig meer gekweekt en gezogt word, fchoon ze om bare Vrugtbaarheid wel waardig is geplant te worden; makende de Boom ook goed gewas en fchik.
DUBBELDE BLOEMS-KERS, De niet iraaglaare : De Eloeifels van deze Soort zyn zeer dubbeld, uit vele kleine wit¬ te Blaadjes zeer netjes te zamengeftelt , mooy om te zien in de Bloei-tyt, bloeijende ook zeer fterk ; weshalven ’t waardig is eemge Boomtjes daar van ergens op ’t gezigt te planten, fchoon de Boom geenVrugten geeft; dewelke ook niet groot word , en op de wyze der Morellen , waar van het ook een Mede- zoort is, en met dunryzig, fyn, door malkander groeijend Hout groeit.
DUBBELDE BLOEMS-KERS, De draagbaare : De Bloei- zels van deze Soort zyn niet zo dubbeld als de voorgaande,
nog zo oogzienlyk, maar daar komen zomtyds Vrugten van, dog weinig.
HERTOGS-KERS. Is van gedaante iets Iangwerpig-rond
als de Krieken , dog na onderen niet zo dun; van Koleur zwart- agtig-bruin , als ze ryp is , met twyffelagtige ligter Stippen als geftippelt of gefprenkelt; zynde voorts hard -vleefchig, en in t ecten als iets knappende, dog van een zoete, heel aangename fmaak.
De Boom maakt fterk regt opwaflend Hout-gewas, en een goed fchik, is ook zeer draagbaar, inzonderheid als hy eeni- ge Jaaren oud geworden is, en is waardig om geplant te wor¬ den, wegens de vrugtbaarheid en aangenaamheid der Vrug¬ ten ; te meer, om dat de Vrugten de aangename Praagfe Ker- fen vervangen, en voorts daar op volgen.
KRIEK VAN DEN BROEK. Is eene kleine Kers , veel klemder als de zwarte Sfaanfe, daar ze anders in gedaante en koleur heel veel na gelykt , als zynde langagtig en donker bruinzwart; ze heeft weinig Vleefch, dat egterzappig, zeer zoet en geurig van fmaak is.
De Boom maakt fterk opgaand Hout gewas , en kan tame- lyk groot worden , als hy in een vrugtbare grond ftaat ; hy is in den beginne zeer draagbaar , maar ouder wordende draagt hy nog veel fterker.
Daar word nog een andere zoort van Krieken in de Hoven geplant , zwarte Kriek genoemt , van gedaante , koleur en fmaak gelyk aan de vorige, maar ze is nog klemder, en heeft weinig Vleefch om de Steen , dog dat volzappig is , maar is wegens zyn kleïnheit niet wel waardig om ’er van te planten. De Boom word de grootfte en gaaffte van alle Krieken die men in de Hoven plant, en draagt fterk. Hier van is ook een rode zoort.
PRINS MAURITS KERS , is ook een zoort van een Kriek , die nauwlyks zo groot word , als de Kriek -jan den Broek , en aan die gelyk van gedaante is; haar koleur is mooi fcharlaken-rood en vol twyffelagtige witte Hippen, voorts van een aangename zoete fmaak, dog niet zo zoet als de Kriek •van den Broek,
F 2
De
BESCHRY VING
van de KERSEN.
24
De Boom maakt goed regtfcheutig Hout gewas , en is heel draagbaar»
DUBBELDE MAYKERS , is ook een zoort van eefi Kriek i gelykt in gedaante , koleur en fmaak zeer na aan een laate Praagfe Mufeadel , maar heeft een Krïcke- dat is een langagtige Steen , en behoort ge vol gelyk tot de zoort der Krieken. De Boom maakt goed Berk Hout-gewas , als de Praagfe, maar is zeer ondraagbaar , fchoon hy Berk bloeit, dcwyl de Bloeizcls , of ook de Vrugten na de zetting, door¬ gaans jaarlyks meeB alle afvallen , inzonderheid by koud weer.
ENKELDE MAY KERS , gelykt , zoo in gedaante als natuur, aan de voorgaande, maar is veel kleinder en ook zeer ondraagbaar , derhalven niet wel waardig geplant te worden.
MOREL KERS (ENKELDE) , i$ een ronde donker- bruin-rode Kers , van een zimragtige fmaak ; daar zyn vele zoorten van , welke alleen verfchillen , daarin , dat zommige wat groter , andere kleinder , en min of meer zuuragtig zyn.
De Boom word tamelyk Berk ; hy maakt veel Uitlopers uit zyne Wortels , en zulks dikwils op een verre afftand van de Stam , door welke hy gemakkelyk vermeerdert word , zon¬ der dat men hem behoeft te enten.
MOREL KERS (DUBBELDE-) is van het Geflagt der voorgaande , van gedaante rond en groter als de Praagfe Kers , met een korte Steel; haar koleur is, n?p zynde, dohkèr-bruin- rood , zynde voorts vleefchiger als de Praagfe en diergelyke Kerfen , vol van een rood-verwend Zap , en van een zuure of rynsagtige fmaak; dog, als ze wel ryp is, niet onaange¬ naam om te eten , word egter meeB gebruikt tot Confituren. Daar worden ook verfcheide zoorten of veranderingen van gevonden , die egter niet verfchillen dan in de groote en vrugtbaarherd ; ’t welk buiten twyfel alleen ontBaat van de hoe¬ danigheid van de grond , groeizaamheid , cn van ’t Ent-plant-
zoen ; volgens deze verandering en de groeiplaats worden ze genoemt , Haarlemfe wel dragen de Morel. Meurfche Morel ’. JVarykfe Morel. Grote of late Roj aal- kers. Koninglyke Morel. Grote blauwe Morele &c. Deze Kers word’t laatBryp van alle.
De Boom groeit rfiet dunryzig zyd waards en door malkan¬ der lopend Hout-gewas , en word niet zo groot als andere Kerfe-bomen.
MOREL (SOETE), is oök van bet geflagt der voor¬ gaande , en daar aan zeer gelyk van gedaante en koleur, dog doorgaans donkerder, byna zwart-bruin, als ze wel ryp is, en de Steel is langer , zynde voorts vleefchig , volzappig van een aangename geurige zoete , na het Rynfch hellende fmaak , als ze wel ryp is. Komende in gedaante en fmaak ook veel overeen met de Kers • van der Nat • dog ze is door¬ gaans wat groter en iets korter van Steel , ook wel zo fmake- lyk, en dus niet dezelfde met de Kers van der Nat , gelyk zommige meenen.
De Boom maakt fyn , wat zydwaards , maar niet zo door- malkander groeijend Hout-gewas als de Dubbelde Morel , word ook veel groter , en draagt Berk.
NAANTJES-KERS , is een klein HeeBeragtig Boom-ge- was , zelden over 4 k 6 voeten hoog wordende , deffelfs Bladeren zyn klein, gelyk ook de vrugten, die rood, droog- vleefchlg , en trekkende zuur of wrang zyn , en word niet geplant dan van Liefhebbers , om de Liefhebbery , en ver¬ andering van Gewaden: Groeit in Duitfchland, Boheemen en Ongaryen op veel plaatzen in ’t wild , en word in ’t Latyn ge¬ noemt Cerafus pumila C. B. Pin. Chama-cerafus. Dodon. Lobel.
NAT (KERS van der) , gelykt in gedaante veel na een Morel , of na een ronde Praagfe Kers , maar ze is wat klein- der als deze, en eenigzins hoogagtiger rond, ook larigBee- liger; haar koleur is zwart-bruin-agtig; zynde vleefchig , zap-
Pig
6ESCHRYVING VAN bt KERSEN.
pig, en van een aangename, geurige, rynfe fmaak, als ze door ryp is; anders valt ze zuur en trekkende, wordende van vele voor eenc der befte Kerfen geagt; ze komt wat laat aan, omtrent met de Oranjc-Kers.
De Boom maakt dun-ryfig, zydwaarts groeijend Gewas , op de wyze der Volgers en Morellen , cn is heel draagbaar.
ORANJE-KERS. Is een platagtig ronde, tamelyk grote Kers , helder rood van Koleur , wat hoger gekoleurt en gro¬ ter als de V olger , en eenigzints diaphaan of doorfchynend ; zynde voorts dik-fchillig, vleefchig , met een Witagtig Sap, even als de Volgers , en, wel ryp zynde, van een aangename , verhevene fmaak; komt laat aan, omtrent met de Morellen.
De Boom maakt zydwaarts en nederhangende Takken, en mits dien een liegt geftel, en is zeer ondraagbaar.
PRAAGSE MUSCADEL-KERS. Is eert rondagtige tame¬ lyk grote Kers, van Koleur heel hoog bruin-rood; is vlee¬ fchig en zappig, van een zeer geurige aangename fmaak; dog niet zo zoet als de Krieken , of Spaunfe Kerfen.
De Boom maakt fchoon , fterk, regt opwaarts groeijend Hout-gewas, word tamelyk groot, en is zeer draagbaar.
PRAAGSE MUSCADEL-KERS (LAATE). Deze is wit langagtiger-rond als de vorige, komt anders in Koleur eh Smaak met dezelve genoegzaam overeen , hoewel ze van ve¬ le nog geuriger en aangenamer van fmaak geoordeelt vvord; ze komt wat later aan.
De Boom maakt ook diergelyk Gewas als de voorgaande, dog wel zo kragtig en fterk; en is ook zeer draagbaar.
Beyde deze Zoorten zyn by ons de waardigfte van alle Ker¬ fen om geplant te worden , om dat ze niet alleen zeer geu¬ rig en fmakelyk , maar ook zeer draagbaar zyn , en niet Zo ligt miffen als andere Zoorten , ook ’t eerfte ryp worden ; ten minften men zal wel doen, als men By voorb. 30 Kerfe- Bornen plant, dat ’er 20 Praagfe MufcadeUen daar onder zyn.
tg
Men plant ook Wel zOfflmige aah een Ësp.tlier , om Ze Wac vroeger te hebben ; moetende men hier toe de Oojler- , Zuid- Oo/ler-, of üCe/7tr-Expofitie verkiezen, dewyl de Znider . erl Ztiii-lVefler te brandende voor de Kerfen is, en Ze dus dik¬ huidig en anderzints onvolmaakt worden, of afruijen.
ROüAANSÈ KERS (DUBBELDE). Is van het GeflagC der Krieken , en dus van derzclver gedaante, dat is, langagtig- rond, na onder iets dunner wordende, met een ondiepe Kerf' gelykende veel na de gedainte van een Hert, weshalven ze ook op zommige Plaatzen Hert -kers genoemt word; haar Ko¬ leur is ligt-rood en wit-bontagtig , zynde met helder roode Stippen op eert geelagtige grond geftippelt èn gevlekt ; haaf Vteefch is hard-knappend, dog iets zagter als de Hertogs-kerS öf Garderopfe , vart eeu heel zoete iangename fmaak , als ze wel ryp is.
De Boom maakt fchoon , regt opwaarts groeijend , fterk Hout gewas, en is zeer draagbaar.
ROUAANSE KERS ( ENKELDE). Gelykt in Gedaan¬ te, Koleur en Smaak na de voorgaande, behalven dat ze kleinder is; derhalven de vorige kunnende bekomen, zal men deze niet willen planten , ten ware om de verandering.
SCHEUR -KERS. Word genoemt de enkelde of Vuilik Morel, die hier voren befchreven is, om dat ze door fcheu- fing der uitlopers voörtgeteelt word. Dog men noemt Ook Scheur. Kers, om dezelfde Reden, de uitlopers van de Vil¬ de Kriek , die men tot ’t enten der Kcrzen gebruikt , wes¬ halven men zig in de zoort door de Benaminge niet moet abuferen.
SPAANSE KERS, (ZWARTE). Is een grote Kers , en de grootfte van alle Krieken, waar van het een Mede-zoort is, zynde van gedaante langagtig, na onder wat dunner wordende. Daar is een Mede-zoott Van die beneden een G punt
BESCHRYVING van de KERSEN.
26
|
punt heeft en daarom ook Punt hrs genoemt word , van Koleur donker zwart-bruin, voorts vlecfchig, zappig, en van |
rood van Koleur, komende veel Vrugten aan bezondere ftee- len, by malkander aan een Hoofc-fteel voort, waar van ze de |
|
een zeer zoete aangename (maak. |
Naam heeft; haar fmaak is zoet en aangenaam genoeg, maar |
|
De Boom maakt (lerk regt opwaarts groei jend Ilout-gewas |
dewyl ze klein en niet zeer vleefcliig is, is ze weinig waardig |
|
en kan zeer groot worden , is in den beginne niet ,zeet draagbaar, maar bejaart wordende, draagt liy (lerk. Dezel¬ ve wil in de zwaare cn natte Klei- gronden niet wel aarten, |
om geplant te worpen, ten zy eenige weinige Bomen om de verandering. De Boom maakt goed regt opgaand Ilout-gewas, gelyk |
|
maar bemint, gelyk ook alle andere Spaarde Keilen, een goede, vrugtbare, zandagtige grond, ja groeit ook voordelig in een goede ftcenagtigc Aarde, en ook beter in warmer CU- |
de overige Klieken, en draagt (lerk. VOLGER-KERS. Is rond, omtrent de Steel wat plat. |
|
m.'.’ai als "t onze is. |
agtig van gedaante, en tamelyk groot; van Koleur helder¬ rood, blinkende, en diephaan of doorfchynende, niet zeer1 |
|
SPAANSE KERS (ROODE), gclykt in grote, gedaan¬ te en fmaak genoegzaam aan de vorige, maar baar Koleur is rood na den bruinen hellende , met tvvyffelagtige witatige |
vleefcliig, maar vol van een waterig Sap, dat weinig geur heeft: word derhalven weinig geplant, ten wate om te cox- fylen, of ook tot Ccjloofs te gebruiken, waar toe ze om |
|
Stippen. De Boom is ook van dezelfde Aart cn Natuur als de vorige. |
haar Koleur zeer geagt worden ; hoewel ze in de warme Zomer-dagen ook voor gezonder gehouden 'worden als andere vlcefchiger en zoeter Kerzen. |
|
SPAANSE KERS (WITTE), is eqn grote Kriek, ge¬ noegzaam van grote en gedaante als de twee voorgaande; haar Koleur is befmult wit of geelagtig, aan de Zons-zyde zomtyts na den bleek- roden hellende; is vleefcliig en heeft een zeer zoet , ge parfumeert Sap ; zeer aangenaam van fmaak. |
De Boom groeit wel , maar maakt dunryzig, zydwaards en door malkander groeijend Ilout-gewas , en word niet groot, maar is heel draagbaar. Van deze Zoort zyn alle de volgende Mede-zoorten s Dubbelde V olger , of F olgeri-Volger. Glimmens, of grote Glim¬ |
|
De Boom maakt (berk Ilout-gewas, gelyk de voorgaande, cn is, wat bejaart geworden zynde, tamelyk draagbaar. |
mens, Gnldemonds-Kers. Grand Triumphant. Montmorancy- Acrs. Rofenobel- Kers. Scbimmelpexnings- Kers. Zwolfchc- Kcrs. Zceuvifche'-Kers. |
|
SPAANSE KERS (BONTE), is ook van het zoort der |
Welke alle aan de Volger-kers , en onderlings aan malkan¬ |
|
Krieken, van gedaante en fmaak als de voorgaande, dog kleindcr, en korter-rond van gedaante ; van Koleur bleek- |
der, zo in gedaante als Koleur, zeer gelyken, bebalven dat ze veel groter als de Volger, cn wat vleefchiger zyn: Zyn- |
|
roodagtig cn wit bond, of zomtyts befmult of geelagtig- wit • zynde diaphaan , zo dat het Vlcefch door de buitenfehil ge¬ zien kan worden. |
de dus deze Zoorten niet wel te onderfcheiden , dan tegen malkander; zo het niet een en dezelfde Zoort is, dat my niet zeer onwaarfchynlyk toefchynt; ze zyn alle heel kort- |
|
De Boom groeit als de vorige zoorten , en is in den be. giiine ook niet zeer draagbaar. |
fbeelig , waarom ze in Frankryk, Ccrifcs a courte qeue ge- noeint worden; zynde voorts ook zeer ondraagbaar , en dus |
|
1 TilOS-KERS ( 'Ccras . y Genas. Dodon). Is een kleine Kriek, |
niet ïaadzaam daar van veel tc planten; hoewel "t anders de* befte Confituur- Kerfex zyn. |
BE-
I
P-. -
II : . ■ g
Pag. 2 j
besghryving
VAN DE
§ I.
E PRU1M-BOOM word genoerat in ’t Latynfb, Prunus. Prunus inermis, foliis lanccolato-ovntis. Linn. Gen. & Spec. Royen. Prodr. Franfcb , Pru- nier. Hoogduitfh, Pflaum-baum. Engelfcb , Plumme-Tree. Deenfcb, Kreige-Tra. Zweedfch, PIomon-Tra:.
De Vmgt zelfs heet in 't Nederduitfch Pruim; in ’t Franfcb Prune; in 't Hoogduit fcb Pflaume; in ’t Engelfcb Plumme; in ’t Deenfch Kreige; Zweefch Plonion.
§2.
De Pruim-boom bemint de warme Climaten , en daar wor¬ den vele zeer geurige fmakelyke Zoorten van gevonden, in¬ zonderheid in de zuidelyke Landen, als in ’t zuiderdeel van Frankryk , in halten en Spanjen, maar waar van de meeften hier te lande niet wel ryp worden , of maar een weinig aan de Zons-zyde , en niet door en door, gevolgelyk haare aan¬ gename geur niet verltrygen; daar zyn ’er zelfs die omtrent Parys haar behoorlyke rypte niet verltrygen, zo veel te min¬ der hier te lande, ten ware aan ’t Espalier en in goede faun- faifocnen, dienende haar in ’t bezondere de Oojler. en Zuid- Oofter Expofitie-, dewyl ze op de Zuider- en Zmd-lFejler Ex. pojitie , zeer ligt verbranden, dikhuidig en taai, in plaats van ryp en geurig, worden. Daar is nogtans ook onderfcheid inde Zoorten, aangaande de Stand-plaats, willende zommige
liever op Stsurt, eh niet gaarne aan’t Espalier aarten, anderè op beyde wyze, dog ze willen aan het Espalier doorgaand met wel dragen, welk veroorzaakt word, door *t fnoeijen, dat men genoodzaakt is aan het Espalier meer te doen als aan Stam-bomen, om ’t Fatzoen te bewaren, en verwildering det Takken te weren.
§ 3-
Om de goede Hoedanigheid van een Pruim te bepalen , zo moet ze zyn, niet vaft van Vleefch, nog ook te week, maar dat fmeltend , vol-fappig, niet taai, nog meelig is, en wydera een aangename, zuikeragtige , verhevene fmaak heeft : Dis zodanige Pruimen in zyn Tuin heeft, kan zeggen dat hy wat lekkers heeft, om op te diflehen: Daar zyn vele die dierge- lyke Pruimen de rang boven de xipricofe», en zelfs Perfiken, en niet zonder reden, geven. Het is aan de Pruimen eigen gelyk aan de Perfiken , dat de grootde dp dezelfde Boom door¬ gaans de fmakelykde zyn.
§4-
De Pruim -bomen begeren een goede veifche, vrngtbare, onbemede, liever Zand- als Kleyagtige Grond, om dat de Vrugten in de eerde ryper en fmakelyker worden. Ze gaan niet hare Wortels niet diep in de Aarde, maar die lopen meed even onder de Boven grond voort, en milten vele fyne Wor¬ tels. Mcd moet men ’er niet by brengen, inzonderheid geen Paarde-med, en nog minder verfche , want de Bomen daar G z door
BESCHRYVING van de PRUIMEN.
door ligt van de groei en wel geheel aan ’t quynen raken , oF de Vrugten, voor dat zó ryp zyn t, afvallert : Dog zo de Grond uit de natuur niet vrugtbaar genoeg is, en verbetering nodig heeft, (willende deze Bomen in "t bezondere een voed¬ zame Grond hebben , om dat ze mild in 't bloeijen en vrügt- dragend zyn , en in een fchrale aarde haar in korten tyd dood dragen), zo moet men heel oude byna tot aarde gewordene Koc-rtiefl gebruiken; dog beter is goede Blad- of I Iout-aarde , Stat-fiyk , of goede loffe Bagger uit Gragten of Vy vers¬ ze willen tamelyk over een vogte Grond , daar ze beter in groeijen als in droge; dog al te vogt Baande worden de Vrug¬ ten onfmakelyk.
h 5-
De Zoorten van Pruimen worden hier te lande Voortgezet door middel van zuiging of oculcering op Struik of Uitlopers van Pruim- bomen-, willende ’/ enten in de Klove aan deze Bo¬ men zo wel niet gelukken. Tot het oeukeren moet men heel jonge dunne Plantzoenen nemen, want oude niet ligt vatten willen, om dat ze te dikke Schors hebben: Ook moet men Uitlopers verkiezen van vroege Zoorten dewelke draagbaar zyn, en goed fleurig llout-gewas maken: Zommige houden tot dien einde voor de belle, de Uitlopers van de kleine Ros- puïm , en enkeldc Bocre witte.
§6.
Men kan de Pruimen ook zuigen en oculeercn op Plantzoe-» nen die tot dien einde uit de Stenen gewonnen zyn, welke Stenen in ’t Voorjaar, na datze te meuken gedaan hebben , ge- zaait, en de jonge Plantzoenen i iia Jaaren oud zynde, or- dentelyk in Ryen, i\ voeten de Ryen, en i & i\ voeten de Plantzoenen in de Ry van elkander, geplant worden, om daar vervolgens op te oculeer en-, maar om te zuigen , moeten ze, als ze een bekwame dikte verkregen hebben, by de Bomen geplant worden, waar van men zuigen wil; dog deze Saajing gefchied weinig, dewyl de Pruimen doorgaans overvloedig Uitlopers ma¬ ken, die men raffer en met minder moeite voortzetten kan; en men ook niet verzekert is, dat de op de eerdgemelde Plant¬
zoenen gezogenc , of geoculeerde Bomen goede walfelyke Bomen Zullen worden; dewyl ’er uit de Stenen zeer verfchillige zoor¬ ten voortkomen , die dik wils met ’t Ent geen genoegzame natuurlyke overeenkom!! hebben : De zoorten die men beft tot de Saajing houd, zyn de Bocre witte , Rode Eycr-Pruim , vroege Damas : Zommige willen verzekeren, dat de Pruimen op Plantzoenen van Jpricoos geënt , die uit Stenen van de PrinceJJe - of Kleine yjpricoos gewonnen zyn, vroeger ryp en fmakelyker worden en zeer wel tieren, ik heb zulks nog niet zelfs ondervonden, dog twyffele aan de wafielyhheid dier Bo¬ men , om reden in myn cerjle Deel gemeld; maar ik zoude dien- ftig oordeelen , indien men de inoeite wilde doen, om tot dè Enting van yder zoort, Plantzoenen te queeken uit de Steenen van dezelfde Zoorten.
5 ?■
De Bomen uit Steetien voortgekomen, brengen ook zom- tyds goede, fmakelyke en diergelyke Vrugten voort, als daar ze uit gezaait zyn, zonder verent te worden; gelyk dan daar door alle de goede zoorten van Pruimen voortgekomen zyn , die bekent zyn , dog ze komen by ons meed , gelyk al¬ le .ander Boom-Vrngten, uit’tSaad verflegtert voort, willen¬ de dit in warmer Lugtfireken wat beter gelukken, weshalven we ons aan 't enten moeten houden.
§ 8.
De Pruimen kunnen ook door Uitlopers, zonder te veren¬ ten, voortgeteelt worden, gevende dus gelyke zoort van Vrugt als de Moeder; te weten als de Moeder niet op een vreemd Plantzoen geënt is; dog men houd daar voor, dat ze verent wordende, beter en fmakelyker Vrugten voortbrengen; en dewyl de goede Zoorten hier te lande doorgaans verent wor¬ den, zo vind men ook geen Uitlopers der goede Zoorten.
§ 9-
Men moet geen gezoogde Pruimen planten van ouder dan
3
BESCHRYVING
van Di PRUIMEN.
25
2 ^ 3 jarig Ent-gewas, dewyl de oudere bezwaatlyker aan de groei raken, en flegter voortgang maken.
§ 10.
De Pruim-Bomcn willen niet veel gefnoeit wezen, inzon¬ derheid Stam-bomen , dewyl ze daar door minder dragen ; Men ihoeit derhalven alleen het flegte, ondeugende Hout weg, als mede de Takken die verwarringe veroorzaken en te overvloedig zyn, om de overige wat meer aandoening van de Lugt en Zon te doen genieten.
§ 11.
Deze Boom draagt doorgaans niet zeer vroeg, inzonder¬ heid als hy fterk groeit, maar wat bejaard geworden zynde, betaalt hy zyn agterftallen rykelyk.
§ 12.
De Pruimen worden zowel rauw, als op verfcheiderhande wyze geftooft zynde, genuttigt; dog rauw worden ze voor zeer ongezond gehouden, inzonderheid als ze wat veel ge¬ geten worden, want dan kunnen ze Buik-krimpingen , Buik¬ en Rode-loop veroorzaken. Hoewel dit hooftzakelylt moet verftaan worden van de flegte, waterige, iaf-zoete zoorten, als by voorb. , d e Ros-pruimen, Sptllingen, Enkdde Beere Witte, en diergelyke; de goede zoorten die wat vaft van Vleefch en geurig zyn, zullen weinig hinderen, inzon¬ derheid al ze na de Maaltyt en niet al te overvloedig gege¬ ten worden: Onder alle zoorten word die voor de gezond- fte gehouden , die men in Hoog-Duitfchland Quets noemt, en aldaar veel groeit en zeer aangenaam van fmaak is; dog die hier te lande niet wel ryp, en dus zo finakelyk niet en word, ten zy met een heel goed Jaars-faizoen.
§ 13.
De Pruimen wazemen meed, gelyk de Druiven, met een Dauw uit, dat haar, inzonderheid de blauwe, zeer bevallig op t oog maakt; weshalven men ze zeer voorzigtig, en met droge Handen moet plukken en hanteeren , als ze in haar vol¬ maakte cierlykheid op de Tafels zullen verfchynen.
S '4-
In Duitfchland en Frankryk worden de Pruimen veel gflJ droogt , ’t zy in een Bakkers - of in een expres daar toe ge¬ maakte Droog-oven , om daarna, geftooft zynde, als een aan¬ gename Spyze te nuttigen; en dus worden zeniet ongezond geagt, zelfs niet voor zieke Menfchen : Ze maken de Buik zagtjes los, en worden tot dien einde veeltyds in een Pruim- zopje bereid, waar in men, indien ’t nodig is, nog een wei¬ nig Series- bladen (omtrent $ of 5 Lood), met wat Cremor Tar- lari (i Lood), in een linnen doekje gedaan zynde, kan doen weeken, of een weinig zagtjes laten met opkoken, daar by voegende, zo men wil, wat Zuiker : Of men kan ’er wat Manna (een paar lood) in het warme Sop fmelten, ’t welk een deftig laxterend Sopje worden zal voor Hypocondriake, Scorbutige, en andere met verfloptheit gepynigde Menfchen.
Tot het drogen worden goede, fmakelyke, vleefchige zoorten gekozen, wordende in Duitfchland de voorgemelde Quets daar toe veel gebruikt, die een byzonder geurig Gejloofs maken; en in Frankryk worden de Blauwe Damas, Brignolcs, Perdrigons, Diapreés , en St. Catbarine daar toe veel geagt.
S 15-
De Pruimen worden ook veel geconfyt , zo wel nat als droog. Om dezelve nat te confytens zo neemt Pruimen die vlee- fchig en geurig, en maar even of nauwelyks ryp zyn, prikt ze op een plaats 10 a 12, ’t welk gedaan word, op dat de Zuiker beter zoude daar in dringen, legt ze dan een korte tyt in koud Water , daar na doet ze in een Steenen Pan met ander Water, en laat ze op een Vuur een weinig koken tot dat ze beginnen te dry ven; doet ze dan in het Water koud worden, en fpoelt ze daarna in ander Water wat af, ver¬ volgens op een Teems gedaan zynde, laat ’er ’t water aflek¬ ken: Doet ze dan in een dunne gcclarificetrde Stroop van Zuiker (Pcer-boom § 12.), tot dien einde van te voren ge. reed gemaakt zynde, en laat ze daar in langzaam koken tot dat de Syroop een bequame dikte heeft; doet de Pruimen
dan*
H
BESCIIRYVING van de PRUIMEN.
30
dan, wat koud geworden zynde, in Confiluur-Potten , giet 'er de Sytoop over heen en bewaart ze, de Potten wel toe- gevni|akt wordende.
Andere Koken de Pruimen aanftonds in de Syroop tot dat die een behoorlyke dikte heeft. Tot drie Pond Pruimen zal men omtrent iï a 2 Pond Zuikcr nodig hebben; daar zyn ’er die de Pruimen fchillen; andere doen ’cr ook wat Kaneel en Nagels, gepoeyert zynde, op ’t laatlle van ’t koken by, al 't welk afhangt van de wil van den Confiturier.
§ i(5.
Men kan ze ook in Honig Confyten, welk gefchied op de vorige wyze, alleen dat men in de plaats van Zuiker-Syroop, welgczuiverde en gefchuiinde Honig neemt, gelyk by dePee- ren (§ 13.) gezegt is.
§ 1 7-
De zoorten welke in Frankryk ’t bed tot ’t confyten geagt worden zyn de Perdrigons Diapreéi Damas rouge» Jpruo- 'te i Mirabclki St. Catharines Brignoles hle tiert. Hier te linde gebruikt men hooftzakelyk de Jpricoos Pruim s de twee Groene Mirabellen (kleine en grote); de Isle tiert. s en de St. Catbarine-Pruim ; zynde inzonderheid de groene Pruimen, wegens de Koléur, zo wel in Frankryk als by ons, tot het confyten in agting.
§ 18.
Om droge gcconfyte Pruimen te maken , heeft men niet an¬ ders te doen , als de op voorgaande wyze in Zuiker gcconfy¬ te Pruimen uit de Syroop te nemen , op een Teems te la¬ ten afdruppen, vervolgens op een Plank of op vertinde Blik¬ ken te leggen en op een warme Plaats te drogen, dezelve akemets omkerende, en op 't laatfl van ’t drogen met Zui¬ ker beftrooijende. Dog de Syroop moet, om deze en alle droge Cmfituuren te maken, niet al te dik gekookt zyn, om dat ze anders niet wel droogen willen, en vetagtig blyven; gelyk we by de Pceren ook reeds aangemerkt hebben.
De befte droge geconfyte Pruimen worden uit Frankryk, te
weten, uit Prcoer.ce en Languedoc, en uit Italien gebragt om reden te voren (§ 2.) gemeld. Om dezelfde reden ontvangt men uit die Plaatzen ook gedroogde Pruimen, die byna zo fma- kelyk zyn als of ze geconfyt waren.
§ 19.
Men legt de groene Pruimen , inzonderheid de kleine Mi • rabeïle , en de hle vert , ook wel in Edik om dezelve als Olyven of Jgurkjcs by Gebraads te eeten , zynde aldus heel fmakelyk en gezond : tot dien einde plukt men de Pruimen als ze beginnen te rypen, dog nog niet of weinig week zyn men legt ze in een Confituur- Pief cb , die een wyde opening heeft, en doet ’er by lagen tuffehen wat Nagels, Foelie, Pe¬ per. korls. Zout en Rosmaryn- of Lauricrs-bladen, vervolgens giet men ’er befte IVyn-Edik overheen tot dat ze bedekt zyn, en men legt ’er fclione ftukken van Ley-fteen boven op de Pruimen, op dat ze altyd onder de Edik bedompelt blyven, want dit moet ze goed houden, anders als ’er de lugtbykomt fchimmelen en bederven ze : Ten laatften bind men de Vlefdt met een Blaas toe en bewaart ze tot het gebruik , op een droge lugtige plaats.
§ 20.
Om de Pruimen verfch te bewaren , en in de Winter te hebben , doet men ze onder het water ; of men giet ’er hee- te Wyn over, op dezelfde wyze als by de Kerfen hier voren (§ 24 en 25.) gezegt is.
§ 21.
De Landlieden in Duitfchland, Hongaryen, Bohemen en elders daar veel Pruimen groeijen, maken daar een Moes\ an, inzonderheid van de Qu elfen en ronde Damas , dat ze ’s Win¬ ters op Brood eeten gelyk Boter : Om dat te maken, koken ze de rype Qurtfen in een Ketel , een weinig water 'er by doende, tot dat ze week zyn, dan drukken ze ’tVleefch door een Seef, om ’er de Stenen en Vellen af te fcheiden; ver¬ volgens koken ze het Vleefch op ’t nieuw tot de confijlentie van een dik Moes, ’t zelve met een houten fpadel geduirig roerende, op dat ’t niet aanbrande; en gaar zynde, word
’t in
BESCHRYVING
VAN
de PRUIMEN.
t in potten gedaan en op een droge plaats bewaart ; kan dus een geheel Jaar nog goed blyven.
§ 22.
Men kan ’er ook een diergelyk Moes of Vleefch van ma¬ ken met Zuiker, op die wyze als van 'c Kcrfe-Moes (§ 16.) gezegt is, om in Taarten en anders te gebruiken.
§ =3-
Lit de ryns- of amperagtige Pruimen word ’er in de Wyn-landen ook wel een Pruim-wyn gemaakt, op dezelfde wyze als van de Morellen ,(§ 23.), dewelke in de Zomer ook heel verkoelende is.
§ 24.
Ten laatften zo kan men de Pruimen ook vervroegen op die wyze als te voren van de Kerfen (§ 32. &c.) gezegt is, willende dezelve gemakkelyker zetten , en reujen niet zo ligtelyk af , waar toe inzonderheid dient de Quets, welke ik in de Maand dpril en May, op gemelde wyze gebroeit zynde, zeer ryp, fraai, en fmakelyk gezien heb.
§ 25.
Het Hout van deze Boom is bmin-ros, en word veel geagt van deDraaijers, en andere om daar van allerley mooi Huis¬ raad te maken.
$ 26.
De Cultuur, t gebruik, &c. der Pruimen verhandelt heb¬ bende, zal ik nu overgaan tot de Lyft en Befchryving der voornaamfte zoorten van Pruimen , waar by tot voldoening der Liefhebbers de bede Franfche zoorten voegen zal , fchoon veele daar van, gelyk voorheen gemeld is, by ons met of bezwaarlyk volkomen ryp worden: In de Befchry¬ ving zal men vervolgens de Gedaante , Koleur en andere hoedanigheden der Zoorten, &c., vermeld vinden.
3ï
SYNONYMISCHE LYST der befte PRUIMEN, zo in- als uirlandlche.
A.
A
_/\Bricoos-Pruim.
Abricoos-Pruim (Rode).
Abricoos- Pruim (Bonte).
Abricoos-Pruim (Witte).
Abricoos-Pruim (Franfe). Abricoté. Prune d’Abrico Vir- ginale. Maagde Pruim. d'AlteJJe (Prune'), zie Quets.
Amandel- Pruim , zie Rognon de Coq.
Amelie-Pruim (Vroege blauwe).
Amelie-Pruim (Witte).
Avant. Pruim, zie Cerifette.
B.
J) Edehtars-pruim , zie Mirabelle. Boere witte Pruim (Dubbelde).
Boere witte (Enkelde.)
Boere blauwe Pruim.
Bonum Magnum, zie Eyer-Pruim. Brignole. Prunelle. Pruimjools-Pruim.
c.
r
\_jAtalogne, zie Perdrigon hatyf.
St. Cutrim-pruim , zie St. Kateryne.
Cerifette. Kers-Pruim. Rode Avant-Pruim. Ecarlate. Cerifette blanche. Witte Kers-Pruim. Witte Avant-Pruim. Witte vroege Pruim. Jean hative.
D.
D Amas rouge. Rode Damas- of Damafcener-Pruim. Damas violet. Violette Damas-Pruim. Maugeron.
Damas noir hatyf, ou precoce. Vroege blauwe Damas Damas blanc. Witte Damas.
Damas (Gros) violet de. Tours. Grote blauwe Damas. Damas noir (Petit) kleine blauwe Damas.
Damas (Dubbelde), zie Perdrigon.
Damas long, zie Quets.
Damas vert , zie Mirabelle.
Daupbine , zie Mirabelle.
Diapreé rouge. Roche-courbon.
Diapreé violette.
Dojenné. Donjumer- Pruim.
Drap d’Or, Gouden lakenfe Pruim.
H 3
F Ecar-
BESCHRYVING van de
PRUIMEN.
n^4
E.
fAcartot, zie Cerifette. h riclfc Blauwe, zie Prune d’Orleans.
Eyer-Pmim (Rode of Violette.) Rode Bunum magnum.
Rode Mogol. Imperiale rouge.
Ever Pruim (Bonte).
Eyer-Pruim (Witte). Witte Bonum magnum. Witte Mo¬ gol. imperiale blanche.
Eyer Pruim (Groot e geele'), zie Heeren Pruim.
F.
Mirabelle noir. Mirabolane. Blauwe Mirabelle of Mirabo- lane.
Mogol- Pruim , zie Eyer-Pruim.
Monfieur (Prune de"), zie Heere Pruim.
Morin hatyf, ou precoce.
O.
o Lyf -Pruim, zie Ile vert.
Ongarifcbe £>tiets, zie Quets.
Orange (Pruine d’). Oranje Pruim.
Ranfe rode Pruim, zie Rojale.
G.
G
Groene
Oudenlakenfe , zie Drap d'Or. Pruim, zie Mirabelle.
H.
H A* rkloten, zie Rognon de Coq.
Heeren-Pruim. Prune de Monfieur. Grote geele Eyer-Pruim. Is los op de Jleen.
J- I.
T Eanhative, zie Cerifette.
Imperiale, zie Eyer-Pruim.
He vert. Verdace. Olyf-Pruim. Imperatrice. Keyzerin.
K.
P.
P
Aarde- Pruim , zie Ros- Pruim.
Jjajfe velours , zie Perdrigon.
Perdrigon violet.
Perdrigon blanc.
Perdrigon hatyf ou precoce. Vroege Perdrigon. Paffe- ve¬ lours. Prune de Catalogne. Dubbelde Damas. Perdrigon d' Italië > zie Rojale.
Prune d' Abricot , zie Abricoté.
Pruimjools- pruim , zie Brignole.
Pruim met dubbelde Bloemen, Ondraagbaar.
Pruim met bonte Bladen.
Prune d’Orleans. Engelfe blauwe.
Prunclle , zie Brignole.
Q.
O
WUetsfLatige). Hoogduitfche Quets. OngarifcheQuets.
Prune d’ Alteffe ? Damas long. Lange Damas of of Damafcener Pruim.
Quets (Grote Ongarifche). Dubbelde Ongerfche Quets. Quets (Ronde). Spaanfche Quets.
St. Atery ne-Pruim . St. Caterine (Prune).
Kers Pruim , zie Cerifette.
Koningin Claudia , zie Reine Claude.
Konings Pruim , zie Rojale.
Kroos-Pruim , van verfcheide Zoor/en, als blauwe , geele , ro¬ de , &c., en van verfchillige grootte.
M.
Aagde- Pruim , zie Abricoos-Pruim.
Malotte , zie Ros-Pruim.
Matiger on, zie Damas.
Mirabelle (Groene dubbelde). Damas vert. Groene Damas- Pruim. Dauphine.
Mirabelle (Groene enkelde). Petit Damas vert. Damas vert hatyf. Bedelaars-Pruim.
Mirabelle blanche, ou jeaune. Mirabelle perlée. Witte Mi¬ rabelle.
R.
T>
_|\^Eine Claude. Koninginne Claudia,
Rocbe- cour bon, zie Diapreé.
Rognon de Coq. Amandel-Pruim. Hane-Kloten.
Rojale. Konings Pruim. Perdrigon d’Italie. Franfche Rode. Ros- of Paarde-Pruim (Dubbelde). Malotte. Grote Ma¬ lotte.
Ros- of Paarde-Pruim (Enkelde). Kleine Malotte.
Ros- of Paarde-Pruim (Grote geele).
s.
^Lee-Pruini. Wilde Pruim.
Spilling (Geele enkelde). Was-Pruim.
Spüling (Geele dubbelde). Grote Was-Pruim. Spilling (Blauwe).
V. Verdace.
BESCHRYVING van m PRUIMEN,
V.
Erdace, zie Ile Vert.
Violette. Violct-Pruim. Grote Violette.
Virginule, zie Abricoos Pruim.
Vroege witte, zie Cerifette.
w.
11de Pruim, zie Slee-Pruim.
Vui-Pruim, zie Spilling.
BESCHRYVING van de meefle der gemelde PRUIMEN.
MELIE-PRUIM (BLAUWE), Is een matig grote Pruim; van Gedaante rondagtig, en van Koleur blauw- agtig-violet en word vroeg ryp; haar Vleefch is zagt, zap- pig en van een tamelyk geurige Smaak.
De Boom maakt goed gewas en draagt wel.
AMELIE-PRUIM (WITTE). Is ook een matig grote, rondagtige Pruim ; haar Koleur is geelagtig-wit, en ze komt ook vroeg aan, dog niet zo vroeg als de voorgaande, en de Boom draagt wel. Het is zeer waarfchynlyk dat deze gemelde twee zoorten op andere plaatzen in de Nederlanden nog andere Benamingen voeren, die ik nog niet heb kunnen ontdekken.
APRICOOS-PRUIM (GEMEENE). Is een vry grote Pruim, van grote als de dubbelde Eoere Witte , haar gedaan- te is eenigzints langer als rond; haar Koleur is geelagtig, en veeltyts met violetagtige Vlekken min of meer gevlekt en geflipt; haar Vleefch is zagt, zappig, en van een aangena¬ me geurige Smaak.
De Boom draagt heel fterk, maar laat zyn Vrugten met het ryp worden ligtelyk vallen, inzonderheid in ilegte, vog- te Jaren.
De mode zoort is daar van niet onderfcheiden, dan dat ze wat bleeker valt. De boute zoort is meer violet gevlekt op
SS
een geelagtig witte grond ; en het ónderfcheid der witte be- ftaat daar in, dat ze niet of zeer weinig gevlelct, en alleen geelagtig-wit is. Welke veranderingen buiten twyffel voort¬ gekomen zyn, door ’t Ent-Plantzoen. Ook kan de Grond en Stand-plaats veel doen, dat de Vrugten van een zelfde Zoort meer of min gekoleurt zyn.
APRICOTE , of Frttnfche Apricoos-pruim , is een vry grote Pruim, van gedaante iets langer als rond; van Koteur geel* agtig, en met roode Stippen wat min of meer geflipt en gevlekt, inzonderheid aan de Zons-zyde, zo dat ze zeer wel na een kleine Princeje-Apricoos gelykt, waar van ze ook de Naam voert; haar Vleefch is zagt, zappig, los aan de Steen, en van een heel geurige verhevene Smaak.
De Boom draagt fterk, en Haagt zo wel op Stam als aan ’t Efpalier, dog voornamelyk aan deze laatfte ’t beft.
Men moet deze Franfche Zoort niet verwarren met de voorgemelde Apricoos - Pruim , als zynde iets vafter van Vleefch, en, wel ryp zynde, van een geuriger, na die der Apricofen hellende, Smaak.
BOÊRE WITTE (DUBBELDE), is een vry grote Pruim, rond van Gedaante , met een merkelyk diepe Naad ; haar Koleur is geelagtig, eenigzints na den groenen hellende; haar Vleefch is zagr, volzappig, vaft aan de Steen, en van een heel aangenaame Smaak , inzonderheid aan ’t Efpalier gegroeit zynde. Ziet Figuur 5.
De enkelde Boen Witte verfchilt niet van de dubbelde, dan dat ze wat kleinder en geeler van Koleur valt, zynde veeltyts ook iets met rood gefpikkelt: Deze word fmake- lyker bevonden op Stam gegroeit , als aan ’t Efpalier; en overtreft, wel ryp zynde, naar ’t oordeel der Liefhebbers en Kenners, de dubbelde in de Smaak; zelfs veele houden ze voor de fmakelykfle van alle onze Inlandfche Pruimen, en ze word in deze Nederlanden veel gecultiveert, invoegen dat men ’er zeer veel daar van op de Merkten ziet,
I
De
34
beschryving
van d k PRUIMEN.
De Bomen van beide Zoarten zyn zeer draagbaar, inzon¬ derheid de Enkelde.
BOERE BLAUWE, is een Pruim by na van Gedaante en Grootte als de Enkelde Bocre Hitte, maar haar Naad is wat dieper ; haar IColeur is blauw-violetagtig : Dog haar Smaak is zo geurig niet als de gemelde Witte j zynde ook wateriger, en mitsdien zo gezond niet, weshalven men de¬ zelve ook minder ziet cnltiveeren en ter Merkten komen.
De Bomen maken anderzints goed Gewas en zyn zeer draagbaar.
BRIGNOLE JEAUNE of Gcele. Is van Gedaante iets langer als rond, tamelyk groot; van IColeur geel, hellende naar't rood; haar Vleefch is zagt en zappig genoeg, los aan de Steen die heel klein is, en een zeer geurige, iets amper- agtige, dog aangename Smaak heeft, als ze wel ryp is; welke rypheid ze egter by ons bezwaarlyk verkrygt fchoon ze aan een goed Efpalier geplant (Iaat. Deze Zoort groeit veel omtrent de Stad Brignole in Provence, waar van ze de Naam voert , alwaar ze wegens het warme Climaat zeer geurig en lekker worden; en van waar dezelve, gefchilt, de Stenen ’er uit genomen , en vervolgens in houte Dozen , op de wyze der Vygen, gelegt zynde, veel in andere Landen tot gebruik in de Medicynen, als anders, gezonden worden.
BRIGNOLE VIOLET. Is rond, byna vierkant, dat is, by de Steel en tegen over eenigzints platagtig; haar IColeur is violet , trekkende naar ’t zwart ; haar Vleefch is vry geel , iets vaft en zomtyds wat droog , van een geurige zoete fmaak die met wat amperheid of fcherpigheid gepaart is; maar de- wyl ze laat rypt , zo verkrygt ze haar volkomene fmaak by ons zeer zelden , blyvende dus doorgaans hard en zuur van fmaak, fchoon ze aan een goed Efpalier Baat. Ze word in Frankryk veel geagt tot Confiiuuren en om te drogen.
CERISETTE. Is van matige groote, van gedaante rond.
en naar onderen iets dunner of puntig ; haar IColeur is helder rood, de Steel dun en heel lang, zo dat men dezelve van ver voor een Kers zou dn aanzien; waar van ze ook de Naam gekregen heeft; haar Vleefch is zagt, zappig genoeg, wit- agtig van IColeur, los aan de Steen, en van een tamelyk geu¬ rige fmaak, zynde een van de eerde Pruimen die ’er ryp wor¬ den, maar men ziet ze hier te lande weinig; ik heb ze be- neilens andere goede Zoorten onder die Benaminge uit Bra- hmd gekregen: Men moer ze niet verwarren met de kleit, e of enkelde Ros - Pruim, die niet zo ligt rood is , en een korter Steel heeft.
De Boom heeft kleine Bladen en Bloemen, bloeit heel Betk, maar om dat dcBloeifels zeer teer zyn , en by heel vroeg bloeit, zo gebeurt ’t veeltyds dat hy weinig Vrugten by ons voort¬ brengt.
CERISETTE BLANCHE. Gelykt in allen na de voor¬ gaande , behalven dat ze geelagtig- wit van Koleur is; ko¬ mende ook vroeg aan ; en men moec ze niet verwarren met onze Enkelde Boere Witte.
DAMAS ROUGE. Is matig groot, van gedaante rond, vierkant; van IColeur rood , hellende naar’r violet; haar Vleefch is wat vaB, zappig genoeg, los aan de Steen, en wel ryp zynde, van een zuikeragtige , geurige, aangename fmaak; maar worden by ons zelden behoorlyk ryp.
De Witte Damas en Fiolette Dames komen in gedaante , grootte en hoedanigheid genoegzaam met de roode over een, behalven dat de witte geelagtig-wit, en ie violette fchoon vio¬ let van Eoleur is; zyr.de deze laatfle egter ook een weinig langer als rond.
DAMAS NOIR HATYF. Is een matig grote Pruim, van gedaante rond, van IColeur blauw, byna zwart, komende vroeg aan, omtrent met de eerde Pruimen; haar Vleefch is geel en iets roodagtig aan de buiten kant en omtrent de Steen ; voorts los aan de Steen, maar valt zomtyds wat hard en droog,
of
BESCHRYVING van de PRUIMEN.
of meelig, en laf van fmaak, zo dat ze van geen grote waar¬ de is; maar de Uitlopers van deze Zoort worden in Frank- ryk voor de befte gehouden, om 'er andere Pruimen en Per - ft ken op te enten.
Daar is nog een late Zoort van zwarte Damas- Pruimen , maar die word zelfs omtrent Parys niet wel ryp ; zynde der- halven geheel ondienftig om ’er by ons van te planten.
DAMAS GROS de TOURS. Is vry groot, van gedaan¬ te iets langer als rond, van Koleur blauw of violet, trekken¬ de naar t zwart; haar Vleefch is zagt, zappig genoeg, geel van Ivoleur, en los aan de Steen, van een aangename geuri¬ ge fmaak, en dewyl ze vroeg rypt, zo kan ze by ons in goe¬ de jaren hare rypheid verkrygen , zo wel op Stam als aan ’t Efpalier.
DIAPREÉ ROUGE. Is langwerpig van gedaante, en ta- melyk groot; van Koleur violet trekkende Iterk naar ’t rood , haar Vleefch is zagt en zappig genoeg, heel vad aan de Steen; van een zuikeragtige zeer aangename fmaak, als ze wel ryp is.
De Violette Diapreé is van dezelfde gedaante , groote en •hoedanigheid, behalven dat ze fchoon violet, fraai gebloed en los aan de Steen is. Ze zyn in Frankryk van de geagtile zo wel rauw als gedroogt, en om te confyten , en ze Hagen daar zo wel op Stam als aan t Efpalier ; maar by ons moet men ze alleen aan t Eipalier dellen, dog des niettegenüaande worden ze zelden wel ryp , inzonderheid als de Expofitie vlak op’t Zuiden is, om Redenen voorheenen in een ander Werk van ons gemeld.
DOJENE. Deze Pruim gelykt van Grote en Koleur zeer veel naar de dubbelde Boet e Witte , zo dat men ze in de eerde opflag daarvoor nemen zoude, dog nader onderzogt zynde, zo is ze eenigzints langer als rond en meer naar den Groenen hellende, ook iets groter; haar Vleefch 'is ook wateragtiger en vader aan de Steen, en, naarmyn gedagten, zo nuttig en gezond niet als de gemelde D. B. Witte.
33
Voorts zo is de Boom zeer draagbaar , dog men ziet d<5 Vrugten niet zo overvloedig op de Merkt.
DRAP D’OR. Is een zoort van Damas j van matigd grote; van Gedaante rond, vierkant; van Koleur geel en met rood gedippelten gevlekt; haar Vleefch is zagt genoeg, los aan de Steen, en wel ryp zynde, van een zeer aange¬ name zuikeragtige Smaak : Ze moet by ons meed aan ’C Efpalier geplaatd worden, maar is dan niet zeer draagbaar; ten ware men haar ruimte geeft om te groeijen.
ENGELSE BIAUWE. Is een tamelyk grote Pruim, vatl Gedaante rond; van Koleur roodagtig-blauw; haar Vleefch is zagt, iets geelagtig, en vad aan de Steen, zappig, en van een geurige Smaak : Dezelve komt vroeg aan , en de Boom draagt derk , weshalven waardig is geplant te wor¬ den; dog is by ons nog niet zeer bekent of gemeen.
EYER-PRUIM (RODE en VIOLETTE of PAARSE). Dat een en dezelfde Pruim is, behalven de Koleur die aan de eene kant wel wat ligt-roder, aan de andere wat paars- of violetagtig is ; dat zeer waarfchynlyk alleen door ’t Ent-plant- zoen ontdaan is. Het is een van de grootde Zoort van Pruimen; van Gedaante wat langwerpig-, ofey-rond, waar van ze de Naam voert; haar Vleefch is zagt, vol-zappig, en van een aangename geurige Smaak, als ze in een goede Grond gegroeit en daar door wel ryp geworden is.
De Boom is zeer draagbaar, zowel op Hoog-dam als aan ’t Efpalier , waar aan de Vrugten niet geringer worden.
De boute Ey er- Pruim verfchilt nergens in van ’t gemelde, als dat ze min of meer rood , of paarsagtig gevlekt is.
EYER-PRUIM (WITTE-). Is van Groote en Gedaante als de vorige Rode, en zomtyts nog wel wat groter; haar Koleur is geelagtig wit; haar Vleefch is vad, en zomtyts wat droog , ook doorgaans iets amper of fcherpagtig van I 2 Smaak,
43
BESCHRYVING van de PRUIMEN.
Smaak, derhalven niet zo goed als de voorgaande; dog aan ’t Efpalier worden ze beter als op Stam. De Boom draagt zeer wel.
HEERÊ-PRUIM. Deze gelykt veel na een Witte Eyer- Pruim, maar valt nog groter en geeler, en haar Vleefch is los aan de Steen, zynde tamelyk geurig van Smaak, als ze wel ryp is; en de Boom draagt tamelyk wel.
iSf.E VËRT. Is een niet zeer grote Pruim , van Ge¬ daante heel lang en dun, op die wyze als Olyven , zelfs nog langer, waarom ze ook Olyf Pruim genoemt word; haar Koleur is heel groen; ze is rauw niet veel waardig, maar ze word wegens haar Koleur geagt tot Confituren , of om in Edik te zetten, als Olyeen of Concommers.
De Boom draagt heel Berk, dog deze Zoort word by ons niet veel gevonden, ten zy men ze uit Frankryk ontbied.
ST. KATHERINE- PRUIM. Is tamelyk groot, van Ge¬ daante iets langwerpig; van Koleur geelagtig-wit; haar Vleefch is zagt en zappig genoeg, los aan de Steen, en, wel ryp zynde, van een aangename zuikeragtige fyne Smaak; flaagt zo wel op Stam als aan ’t Efpalier; dog aan deze word ze veel beter: Men moet ze, om regt geurig te zyn, aan de Boom laten tot dat ze begint te rimpelen omtrent de Steel. Ze word veel geagt om te drogen en te confyte n.
De Boom maakt goed Gewas en draagt heel Berk.
KROOS PRUIMEN. Zyn Inlandfche Pruimen van ver- fcheide Zoorten, als, wit of geelagtig, dog meeB blauw, of violet-roodagtig, &c., ook groter en kleiner, en rondag- iig van Gedaante, maar alle van een geringe, laffe, waterag- tige Smaak , die hier te Lande uit ’t Zaad of de Steenen gewonnen , en derhalven , om ’t kouder Climaat , zo goed niet kunnen zyn als in Italien of Spanjen, &c., maar zyn zeer dienRig om ’er op te enten.
MIRABELLE (GROENE DUBBELDE-). Is een vry grote Pruim, na genoeg als de dubbelde Boere witte; van Gedaante iets langer als rond; haar Koleur is groenagtig, na den geelen hellende; haar Vleefch is zagt, zappig, vaff aan de Steen, en van een heel geurige aangename Smaak, als ze met een goed Saifoen, of aan een goed Efpalier wel ryp geworden is, en is derhalven by de Liefhebbers zeer geagt.
De Boom maakt goed Gewas en draagt tamelyk Berk.
MIRABELLE (GROENE ENKELDE). Is heel klein en rond, by na als een knikker, veel groener als de dubbelde y word ook wat vroeger ryp , maar is niet zo fmakelyk ; de Boom draagt boven maten, en zulks doorgaans jaarlyks even Berk. Beide deze Mirabellen worden veel geagt voor Con¬ fituur en ^ om de groene Koleur.
MIRABELLE (WITTE-). Is een matig grote Pruim, van gedaante wat langer als rond, van Koleur geelagtig wit, en doorgaans gedipt met rood; haar Vleefch is zagt genoeg, los aan de Steen, die klein is, van een zeer aangename zuiker¬ agtige fmaak. De Boom draagt ongemeen Berk, zo welaan ’t Efpalier als op Stam ; dog om ze by ons wel ryp en geu¬ rig te hebben , moet men ze aan ’t Efpalier Bellen. Deze Pruim word de bede geagt voor Confituuren .
MORIN HATYF. Is een ronde, roode, tamelyk groote Pruim, die vroeg aankomt, volgende voorts op de Cerifettey en ook daar met veel overeenkomende , behalven dat haar Steel zo lang niet is, en de Bladen zo klein niet zyn; is goed van Smaak, en niet on waardig om hier te Lande geplant te worden, zowel als omtrent Parysi te meer om dat de Vrugt heel fmakelyk word; vroeg aankomt, en de Boom vrugtbaar is.
ORANJE PRUIM. Is een tamelyk grote Pruim, omtrent als de Dubbelde Boere Witte , haar gedaante is een weinig langer als rond , haar Koleur is roodagtig gcffippelt op een
geel
BESCHRYVING van de PRUIMEN.
37
geel-roodagtige grond, zo dat ze ’er op eenig afftand helder roodagtig uitziet; haar Vleefch is zagt, volzappig, los aan de Steen, en van een goede aangename Smaak.
De Boom maakt goed Gewas, draagt heel flerk, en is derhalven waardig om geplant te worden.
PERDRIGON VIOLET. Is van tamelyke groote; haar Gedaante is wat langer als rond; haar Koleur is violet, hel¬ lende na een fchoon rood; haar Vleefch is zagt genoeg, vaft aan de Steen, fmelcende, en van een zeer fyne verhe¬ vene geur, als ze wel ryp is, dat ze by ons zelden word, fchoon ze aan een wel gcïxpnecrt Efpalier Haat; hoewel in een goed Jaar en goede grond, nog al heel fmakelyk word. Ze is heel teder van Bloem, waarom ze met koude Voor- jaars zeer ligt misbloeit: Ze word in Frankryk veel geagt tot Confituren.
De -Jiitte Perdrigon verfchilt nergens in van de Violette, dan alleen in de Koleur, die geelagtig wit is, en heeft het Vleefch los aan de Steen; ze moet ook aan een goed Efpa- lier geplaatll worden.
PERDRIGON HATYF. Is een vry grote Pruim, Van Ge¬ daante rond , vierkant ; van Koleur fchoon violet ; haar Vleefch is wat hard, en dikwils meelagtig, vaft aan de Steen die groot en dik is; dus niet zeer verheven van Smaak.
De Boom maakt groot en dik Hout, en grote breede Bla¬ den, en is ongemeen draagbaar, weshalven nog wel geplant word, te meer om dat de Vrugten vroeg rypen, en dus by ons ryp en volkomen kunnen worden.
PRUIM MET DUBBELDE BLOEM. Deze word al¬ leen geplant van de Liefhebbers om haar Bloemen, die fraai dubbeld zyn; maar men heeft ’er geen Vrugten van te ver- wagten, gelyk van de meefte Gewaffen met dubbelde Bloemen.
QUETS. Is een langwerpige tamelyke grote Pruim , met een Naad ; van Koleur fchoon blauw-violet , hellende
iets naar ’t rood , en met een blauw Waas gedekt, dat haar zeer oogzienlyk en bevallig maakt; haar Vleefch is zagt genoeg, zaPpig, op zommige Bomen los op andere vaft aan deSteen, die lang en plat is, vry geel van Koleur, en van een zeer aangename, verhevene, zuikeragtige Smaak als ze wel ryp is, dog ze krygt hier te lande die verhevendheid niet, als in Duitfchland, daar ze zeer exellent gevonden worden, in¬ zonderheid in Hejfen, Tburingen, Saxen , Silejieu, Moravien , Boheemen , Hungaryen , en elders meer.
De Boom draagt, wat bejaart geworden zynde, heel fterk, en word in voorgemelde plaatzen alleen door Uitlopers voort- gequeekt.
Hoedanig deze Pruim eigentlyk van de Franfchen genoemt word, heb nog niet ter dege kunnen ontdekken, daar bet nogtans zeer waarfchynlyk is, dat ze ook in Frankryk bekent zal zyn; want in meed alle Lyften, zo wel Franfche als an¬ dere, vind men de Namen in verwarring op genoemt zonder daaruit iets zekers te kunnen belluiten.
QUETS (ONGERSE-). Word veel groter als de voor¬ gaande en by na zo groot als een kleine Eyer-Pruim ; haar Gedaante is langwerpig -rond, dog na proportie iets korter als de voorgaande Quetsj haar Koleur is roodagtig, trekken¬ de naar ’t Violet-, haar Vleefch is zagt, maar dikwils meelig en niet zeer fmakelyk, inzonderheid in vogte, koude gron¬ den, dog in goede droge gronden, en aan ’t Efpalier , word ze beter en heel fmakelyk.
De Boom draagt ook zeer wel.
QUETS (RONDE). Is van Gedaante iets langer als rond, maar niet zo lang als de ordinarii Quets , voor be- fchreven , ook niet zo fchoon Violet, maar meer hellende naar ’t rood, zynde anders van dezelfde dikte; haar Vleefch is tamelyk zagt, geelagtig- wit van Koleur, van een heel geurige Smaak als ze wel ryp is, dog niet zo fmakelyk als de er dinar is gUtetii word ook by ons niet behoorlyk ryp.
K REINE
m
[ I
r
'5
BESCIIRYVIN G van de PRUIMEN.
REINE CLAUDE. Is een tamelyk grote Pruim, van Gedaante rond, vierkant; van Koleur wit, iets na den gee- len hellende, en met een Waas gedekt; haar Vleefch is vaft dog niet hard , en zappig genoeg , heel los aan de Steen , van een zeer aangename zuikeragtige Smaak, als ze wel ryp is; ze flaagt zo wel op Stam als aan ’t Ef palier, maar dient by ons meed np deze laatfte plaats gefield te worden, om dat ze op Stam niet behoorlyk ryp word, dan in heel goede Ja» ren en in goede Gronden; zynde dus egter waardig om ge¬ plant te worden.
De Boom maakt goed Gewas, en draagt zeer wel.
ROIALE; is een grote, fchone Pruim, van Gedaante rond, met een lange Steel ; haat' Koleur is hetder-rood, en mooi gebloed of met een fraaije Wafcm gedekt; haar Vleefch is zagt en zappig genoeg, van een zeer aangename verhevene Smaak; ze daagt zo wel op Stam als aan het Efpalicr, dog deze laatde plaats voegt haar by ons doorgaans ’t beft.
De Boom maakt goed Gewas, en draagt wel.
ROS-PRUIM (DUBBELDE). Is een heel grote Pruim, van Gedaante rond; van Koleur bleeltagtig rood en paars gevlekt en geflipt ; haar Vleefch is heel zagt, en vol van een waterig zap; van een laf-zoete, niet verhevene Smaak.
De enkelde Ros-Pntim is matig groot, omtrent als de dub- belde Boere witte, of als de Oranje-Prnint s van Gedaante, Koleur, Hoedanigheid ende Smaak, genoegzaam als de voorgaande; Ze groeijen veel in Duitfchland, Braband cn elders, dragen beide, inzonderheid de enkelde, zeer fterk, maar worden voor de ongezondfte van alle Pruimen gehou¬ den , en van de Mtdccyne-DoRoten wel ernftig verboden óm veel te eeten ; gclyk men dan dikwils bevonden heeft, dat de Menfchen van het veele eeten dezer Pruimen , de rode Loop gekregen hebben. Ondertufichen zo worden de Uitlopers van de enkelde Ros-Pruim zeer dienftig be¬ vonden om daar op andere Zoorten te enten.
NB. Dit is niet de Ctrifitte, gelyk men in Tourncfort vind.
SLEEPRUIM, of IVtide Pruim , (Prunus Silveflris C. B. P. Dodon. Prunus fpinofa, foliis lanceolalis. Linn. Gen. & Spec. Roj. Prodr. ,) moet hier ook met eenige woorden ge- dagt worden; dewyl her een Mede-zoort, zo niet de Moeder of eerfte Oorfprong van alle bekende tamme Pruimen is, die uit haar Saad door de oeffening met de tyd verbetert voort' gekomen zyn ; ze waden in Duitfchland en elders veel in het wild; ze zyn klein, rond en zwart-blauw, Van een zuurag- tige adftringerende Smaak ; maar door de Cultuur , in een goede Grond ftaande, en door ’t enten, worden ze fmakely- ker en niet onaangenaam om te eeten, ook veel groter; en worden dan Haver -S leen, ook Itahaanfe Sleets genoemt, (La- tynfch, Prunus fthe/lris prascox. C. B. Pin.;) om dat ze in de tyd dat de Haver ingeoogft word, ryp worden, daar in tegen de eerfte Iaat in de Herfft rypen.
Daar word ook een zoort gevonden met witagtige Vrtlg- ten, ( Prunus ftheftris, frullu majore albo. Raj. Synops.) En nog een andere met roode Vrugten, maar deze zyn zeld¬ zaam.
SPILLING (GEELE ENKELDE-). Is een matig gro¬ te Pruim, van gedaante heel langwerpig, als de Qucts-, van Koleur was-geel; haar Vleefch is zagt, tamelyk geurig van Smaak, maar zeer waterig, en ze worden voor de ongezond¬ fte Pruimen van alle gehouden ; De Bomen zyn zeer draag¬ baar; en ze worden van Uitlopers voortgcteelt.
SPILL1NGE (GEELE DUBBELDE). Zyn heel grote Prui¬ men, gelykende in gedaante naar Hoendcr-Eycrs; van Koleur geel als de voorgaande , maar zyn niet zo fmakelyk ; dog even zo ongezond.
VIOLETTE. Deze Pruim is ons onbekendt , en nog niet te voren gekomen, onder die Benaming: En vele zoor¬ ten van Pruimen zyn violet van Koleur.
BE-
beschryving
VAN DE
APRICOQS-BOOM
§ i.
DE APRICOOS-BOOM word genoemt, fleder- duitfcb, ook Abricoos- Boom. Latynfch, Malus Armeniaca. Prunus foliis ovato-cordatis. Luw. Gen fcf Spa Raj. Prodr. Franfch , Abricotier. Hoogd., Apri- cos-Baum, Morillen-Baum. Engelfch, Apricots-Tree. Deenfcb, Apricofe-Trte. Zweedfcb , Apricofe-Tree.
De Vrugtên zelfs lieeten in ’t Ncderduitfch , Apricofen. La- tynfch , Mala Armeniaca. Hoogduit fih , Apricofen. Franfch , Des Abricots. * Engelfch, Apiïcots. Deenfcb, Apricofer. Zweedfcb, Apricofer.
$ 2.
De Apricofen zyn buiten alle twyft een Mede-zoort der Pruimen, of zeer na daar aan vermaagfehapr, want ze daar mede zeer veel overeenkomt! hebben; gelyk ze dan de Hee- ren Lmnmu s en Van Royen in hunne Catalogen of Flora’s daar by gevoegt hebben ; ’t is een Vrugt die men zegt eerfl: uit Armenien en Syrië» in Europa gebragt te zyn, ’t welk ook de oude Latynfche Naam genoegzaam te kennen geeft.
§ 3-
Men heeft van de Apricofen niet zo veel verfchillige Zoor- ten als van de Pruimen en Perfikem hoewel uit baar Stenen, gezaait wordende, geduurig andere zoorten voortkomen , maar die zyn doorgaans klein en verllegtert. De zoorten die te¬ genwoordig hier te Lande bekent zyn, zyn de volgende vyf,
tchoon zommige Enteniers in hunne Lyden van meer fpree- ken, als
I. Bosfcbe Apricoos. 2. Bredafcbe of Dubbelde ApricooS. 3- Kleine, Vroege, Enkelde of Princeffe Apricoos. 4. Oranje • Apricoos. 5. Witte Apricoos.
De Apricoos van V Hertogen- Bofcb is, behalven de witte, van de grootde zoort; van Koleur geel en hoog-purper-vlek. kig, en zomtyds ftippig, en van een heel geurige Smaak.
De Bredafcbe Apricoos is van groote als de voorgaande , en zomtyds nog iq*s groter , de witte naby komende ; van Koleur hoog geel, en een-koleurig, zonder vlekken, vaneen heel geurige Smaak; en is zeer draagbaar.
De Kleine , of Princeffe- Apricoos , is klein van tluk, en doorgaans bruin-vlekkig en gedipt; zynde de fmakelykde Van alle Zoorten, en word ’t eerd ryp; maar is niet zeer draag¬ baar. Ze is ook ’t diendigd tot ’t oculeeren van Pruimen om daar vervolgens Perftken op te dellen.
De Oranje- Apricoos, is iets kleinder als de Bredafcbe, hoog- Oranje van Koleur, van binnen en buiten, en veeltyds met bruin-rode dippels min of meer van buiten gedipt; voorts een der fmakelykde Zoorten, en boven maten draagbaar.
De Witte Apricoos, is de grootde van allen, maar de min fmakelykde , van weinig geur ; wordende derhalven meed gebruikt tot Gcfloofs en om te confyten j haar Koleur is bleek- of witagtig-geel.
K 2 § 4. De
til
F
De Jprïcoot-Botm wil in allerley goede, Zo Wel Zaild- als Kleyagtige Gronden , heel wel groeijen ; hy verdraagt niet wel Meft, gelyk de meefte Steen-Vrugten, nogtans doet hera die geen zo vee! nadeel als aan andere, als die maar niet te verfch is. Hy wad fterk en fchielyk , word tamelyk groot en draagt vroeg genoeg: zyn Wortels booren tamelyk diep in de Grond, en worden groot.,
BESCHRYVING van de APRICOSEN.
Deze Boom moet hier te Lande aan Efpalicrs op een goe¬ de Expofitie (Ooft of Zuid-Ooft) geplant worden: Op Start worden de Vrugten , fclioon de Boom zeer wel groeit , by ons niet of zelden behoorlyk typ; anders zo zyn die welke op Stam gegroeit zyn, als ze wel ryp kunnen worden, veel geuriger als die van Efpalicr- Bonten ; ik heb binnen de tyd van rg ïi i3 Jaren, maar ! 1 3 maal rype Jpricofen , in de Tuin van Haar Hoogheid, de Vorjl'm Weduwe van Oranje 11, op Marienburg, van Stam-Bomen kunnen hebben, die zeer geurig waren , en die waren van de Princejfe-Jpricoos.
§6. ,
Hy word voortgezet door middel van oeukeren of zuigen op Uitlopers van Pruimen i dog de eerde manier is ’t meed: in de praClyk j tot Ent-PIantzoenen bedient men zig by ons meed van de Uitlopers van de Boet e Wille Pruim , om dat men bevonden heeft, dat ze daarop 't bed groeijen: Dog de Uit¬ lopers van de blauwe of zwarte vroege Damas worden daar toe van veele beter geagt.
De Jpricofen behoren weinig gefnoeit, en niet anders, als dat men de waterloten , het overvloedige, en het dorre Hout wegneemt: En vermits deze Boom doorgaans zware, lange Loten maakt, zo moet men hem ruimte geven aan ’t Efpa - lier, en de lange Loten niet te veel korten nog wegfnoeijenj wam daar door word hy kragteloos en ondraagbaarder.
De Jpricofen zyn een zeer aangename Vrugt om rauw uit de hand te eeten, en worden van zommige voor de lek- kerde, behalven de Pcrfikcn, van alle Steen vrugten geagt, dog andere prefereeren een goede wel ryp zynde Pruim: Dog dit laatde heeft meer plaats in Frankryk, dan by ons, om reeden te vooren ( Pruimen § 2. 3.) gezegt.
Men bereid ’er in de Keuken ook Zeer aangename Spyzen van, als, C ompot , Marmelade , Taarten , &c. Ze worden ook wel gcconfyt, zo wel ryp als onryp.
§ 9-
Om de Jpricofen onryp te confyten-, zo neemt onrype Jpricofen , die nog geen harde Steenen hebben, van de groot- de, wryft ze fchoon af, doet ze in kokend water, dat met een weinig Wyndeen gekookt heeft, en laat ze daarin maar een kleine zood doen ; neemt ze daarna , als ’t water koud geworden is , daar uit , fpoelt ze in fchoon water om , droogt ze wel af, en prikt ze dan met een fpeld, gelyk van de Pruimen § i5- gezegt is.
Maak dan eeh geclarificeerde Syroop van Zuiker, (tot yder pond Jpricofen omtrent | pond Zuiker nodig zynde) , doet daarin Uwe Jpricofen, en laat ze dan een reis 6 of 7 zagtjes opwallen: Neemt ze dan uit de Syróop, en Iaat ze op een Teems uitdruppen; daarna doet ze weer in de Syroop, heet zynde, en laat ze van nieuws wat koken, dan dezelve weer uitnemeftde en weer latende uitdruppen als voren ; dit 3 i 4 malen herhaalt zynde , zo kookt ze ten laaiden in de Syroop zagtjes, tot dat die zyn behoorlyke dikte heeft: vervolgens doet ze in Potten met de Syroop en bewaart ze behoorlyk, als nu reeds meermalen van andere Vrugten gezegt is.
Om rype Jpricofen te confyten, zo plukt dezelve, wanneer ze maar even of nauwelyks ryp zyn, fchilt ze, en haalt ’er de Steenen zagtjes, zonder een grote opening te maken,
daar
BESCHRYVING van dk A P R I C O S E fj,
daar uit; vervolgens doet ze in kokend water-, en laat’er een food overgaan , dan neemt ze daar uit , doet ze wat in koud water, en laat ze daar na op een Teems uitdruppen; uitge¬ drupt zynde , doet ze in gedarificeerde Syroop van Zuiker en Iaat ze zagtjes koken, tot dat de Syroop een behoorlyke con- fifienlie verkregen heeft: bewaart ze dan in Potten.
Men kan de Jpricofen ook in Honig confylen , op dezelfde wyze als te voren van de Peeren &c., gezegt is.
Om droge geconfyte jipricofcn te maken , ’t zy van rypa of onrype Vrugten , zulks gefchied op dezelfde manier als voorheen van de Pruimen § i3. gezegt is.
Deze Confituur in, inzonderheid de droge, worden van vee- le voor de lekkerlle van alle geconfyte Vrugten geagt ; want de Jpricofen verkrygen door ’t koken van zelfs een aangena¬ me, fpeceryagtigeGeur, zonder daar Speceryen by te voegen.
Pag. 42
5 t.
E PERSIK-BOOM word genoemt, Latynfcb , Ma¬ lus Perfica. Amygdalus foliorum ferraturis omni¬ bus acutis. Linn. Gen. 6? Spec. Roj. Prodr. Hoog¬ duit fch , Pfirfchen-Baum. Franfib , Pecliier. Engel fch , Pc- ach-Tree. Deenfchy Perfik-Trce. Zweedfcb , Perfike-Traéè
De Vrugt zelfs heet in ’t Nederduitfch , Perfik, Perfche. Latynfcb , Malum Perficum. Hoogduit fch , Pfirflch oder Pfir- fing. Franfcb , Peche. Engel fch , Peach. Deenfcht Perfik. Zweedfcb , P’erfikcr.
§ 2.
Deze Boom heeft zyn oorfprong uit P erf en , gelyk de Duitfche en Latynfche Naam aantoont; van waar hy voor dezen eerft in Italien , Frankryk t en zo al verder tot onzent gekomen is.
De Heeren Linnaus en A'iw houden de voor
een Mede-zoort van de Amandel- Boom: In der daad de Bladen, Bloemen, en de Steen &c. komen daar zeer na met overeen, zo dat ’er geen twyffel overblyft, of de Perfik behoord tot het Geflagt der Amandelen , of deze tot dat der Pcrfihen.
§ 3.
De Franfche Schryvers onderfcheiden de Perftken in vier Hooft-zoorten, als in Pecbes , Pavies, Perfques en Bruignons.
Peches noemen ze die welke- op haar Schil iets wollig of fluweclagtig zyn , en welkers Vleefch zeer zappig en fmelt- baar is, en ligt van de Steen fcheid.
Pavies , zyn wolliger op de Schil als de Peches , haar Vleefch is ook vafter en niet zo fmeltbaar, en fcheid niet zo ligt van de Steen. Zommige Franfche Liefhebbers willen, dat ’er zo vecle zoorten van Pavies als van de Pecbes zyn ; en dat de Peche het Mannetje , en de Pavie het Wyfje is » dog dit heeft volgens de hedendaagfche Botanie geen Grond.
Perfques zyn kleinder , en nog wolliger als de voorgaan¬ de, ook iets langwerpig-rond van gedaante, en niet zeer geu¬ rig, ja by ons doorgaans geheel onfmakelyk : Dezelve wor¬ den veel in de Wynbergen van Italien , Frankryk en elders gecultiveert , zeer waarfchynlyk om dat ze ’t beft op Stam aarten willen.
Bruignons zyn geheel glad van Schil, als de Pruimen , daar¬ om noemt men ze ook by ons gladde of kale Perfik 3 ze wor¬ den ook doorgaans niet zo groot als de vorige zoorten.
Van deze vier Hooft-zoorten, van welke verdeling men zig egter hier te Lande, nog in Hoog- Duitfchland , be¬ dient, worden veele Veranderingen gevonden, die door de tyd uit ’t Saad voortgekomen zyn , gelyk hierna melden zal. Ziet inmiddels de Afbeeldingen van een Perfik , op de by zynde Plaat.
5 4-
De P erf ken worden, wanneer ze wel ryp zyn, van veele voor de fmakelykftc van alle Steen-Vrugten gehouden: Dog
daar
beschryving
daar is veel onderfcheid onder de Zoorten, vallende de eene geuriger als de andere : Ook zo verfchillen de Vrugteh aan dezelfde Boom zeer in de fmaak, zynde de grootfte, en daar by de zwaarwigtigfte altoos ’t geurigft, en de kleine dikwils geheel fmakeloos; en fchoon dit onderfcheid ook in meer an¬ dere zoorten van Vnigten dus bevonden word , zo is het nogtans aan de Perfiken in het bezondere eigen. Ook zyn altoos die Vrugten zonder of van weinig fmaak die aan zie- kelyke Bomen of Takken voortkomen ; als mede de Voorlo¬ pers, die vroeger rypen als dat het nog, volgens haar zoort, de regte tyd is. En
§ 5-
Om de deugt van een Perfik wat nader te bepalen , zo moet ze de volgende Hoedanigheden bezitten.
1. Dat ze zy groot en zwaarwigtig, gelyk reeds gezegt is.
2. Dat ze niet hard, droog of meelig, maar zeer zappig en fmeltend van Vleefch zy, zo dat Zulks, wanneer ’t in de Mond genomen word, aanllonds tot een zap word. Dog daar zyn zoorten onder de Paviet, welkers Vleefch niet zo fmel¬ tend is, die egter niet nalaten zappig genoeg en fmakelyk te wezen ; hoewel in der daad zo goed niet ais de eerftgc- jnelde.
3- Het Vleefch moet zyn heel zuikeragtig , verheven en doordringende van Smaak; zommige Zoorten zyn iets amper of rynsagtig , niet zoetigheid doormengt ; dat heel geurig fmaakt. En op dat nu een goede Perfik deze Hoedanighe¬ den in volmaaktheid moge hebben, zo moet ze wel ryp maat niet overryp zyn, want dan verheft ze haar fmaak, en word zomtyds meelig, taai of llymig; derhalven is ’er veel aan ge¬ legen om ze net van pas ryp te plukken, ’t welk men kan ge¬ waar worden, door middel van dezelve omtrent de Steel, daar ze ’t eerft rypen, met de Duim een weinig te drukken, want als het Vleefch wykt, zulks is een teken van haar ryp- wording; dog dewyl de drukking altyd eenige bederving of vlek veroorzaakt, en dus de Vrugt onaanzienlyk maakt, zo kan men derzelver Rypheid ook ontdekken daar aan, als
van de PERSIKEN, 43
dezelve , wanneer men ze met de volle Hand zagtjes roert, gemakkelyk van de Steel los gaan: Zelfs een Kenner kan de rypheid der Vrugt aanllonds aan de Koleur bemerken , de¬ wyl zodanige een helder, glanfend, en als eenigzints door- Ichynend uitziet.
$ 6.
Schoon nu de meefte Perfiken by ons ryp kunnen worden, zo verkrygen ze nogtans alle Jaren haare volkomenheid, en gevolgelyk haaren Smaak niet even gelyk, om reden, dat het een Vrugt is die wel veel, dog liefft een geftadige, getem¬ perde, en langdurige warmte tot hare rypwording nodig heeft; welke by ons zeer variabel, en in het eene Jaar dikwils min- der of meerder als in het andere is.
Daarenboven zyn ’er nog twee andere Reden, waarom ze zomtyds niet wel ryp, en dus niet fmakelyk genoeg worden; de eerlle is, om dat we hier te Lande veeltyds flrenge Win¬ ters hebben, dat de Bomen veel kragten beneemt, om de volgende Zomer, fchoon die warm genoeg is, de Vrugten na behoren te voeden. De ede Reden is, dat de Koude^by ons doorgaans ver in het Voorjaar duurt, waar door de Bloei- tyd en Vrugtzetting, en dus ook de Rypwording der Vrug¬ ten veeltyds veragtert word ; inzonderheid als ’t gebeurt dat ’er een (legte Na-zomer komt. Dat dit gezegde in der daat zo is, betuigen ons de twee op de ftrenge Winter van ’t Jaar '740 gevolgde Jaaren, want als toen had men wel Perfiken aan die Bomen die behouden waren gebleven, en ook groot en oogzienlyk genoeg, maar hoedanig van Rypheid ende Smaak? ze waren hard en onfmakelyk, en zelfs die welke week en dus ryp zouden heten, hadden geen de minde geut of aangenaamheid.
■§ 7-
Uit al ’t voorheen gezegde volgt dan, dat men de Perfiken , om wel ryp en fmakelyk te worden, een goede, warme en de bede plaats aan ’t Efpalier moet geven , welke is op ’t Oofien, Zuiden, dog ’t beft Ztiitl-Ooflen.
In Frankryk, en zelfs in Hoog-Duicfchland , worden de L 3
Per~
B ESCHRYVING van de
P E R S I K E N.
44
Perfken veel op Stam In deWynbergen geplant, en brengen dus goede Vrugtcn voort; maar dat dit hier te Lande, we¬ gens 't Climaat , niet gcfdiieden kan , begvypt een kundige heel ligt; gelyk zulks ook de ondervindinge leert.
« 8.
Verders zo begeert de Perfke-Boom , een goede, verfrlie, vrugtbare, en, op dat de Vrugten wel ryp en fmakelyk wor¬ den, liefft een loffe zandagtige Grond, ook geheel geen Meft, en wel voornamelyk geen verfche ( Paarde-Meft ) , gelyk de mcefte andere Steen- Vrugten, want hy daar door aan ’t rpiy- nen , of aan ’t gommen raakt en verderft.
§ 9-
Ily word by ons voongeteelt alleen door middel van ocu- iinhg op Pruim, of op Apricoos, die eerft op Pruim geocu- leert is; om dat ’t enten in de Klove niet wel gelukken wil.
Tot Oculatie-Plantzocnen bevind men ’t beft de Uitlopers van de Kroesjes- Pruimen , of van de blauwe moege Damas, willende, door ondervinding, op de Boere Witte, of op de Èyer- Pruim zo wel niet vatten, of worden geen goede was- felyke Bomen.
Tot ’t oculeeren vm Apricoos op Pruim, om vervolgens op de Apricoos, P erf ie te zetten, is de kleine of Prime ffi Apri¬ coos de befte, dewyl de ondervinding leert, datze op andere Apricofen niet wel vatten willen, welke Uitlopers op de Bce- re witte of moege Damas gezet worden, en niet op Kroes¬ jes, waar op ze niet zo wel tieren. Deze manier van ocu¬ leer en van Apricoo s op Pruim, om daar naderhand Per fik op te (lellen, word gedaan, om dat de Bomen dan niet zo weeldrig groeijen, en dc Vrugten vroeger ryp en fmakely- ker worden.
§ io.
Dog deze op verfchillige wyze geoculeerde Plantzoenen, moeten weer verfchillig tot de Planting gekozen worden, na de verfchillige aart en deugt des Gronds.
In droge zandagtige Gronden moet men nooit andere' Perfken planten als die op Pruim geënt zyn , om dat die op Apricoos daar in te mager gewas maken, en daar door ilegter Vrugten voortbrengen, en van korte Leef-tyd zyn; daar in tegen in zware, vrugtbare Kley- en andere gronden behoord men geen andere te planten als op Apricoos, dewyl die op Pruim daar in te wild gewas maken, laater ryp wor¬ den, en doorgaans een ruwe llegte Smaak verkrygen, ten waare in zeer goede Jaaren.
§ xi.
In Frankryk worden de Perfken ook op Amandels, die uit de Pitten gewonnen zyn , geoculeert, maar dit wil hier te Lande niet wel gelukken; want de Bomen daar door, om dat de Amandels llegte Wartels maken, en by ons uit’t Zaad niet, al te wel groeijen, als meede, wegens ’t Climaat, niet wel groeijen willen , cn dikwils fchielyk komen te verder¬ ven : Ook de Vrugten droger en onfmakelyker vallen.
§ 12.
Het teelen van jonge Plantzoenen uit de Steenen van Per- ftken , om vervolgens daar op te oculeren , is by ons ook niet prafticabcl, om dat de Bomen daar vin by ons zelden wel groeijen , niet oud worden , en zelfs dikwils fchielyk ver¬ derven , om reden dat de Steenen , of liever het Zaad in de Steenen, by ons niet volkomen zyne rypheid verkrygt.
S ij.
Tot ’t planten moet men nooit ouder Bomen verkiezen, als van Een-, of Twee-, of ten hoogden Drie-jarig oculatie - gewas, om dat oudere zo wel niet groeijen willen, en men daar en boven geen zo nette Bomen van leyden kan.
$ 14-
By het planten moet men zorg dragen , dat men de Bo» men niet te diep Plant, want anders willen ze bezwaarlyk vatten, of verderven veeltyds daar na, al quynende, langza¬
mer
BESCHRYVING van de PERSIKEN.
AH
merband; en de Vrugten worden zo fmakelyk niet, door dien de Zon de Zappen der Wortel niet genoegzaam kan aandoen ende rafincercn. Indien de Grond vogt is, is het zelfs beter dat men ze wat hoger Q 1 i Voet,) als de ordim- ris Grond plant , de Grond rondom den Boom zo veel ver¬ hogende; tot dien einde, om deze hoogte te verkrygen , zyn de Rabatten langs de Efpaliers van veel dienft, die men 2, 3, ïi 4 Voeten breet maken, en waar op men allerley fy- ne Bloem- en andere Gnmjfm plaatzen kan ; dog daar by dient nauwkeurig agt gegeeven, dat men de Wortels by het bearbeiden des Gronds niet roere , ’t welk deze Bomen in 't byzondere zeer veel nadeel doet, en quynagtig maakt.
Wyders moet men de Wortels by het planten niet te kort fnoeijen, ’twelk de groei- vatting zeer veragtert.
Wanneer de Perfik boom een -goede vrugtbare Grond ont¬ moet, wad hy doorgaans fterk, bloeit en draagt overvloe¬ dig, (te weten, als de Vrugten niet door de koude in ’t Voorjaar vernielt worden); dog’t welk ook de Oorzaak is, dat hy niet zo oud word als andere Boomen, zynde zyn groot- fte Leeftyd in goede Gronden, niet langer dan 15, ten hoog¬ den 20 Jaaren, waar door dit Hoogduitfch Versje ontdaan is.
Pfirfich-laum und Bauren geviaht,
TVdcbfet fchnd und vergebet bald.
Men moet derhalven by tyds weer jonge Bomen planten, om niet fchielyk uit de Vrugten te geraken,
§ 15.
Daar is geen Boom, waar aan meer Kond en Oplettend¬ heid nodig is, om hem wel te fnoeijen, als de Perf.k-boom, niet om de Vrugten, want deze Boom van Natuur zeer ge¬ willig en vroeg draagt, maar alleen om het Fatzoen, en wel hoofdzakelyk dat hy van onderen niet kaal worde of naak¬ te Armen verkryge, als mede dat hy langer Jaaren in fleur mag blyven, en fehone Vrugten voortbrengen. De Behan- delmge van het fnoeijen heb in het eer ft e deel QUI. B Hoof td. 4-), zo ik ineen, duidelyk aangewezen; alleen zal ik hier
nog maar eenige zaken van belang weer erinneren, name- lyk, dat men voor al zorg dragen moet, dat men de lVa- 1 er -loten niet de baas laat fpelen, maar by tyds wegfnoeit of inkort, ’twelk ’tbefl gefchied in de Zomer door afknyping, en zo men ziet dat een Boom zwak is, weinig, of dun en mager Gewas maakt, moet men hem te getnoet komen, met de zwakke takken, in het Voorjaar by de fnoeijing, of ook wel in de Zomer by de Zomer-Snacijing , geheel weg te fnoeijen; waar door de overige meer flerkte verkrygen.
En op deze wyze zal men de Boom langer Jaaren in goe. den (laat kunnen houden, inzonderheid die op rfprhoos gco~ cttleert is, die doorgaans minder Gewas maakt als op Pruim, voornamelyk als de Grond.niet al te gunflig is,
Daar zyn Hoveniers die meed alle de kleine tedere Tak¬ ken aan den Boom laten, juM uit geen quade intentie, om dat ze dezelve doorgaans vol van Bloei-knoppen zien, dog in der daad uit onkunde of gierigheid; want deze kleine Takken zyn het die de Boomen binnen korten, zo men ze niet wegneemt, door haar overvloedigheid doen quynen en de Dood veroorzaken : Ook worden de Vrugten aan deze ten¬ gere Takjes, wegens haar weinige kragt, niet zeer groot, erj blyven onfmakelyk,
§ 18.
By de Zomer-fnoeijing moet men geen Loten korten, en alleen maar de Water-Ioten, en zwakke Takjes, gelyk te vo- ren(§ if.) reeds gezegt is, als mede de overvloedige Takken, en die qualyk gepiaatfl zyn, wegfnoeijen.
Met het aahbinden der jonge Loten in de Zomer, dient men ook niet te haaftig ty zyn, inzonderheid in heete Zo¬ mers en Climaten, door dien de lofle Takken de jonge Vrug- ten befchaduwen en dus voor de verbranding door de Zon bewaren; want fchoon de.Perfiken veel warmte tot rypwor- dmg nodig hebben , zo begeeren ze dog liefft een langza¬ me, geftadige, niet al te fchielyk brandende, Zonne-warmte, gelyk reeds re voren ($ 4.) aangemerkr is.
M
§ tg. Devvyl
Ï5ESCHRYVING van de P E R S I K E N.
$ *?•
ftewyl deze Boom zeer draagbaar is, zo dóet de overlading aer Vrugten de Boom ook vecltyds verfwakken, quynen, en einddyk geheel verderven; derhalven zal een kundig Hovenier •vet verzuimen, alshy ziet dat de Boom te veelVmgten heeft, dezelve van een gedeelte na de zetting, en ten tweedemaal als se geruit, en nog te veel Vrugten behouden hebben, te ont¬ laden , 't welk niet alléén dient tot behoud van den Boom , maar uien verkrygt dan ook groter en fmakelyker Vrugten, en de Vrugten komen NB. vroeger en beter tot hareRypheid. Gelyk dit mede plaats heeft in allerley andere fyne Ooft-vrugten.
§ 1 8.
Wegens het bewaren der Bloeizels van deze en andere Bo¬ men voor de Koude in het Voor jaar, hebbe in bet EerJIe Deel (5 ópo. &c.) gefproken, waar men Zulks kan nazien, om niet een ding dubbeld te zeggen.
§ 19-
He rype Peifiken worden niet alleen rauw gegeten, maar Ze worden ook geeonfyt , zo wel nat als droog, gefchild en ongefchild, ’t welk ten eenemaal op dezelfde wyze gefchied als met de Apricofcn en Pruimen, en derhalven onnodig is hier weer te herhalen.
De rauwe Pnfikcn worden, fchoonze zeer fmakelyk zyn, juift niet voor Zeer gezond gehouden; ze verkoelen Berk, waarom men niet te veel daar van dient te eten, dog als ze met een glas goede Wyn gegeten worden, of dat ’ereen glas goede Wyn op gedronken word, zullen ze minder hinderlyk zyn.
5 20.
Ijle Pcrfike-bheizel word zeer dienflig geagt voor Menfchen die zwaarmoedig en met Hypokonder of Milt-ziekte gequelt zyn, en voor verftopping in 't Lichaam, die doorgaans met die Gcbrekens gepaart gaat, want deze Bloemen laxeren zagt- jes en voeren de Gal- en Slymagtige-Vogten af: Men maakt ’er tot di einde een Siroop en Confcrv van. En dewyl de gemelde Ongemakken aan veele Menfchen overkomen , in¬ zonderheid die veel zitten en Buderen, of anderzints met 'e
Hóóft arbeiden, zo kan ik niet nalaten, de manier van die Siroop en Conferv te maken, hier by te voegen; dewyl men zulks als eèn Huis-middel houden en op zyn tyd gebruiken kan.
§ ai.
Neemt dan , om de Siroop te maken , in ’t Voor-jaar eert Pond verfche gezuiverde Bloemen van Perfiken, doet ze in een fteene verglaasde Pot, giet daar op omtrent 3 Pond, dat is circa i's Mingelen, kokend heet Water, laat ’t dan, de Pot wel digt gemaakt zynde, Baan, omtrent 10 h 12 Uu- ren lang; daar na zet ’t op ’t Vuur en laat ’t zo heet wor¬ den, tot dat ’tbyna kookt, zygt het dan door, de Bloemen, weluitparzende; neemt dan weer een Pond gezuiverde Bloe¬ men, doet ze in de vorige hfiific, en laat het trekken net als voorheen, zulks 3, 4 5 5 malen herhalende. Ten laat- Ben neemt tot 3 Pond van deze laatfte Infufie i| J 2 Pond Witte Zuiker, zet ’t op 't Vuur, kookt en clarificeert het met ’t Wit van Eyers; giet ’t dan door een Wollen Doek, en kookt het vervolgens op een zagt Vuur langzaam tot de dikte van een bequame Siroop, en bewaart het in Potten tot ’t gebruik. NB. De Bloetnen kan men zeer gemakke- lyk verkrygen, door die overvloedig zyn af te plukken, (§ 17},
§ 22.
Om de Conferv te maken, neemt een half Pond gezuiver¬ de Bloemen, Bampt ze in een Beenen of Houten Mortier met een houten Stamper , onder het Stampen Brooit ’er al langzaam , by beurten . een Pond Witte Zuiker in , tot dat alles wel gemengt is, en bewaart het in Confcrv potten.
De Dofs van de Syroop is tot een paar Oneen, en van dê Conferv tot een paar Lood.
§ 23-
Uit de Pitten van de Perfik-fléenen kan men een zeer aan¬ genaam Ralafiaat of Liqiteur maken, op deze wyze; Bampt de Pitten klein, doet ze in een Fiefch en giet daar op goe¬ de Brandewyn, voegt ’er by, zo gy \yilt, eenige Nagels en een weinig Cancel , laat ’t vervolgens een tyd lang in de
Zon
BESCHRYVING
VAN DE P F. U .<; T tr o «
Zon (laan trekken , en daar na giet ’t, om ’t klaar te hebben* door een Doek, of liever door Vloei-Papier , en bewaart het. Indien men geen Steenen genoeg heeft, kan men ’er jonge Perfik-bladen , wat gedampt Zynde, by voegen, die de¬ zelfde geur maken, en genoegzaam de eigende kragt hebben als de Pitten : En derhalven kan men zelfs uit de jonge Bladen alleen dit Lrqueur maken, als men geheel geen Stee¬ nen krygen kan, of als het nog voor de tyd is, dat de Vrug- ten nog niet ryp zyn.
Dit Uqueur word op veel plaatzen Perfico genoemt, en is niet alleen aangenaam, maar ook, matig gebruikt zynde , zeer gezond voor de Maag, en in voorgemelde Ongemakken C§ 20.) zeer diendig. Die het zoet begeert, kan ’er wat Zuiker naar believen byvoegen: Dog men maakt ook een Perfuo uit de Steenen of Korls der Perftken per Didillatie.
5 24.
De Perfk- Steenen zyn zeer hard, en voor die welke het met en weten , zeer bezwaarlyk te openen om ’er de Pitten uit te krygen; maar daar is een ligte en gemakkelyke manier om zulks te doen, zonder veel geweld te gebruiken, aldus; fnyd een klein weinig met een fcherp Mes van de Punt des Steens, zo zult gy een kleine fyne Spleet gewaar worden, fteekr hier in de Punt van een puntig derk Mes, zo dat de Steen maar even vad daar aan hangen blyft, laat dan ’t Mes met de Steen lootregt uit de hand nederwaarts vallen op een lievige Tafel of iets anders, zo zal de Steen in twee deelen van malkander fpringen, dat zelden milt.
5 25-
Men kan de Perfiken ook een tyd lang verfch bewaren, op dezelfde wyze als te voren van de Kerzen gezegt is (5 H).
§ 26.
De Cultuur, ’t Gebruik, &c. der Perfiken verhandelt heb¬ bende, zal ik nu overgaan tot de Benaming en Befchryving van derzelver voornaamde en bede Zoorten. Daar worden veeleZoorten van gevonden of ten minden genoemt, inzon¬ derheid in Frankryk, maar het is daar mede gelegen, gelyk
met meer andete Vrugten, namelyk, dat eeh en dezelve Zoor i dikwils met verfcheide Namen , op verfchillige pldatzen, ge¬ noemt word, zo dat ’er op ver na in der daad zo veel Zoorten niet en zyn als men in zommige Lyden vind.
Daar is byna ook geen Vrugt meer, die in hare Zoorteü zo bezwaarlyk te onderfcheiden zyn, als deze, niet alleetl om dat veele Zoorten in de Gedaante, Grote, Koleur, tyd van Ryp-wording, &c„ zeer na met elkander over een ko¬ men, maar ook de Stand-plaats en een goed of qtiaad Jaar- faizoen dikwils verandering in de Grote, Koleur, en Rypwor- dings-tyd , te weeg brengt , zo dat zelfs de befte Kenner veel werk heeft om de Zoorten aanftonds te onderfcheiden, ja zulks is dikwils ten enemanl ondoeulyk. Het principaallle Kenteiken, om de Zoorten te onderfcheiden en te bepalen, IS de Gedaante eg wel hoofdzakelyk de Grootheid en Ko. leur der Bloem.
SYNONYMISCHE L Y S T
der voornaamfte Zoorten van PERSIKENi
A,
./V Bricool-Perfik , zie Oranje-Perfik. ylbncoté , zie Oranje-Perfik.
Admirable.
Jdmrable jeaune , zie Oranje-Perfik.
Alberge jeaune.
Alberge rouge.
Alberge violette.
Amandel- Per fik , of Atmniel-Montagm , zie Peche d’Italie. Avant-Perfik (Witte). Avant-Peche blanche. Witte Note- Mufcat-Perfik.
Avant-Perfik (Rode). Avant-Peche rouge. Peche de Troye, Perlik van Trojen. Rode Note-Mulcat-Perfik.
B.
R . .
JLjBlle Cbevreufe, zie Chevreufe.
Belle Garde. La Galante. La Grofle Peche.
Berg.Perfk, zie Montagne.
Blanche d’Andilly.
Bloed- Perftk, zie Brugnon.
Bloed- Perfk , zie Sanguinole,
Bourdin, zie Zwolfche.
Bourdine , zie Magdalene.
Brugnon. Brugnon violet. Bloed-Peifik. Ëngelfche Bloed- M 2 Perfik
ET S
BESCHRYVING van de PERSIKEN.
*S
perfik. Kale of Gladde, Perfik. Neétarin. Peche-
pjoix. Note-Perfik.
Brugnon blanc. Witte Brugnon. Witte Engelfche Perfik.
Neétarin blanc. Cotrconimer Perfik.
Brugnon jeaune. Geele Brugntm. Geele Engelfche Perfik. Geele of Gouden Neétarin.
Bfugrtnn hatyf. Vroege Brugnon. Vroege Engelfche Per¬ fik. Vroege Neétarin.
Brugnon noir. Swarte Brugnon. Swarte Engelfche of Bloed- Perfik. Swarte Neétarin. parat ( Perjik van), zie Üranje-Perfik.
K.
K
Ale Per fik , zie Brugnon.
Ai/i6s-vf Konings George-Ptrjik. zie Zwolfche.
L.
v Ak-Perfik. La Pourprée. La Pourprée vineufe. La Vineufe. Wyn Perfik. Chevreufe tardive.
Lak Perfik met de grote Bloem. Rofebooms-Perfik.
c.
o
V / Hancelier. Cancelier-Pev fik.
Chevreufe. Belle Chevreufe. Chevreufe tardive , zie Lak- Perfik. Concommcr- Perjik , zie Brugnon blanc.
D.
Oubie Fleur. Dubbelde Bloem -Perfik. dubbelde Bloemen. Peche -Rofe. is (Jntvr ugt buur.
E.
r, A 'zelfde Perfik, zie Brugnon.
F.
Jv* Ranfche Perfik.
pranfebe Gonfyt- Perfik, zie Melcoton.
G.
"j Jlante , zie Bellegarde.
Geelt Rrugmn, zie Brugnon.
Geele Pav e, zie Melcoton.
Gladde Perfik, zie Brugnon.
Griffe Jeaune, zie Oranje Perfik. Griffe Picbe, zie Belle Garde.
Grote Franfche , zie Monltreufe.
II
H.
Ermaphrodit-Perfk, zie Oranje-Perfik.
I.
aüaanfche-Perfik, zie Peclie d’Italie.
Montagne met Roosjes - Perfik,
M.
j\/f Agdalene blanche. Witte Magdalene. Witte Mon-
ragne.
Magdalene rouge. Peche de Troye doublé. Dubbelde Per¬ fik van Troyen. Bburdinè. Paifane.
Marbrée Ql-eche) , zie Violette.
Melcoton. Mirlicoton. Pavie jeaune. Geele Pavie. Fran- fche Confyt Perfik.
Melcoton Vitte). Mirlicoton blanche. Pavie blanche. Witte Pavie.
Melcoton ( Rode). Mirlicoton rouge. Pavie rouge. Rode Pavie.
Melcoton (Gro-c), zié Monltreufe.
Mignon. Mignon hatyf.
Montagne (Dubbelde). Dubbelde Berg- Perfik.
Montagne (Enkelde). Enkelde Berg-Perfik.
Montagne (Amandel-) , zie Peche dïtalie.
Montagne time'), zie Magdalene blanche.
Montagne met dubbelde Bloemen , zie Double-Fleur.
Monltreufe. «Pompone. Pavie rouge de Pompone. Grote Melcoton. Grote Franfche Perfik.
N.
N Aantjes Perfik.
Maantjes Perfik met dubbelde Bloemen. Ne:/ ar in , zie Brugnon.
Nivette.
Noot Perjik , zie Brugnon.
Note Mufcaat- Perfik , zie Avant-Perfik.
o.
O Ngarifche Perfik , zie Sanguinole.
Üranje-Perfik. 'bricoté. Abricoos-Perfik. Admirable jeau- ne. Hfermaphrodite. Sandalie. Perfik van Burat. Grolfe jeaune.
p.
P
X Aifanc , zie Magdalene rouge.
Pavie blanche , & jeaune , zie Melcoton.
Pavie
BESCHRYVING
Pavie rouge , zie Melcoton, en Monftreufe.
Peche-noix, zie Brugnon.
Peche d’Italie. kaliaanfche Perfik. Amandel-Perfik. Aman¬ del- Montagne.
Peche marbrée , zie Violette.
Peche- Rofe , zie Double-Fleut.
Peche de Proye , zie Avant-Perfik.
Ptclye de Troye doublé, zie Magdaletie rouge.
Perfik van Burat , zie Oranje Perfik.
Perfik met dubbelde Bloem », zie Doublé Fleur.
Perfik van Proyen , zie Avant-Perfik, en Magdalene.
Pompone , zie Monftreufe.
Portugalfe , zie Montagnèl Pourprée , zie Lak-Perfik.
R,
J^_Ambouillet.
Rojale. Late Rojale.
Riiufl'ane.
ïiofebuomi Perfik , zie Lak-Petfik.
Roefjes- P erfik , zie Double-Fleur.
^)rlniaHe, zié Oranje-Perfifc,
Sanguinole. Bloed- Perfik. Ongarifche-Perfik; twarlt Perfik , zie brugnon noir.
SwolRhe Perfik f Dubbelde). Kings- of Konings-George- f Perfik. Bourdiu.
SwolTche Perfik (Enkelde)
Etton (Peche). Tettons de Venus. Vemis-Borften,
V.
Ineufe, zie Lak-Perfik.
Violette hative. Vroege Violette.
Violette tardive. Late Violette. Peche marbrée. merde Perfik.
w.
Tn-Perfik, zie Lak-Perfik.
Gemar
BESCHRYVING der VOORGE¬ NOEMDE PERSIKEN.
ADMIRABLE. Is een grote Perfik, van Gedaante rond;
van Koleur bleek- of wit-agtig groen, en aan de Zons- zyde veel en fchoon rood bloezend, haar Vleefch is zagt
genoeg, fyn en fmeltend van een zeer ‘geürige züikeragtige j iets wynagtige Smaak : ’t Vleefch fcheid van de Steen , die klein is, en daar het een weinig roodagtig is. De Bloei-* zeis zyn klein; de Boom word groot, maakt fchoon Hout¬ gewas, en draagt fterk. Deze word inFrankryk zeer geagt; komende veel over een met onze zogenoefhde Montagne \ tnaar het is dezelfde zoort niet; zie Montagne .
ALBERGE JEAUNE. Is niet heel groot; van Gedaantè fond; haar Vleefch is geelagtig; ze word vroeg ryp, volgen¬ de voorts na de roode Avant-Perfik , maar ze is op verre ha zo fmakelyk niet , en zoude derhalven niet waardig we¬ zen om geplant te worden , zo het niet was dat ze vroeg aankomt, en om ’er vvegens de verandering eenige in grote Tuinen te hebben. De Bloeizels zyn klein, en de Boom draagt redelyk wél.
ALBERGE ROUGE. Word niet fieel groot, gelykendé èo in Groote als Gedaante en Koleur zeer wel na de vroege rode Avant-Perfik , dog ie is diRwils nog wat hoger geko- leurt: Haar Vleefch is wat vaft, maar van een zeer geuri¬ ge, verhevene, wynagtige Smaak; dog ze wil door ryp zyn om haar regte fmaak te kunnen hebben. De Bloeizels zyh klein, en de Boom draagt wel.
ALBÈRGË VIOLETTE. Is van middelmatige Groote; haar Koleur is donker-purper of violet op de Zons-zyde, en groenagtig-wit, ook wel wat roodagtig, aan de Muur; haar Vleefch is geelagtig ert fcheid van de Steen, waar omtrent het rood is; zynde vol van een zeer verheven wynagtig Sap, als ze wel ryp is. De Bloeizels zyn klein en bleek violetag- tig van Koleur; De Boom draagt wel
BESCHRYVING van de PERSIKEN.
de Smaak Ss geurig genoeg, dog niet zeer verheven, wes- halven ze niet veel waard zoude zyn om te planten, als het niet was dat ze vroeg ryp word , en een Ingang maakte tot veele vo'gende betere Zoorten van Perfiken en van andere geurige Vrugten. Haar Bloeizcls zyn groot en heel bleek rood. agtig, byna wit; de jonge Loten zyn ook witagtig of bleek¬ geel, waar aan deze Zoort ligt kenbaar is. De Bomen dra¬ gen (lerk, maar worden niet zeer groot.
AVANT-PERSIK (ROODE-). Deze is wat groter en tonder als de vorige , en zeer mooy rood-bloezende op de Zons-zyde , heeft ook veel geuriger Smaak. De Bloeizels zyn groot en roodagtig, en de Bomen blöeijën fterk, maar ruijen zeer, zo dat ze dikwils weinig Vrugten behouden.
BELLE GARDE. Is een grote fchone Per fik, van Ge¬ daante meer lang als rond; van Koleur wat bleek-rood bloe¬ zende aan de Zons zyde, en zomtyds geheel wit; haarVleefcb helt na den geelcn, en is zeer aangenaam, als ze wel ryp is. De Bloeizels zyn klein, en de Boom draagt wel.
BLANCHE D’ANTILLY. Is groot, rond, en zomtyds wat platagtig, wit van binnen en van buiten, dog zomtyds een weinig bleekrood van buiten gekoleurt; haar Vleefch is van een aangename geurige Smaak, ais ze wel ryp is, dat ze egter by ons zelden word , om dat ze laat aankomt. De Boom draagt anders wel.
BRUGNON. Is van Groote als een middelmatige Apricoos, een weing langwerpig rond, met een diepen Naad, en heel glad van Schil, als de Apricoofcn of Pt uimens haar Koleur is witagtig-groen en aan de Zons-zyde bruin-rood , of met bruin-rode Strepen , of Vlekken, min of meer, gevlekt, haar Vleefch is witagtig, vaft aan de Steen, die roodagtig is, ge- lyk ook het Vleefch omtrent de Steen; zynde voorts vol- zappig, van een geurige, aangename Smaak in goede Gron¬
den en Jaaren, als ze wel ryp is, en dat men ze Iaat hangen tot dat ze Rimpels begint te krygen; maar ze is onderwor¬ pen om te berften, inzonderheid in ilyve, vogte Gronden en in vogte Jaaren. Hare Bloeizels zyn klein en purperagtig van Koleur; de Boom maakt goed en fterk Houtgewas, en- draagt fterk.
BRUGNON BLANC. Deze gelykt zeer wel na de voor-1 gaande, behalven in de Koleur, die witagtig-groen is, ko¬ mende ook voorts in de overige hoedanigheden met de vo¬ rige overeen; dog haar Vleefch is wit.
BRUGNON JEAUNE, of Geelt Brugnon , gelykt in Croote, Gedaante en Gladdigheid volkomen na de voorgaan¬ de, maar haar Koleur is geelagtig, en op de Zons-zyde min of meer met bruin-rood gevlekt; haar Vleefch is geel, gelyk een Aprkoos, vaft aan de Steen, die rood is, van een aan¬ gename, verhevene Smaak, welke die van de voorgaande, na ’t oordeel van veele Kenners, verre overtreft, en ze komt wat vroeger aan; hare Bloeizels zyn, in tegenftelling van de eerde Brugnon, groot, als die van de Montagne. De Boom maakt fterk Gewas en draagt fterk.
BRUGNON HATYF , of vroege Brugnon, is klein, eïl niet veel groter als een grote Witte Avant-Perfk s haar Ko¬ leur is fchoon rood; haar Vleefch is wit, heel geurig en aangenaam van Smaak, en ze komt vroeg aan, weshalven waardig is eenige van te planten, fchoon ze klein is, te meer, om dat de Boom fterk draagt.
BRUGNON NOIR, of de zogenaamde zwarte Perfks is van Groote als de gemeene eerft befchrevehe Brugnon, en zomtyds iets groter; haar Koleur is heel donker purperagtig na den zwarten hellende; maar ze word by Ons niet ligt ryp, ten ware met een heel goed Na jaar; derhalven onge¬ raden om ’er by Ons van te planten.
In
BESCHRYVING van de P E R S I K E N.
In Engeland heeft men veel meer Zoorten van Brugnons, die ze daar Neïïarins noemen , wordende daar veel geagt, om dat ze daar ryper en fmakelyker worden, als by Ons.
CHANCELIER. Is een grote , fchone Perfik, van Ge¬ daante rond, en zomtyds iets langwerpig; haar Koleur is fchoon rood-bloezend op de Zons-zyde; haar Schil is dun; haar Vleefch fmeltend, en vol van een zeer aangenaam, zuikeragtig, verheven Sap. De Boom maakt goed Gewas en draagt wel. Deze Zoort word in Frankryk voor een van de befte Perfikm geagt; gelyk zy het ook by Ons is. Men zegt , dat ze uit een Steen van de Che'vreufe in de Tuin van de gewezen Cancelier SELL IRE in Frankryk gewonnen is.
CHEVREUSE. Is een tameiyk grote Perfik, eenigzins langwerpig- rond van Gedaante, en iets ruigagtig, gelyk de meefte Perfiken in ’t algemeen ; haar Koleur is fchoon hel¬ der rood-bloezend op de Zons-zyde; haar Vleefch is zagt, fmeltend, Van een zeer aangename geurige Smaak, als ze in een goede droge Grond gegroeid is, maar in een vogte, ftyve, valt ze dikwils melig en onfmakelyk; inzonderheid in flegte Jaren. Hare Bloeizels zyn klein ; de Boom maakt goed Hout gewas en draagt zeer fterk,
DOUBLÉ FLEUR. Deze Zoort word alleen gequeekt om hare Bloeizels , die zeer fraai dubbeld , en gelyk als klei¬ ne Roosjes, zyn; weshalven ze waardig is van Liefhebbers van fraaije Bloemen geplant te worden: Vrugten geeft ze by ons nooit, maar wel in warmer Landen, als in het zuid- lyke van Frankryk en elders; dog ook zeer zeldzaam.
Deze moet altyd op Pruim geomleert worden, om dat ze anders te mager Gewas maakt.
LAK-PERSIK. Is een grote en fchone Perfik, rond van Ge¬ daante, en veeltyds iets oneffen of hobbelig van Gewas, en Weinig ruig; haar Koleur is groenagtig tegen de Muur, en
êi
aan de Zons-zyde, ook zomtyds rondom, donker- bruin- of1 purper- rood geverft of gevlekt, dringende het purper zelfs tot in het Vleefch; waar van ze de naam heeft van Purfrei: De Steen, als mede ’t Vleefch om de Steen, is ook purpeN agtig ; en ’t Vleefch vaft aan de Steen , vol van een zeef aangenaam, verheven; wynagtig Sap, als ze wel ryp is; waardig om geplant te worden; maar ze begeert een goede, droge Grond, een goede ftand-plaats, en een goed Jaar zai- foen, om by ons volkomen te worden, anders blyft ze hard en onfmakelyk, dewyl ze laat rypt. De Bloeizels zyn klein en purperagtig, en de Bladen, beneffens die van de Magdalcne • Perfik, meer gefearrelt als andere; de Boom maakt goed Ge¬ was, en draagt zeer wel.
LAK-PERSIK , met de grote Bloem i deze brengt grote Bloemen voort, als kleine bleek rode Roosjes; de Vrugt ge- lykt veel na de vorige , zo ih Gedaante als Koleur , dog is zo fmakelyk niet, fchoon ze vroeger Ryp word. De Boom draagt anders wel.
MAGDALENE BLANCHE. is een fchone grote Perfik, van Gedaante rond, zomtyds wat platagtig; haar Koleur is wit, iets na den groenen of geelen hellende , en zomtyds een weinig bleekrood bloezend op de Zons-zyde; ’t Vleefch is ook blank en vaft aan de Steen, die kort, rond, en niet rood is, zynde voorts fmeltend en vol van een zeer aange¬ naam zuikeragtig Sap; de Bloeizels zyn groot en bleek; de Bomen maken goed Gewas, maar laten de Vrugt ligt vallen in’t Voor-jaar, door koud en guur Weer; en worden zeer aan¬ gedaan van de Mieren , die in ’t byzondere deze Zoolt fchy- nen te beminnen.
Ik verbeelde my dat dit dezelfde Zoort is met die, welke men hier te Lande de ff’itte Montagne noemt , want de Be- fchryving daar mede in alle delen genoegzaam overeen komt.
MAGDALENE ROUGE. Is een verandering van de voor- N 3
gaan-
BESCIIRYVING VAfo t>E P fe R S ï K E N.'
gaande ; dezelve is mdtig groot ; hdar Gedaante is fond ; enigzints platagtig; haar Koleur is hoog rood bloezend op de Zons-zyde, en groenagtig tegen de Muur; ’t Vleefch is ook wat roodagtig en omtrent de Steen heel rood , voorts van een tamelyke aangename geur; maar moet een goede Grond hebben , anders is ze grof, hard en onfmakelyk.
De Bloeizels zyn groot en hoog van Koleur, en de Boom draagt zeer wel. Deze beide Zoorten van Afagdaleut- P erfikeH zyn vorders kenbaar daar door , dat de Bladen meer gekar- reld of getant zyn als die van alle de andere Perfiken, be- balven de Lak- Per fik , die ze ook meer gekerteld heeft.
MELCOTON. Is een fchone, grote, ronde Perfik* wiefs Schil met veel wolligheid overdekt is; haar Koleur is zeer fraai rood-bloezend op de Zons-zyde en geelggtig tegen de Muur; haar Vleefch is vaft, en va'ft aan de Steen, van een zeer aangename wynagtige Smaak, als ze wel ryp is, maar dat ze by ons egter nooit of zelden word, blyvendè door¬ gaans hard en onfmakelyk, dewyl ze laat rypt. Dog men kan de Rypwording enigzints te hulpe komen, met dezelve op de befte Expofitic (op ’t Zuid-ooft of Zuiden) te planten, en daar en boven maar zeer weinig Vrugten aan den Boom te laten , dat zeer veel tot de rypheid toebrengt , en (om zulks hier in pafi'ant te errinneren) by allerley Vrugten, die laat rypen, dient in agt genomen. Deze Zoort is zeer bequaairi om te confyten , dewyl ze daar toe niet volkomen ryp behoed ven te wezen, en evenwel een goede geur aan de Confituur geven.
MELCOTON (WITTE). Deze komt niet de vorige in allen over een, behalven de Koleur, die van buiten en bin¬ nen witagtig is, dog zomtyds is ze met een weinig Bloos van buiten voorzien.
MIGNON , of Mignonne , is een grote, fchone Pcrfiks haar Gedaante is enigzints langer als rond , en aan de eene
zyde van de Naad doorgaans iets hoger verheven als de an¬ dere zyde, zo dat ze dikwils wat fcheef rond is; haar Ko¬ leur is aan de Zons-zyJe zeer fchoon rood-bloezend, waar van ze de Naam gekregen heeft; haar Vleefch is rood om: trent de Steen, die klein is, iets vaft, dog zappig, fmel- tend, en is van een zeer aangename Geur, als ze in een goede Grond gegroeit en wel ryp is.
Deze Zöort is in Frankryk veel geagt, en het is niet de- Zwolfche , ’t welk blykt daar uit dat de eerde grote Bloeizels heeft; de Zwolfche daar in tegen kleine, fchoon ze anders veel aan malkander gelyken.
MONTAGNE (DUBBELDE). Is een fchone, grote Per* fik-, van Gedaante rond; haar Koleur is fchoon bly-groen- agtig, en aan de Zons-zyde min of meer fchoon ligt-rood- bloezende of gevlekt; de Schil is zagt, iets wölagtig of ge- lyk Fluweel ; haar Vleefch is vaft, en vaft aan de Steen, die klein is, maar is fmeltcnd, volzappig, en van een zeer verhevene * geurige, iets wynagtige Smaak. Ze wil in al¬ lerley goede Gronden heel wel tieren, waarom het een vatl de befte Zoorten is, om by Ons en in andere Noordfche Lan¬ den geplant te worden. De Bloeizels zyn groot, en bïéefc- roze-rood van Koleur % de Boom maakt fchoon Gewas ert draagt fterk.
Ik heb nog niet kdnneh ontdekken, hoedanig deze Zoort by de Franfchen genoemt word, fchoon dezelve buiten allé twyffel in de Franfche Tuinen onder een ander Naam zal gevonden worden : Ik geloof egtér, dat het dezelfde is met dé Ghxncclier , dewyl ze daar ïhede wel overeen komt; hoewel ik zulks nogtans nog niet voor zeker zeggen zal, tot dat ik hét nader zal' ondervonden hebben. Dat het dé AdmirahU niet en is, gelyk zommige meenen, blykt daar uit, dat deze kleine Bloeizels heeft, fchoon anders met dezelve in Groote, Gedaante, Koleur en Smaak ook zeer wel overeen komt.
De Enkcide Montagne is kleindcr, groener, min bloezeri- der, en niet zo fmakelyk als dc voorgaande Dubbelde.'
MON-
BESCHRYVING van de PERSIKEN.
53
TYLONSTREUSE. Is een Zoort van Melcolon , maar veel
C
groter van duk, en de grootde van alle tegenwoordig be¬ kende Zoorten van Perfiken , die zoratyds 14 k 15 Duim in haar Omtrek bereiken kan. Haar Gedaante is kloot-rond en diep van Naat* waar door ze gelyk als half in tween ver¬ deelt is ; haar Koleur is zeer fraai helder-rood-bloezend aan •de Zonne-kant en wat bleek-groen of witagtig aan de Muur; haar Vleefch is vad, dog zeer aangenaam van Smaak, als ze wel ryp is, dat ze egter by ons by na noit word, om dat ze laat rypt; verkrygende zelfs dikwils omtrent Parys hare ryp- heid niet, zoveel te minder by ons. Ze kan dienen tot con- ,fyten, daar ze zeer bekwaam toe is. De Bloemen zyn klein.
, De Boom maakt fchoon groot Gewas, en draagt derk.
1
NAANTIES PERSIK. Hier onder word verdaan de voor¬ gemelde witte Avant - Per fik : Als ook een Africaanfche lage . zoort, die men in de Bloem -Tuinen wegens hare Bloemen plant, en waar van we in ’t vervolg, als we eens van de Bloe¬ men handelen, nader zullen fpreken.
NIVETTE. Is een grote Perfik ; van gedaante veeltyds . iets langer als rond, en ook wel wat fcheev, en gedekt met een zagte wollige doffe; haar Koleur is geelagtig, en aan de Zons-zyde doorgaans iets rood-bloezend of gemarmert ; haar Vleefch is zagt, fmeltend, geelagtig van Koleur, en los aan de Steen, van een zeer aangename verhevene Smaak, als ze wel ryp is, maar om dat ze laat rypt, zo verkrygt ze die goe¬ de Hoedanigheden by ons niet volkomen, ten ware in zeer goede Jaaren. De Bloeizels zyn klein. De Boom maakt fchoon Gewas, en draagt derk.
ORANJE-PERSIK. Is een grote Perdk; van gedaante rond ; Tan Koleur geelagtig, maar aan de Zons-zyde doorgaans met hoog-purper min of meer gevlekt; haar Vleefch is geelagtig, gelyk dat der Apricofen , vad aan de Steen, die hoog-roodag- tig is, voorts fmeltend en van een aangename geurige Smaak,
wanneer ze wel ryp is , maar in degte Jaaren en in koude Gronden valt ze zomtyds wat meelig en onfmakelyk. De Bloeizels zyn klein, en de Boom draagt wel.
PECHE D’ITALIE. Is een tamelyk grote Perfik; haar ge¬ daante is doorgaans iets langer als rond, en veeltyds watpun-* tig of met eene verhevenheid op ’t eind, gelyk de Amandels i haar Koleur is bleek- groenagtig aan de Muur, cn mooi rood- bloezend aan de Zons-zyde; haar Vleefch is Zagt, fmeltend 1 vad aan de Steen, die klein, plat, fcherppuntig en rood is, en van een zeer geurige aangename fmaak; de Bloeifels zyn groot; de Bomen groeijen wel en dragen derk.
ROUSSANE. Is middelmatig groot en rond van gedaante \ haar Koleur is geelagtig en aan de Zons-zyde donker- rood- bloezend; haar Vleefch is ook geelagtig, los aan de Steen j van een heel goede Smaak, in goede Jaren, dog valt zom¬ tyds wat droog.
De Bloeizels zyn groot; de Bomen dragen heel derk.
ROYALE. Is een Zoort van Admirable , zynde tamelyk groot, en rond van Gedaante; haar Koleur is heel donker bruin-rood op de Zons-kant en bloed-rood of bruinagtig aan de Muur; haar Vleefch is zagt genoeg, los aan de Steen, alwaar ’t heel rood is , en van een aangename , verhevene Geur , als ze wel ryp is , dat ze egter by ons niet behoor- lyk word , om dat ze laat rypt , ten zy in zeer voordelige Jaren, moet daar en boven in een goede Grond, en op een goede Expofitie daan ; de Bloeizels zyn klein en hoog-rood van Koleur ; de Boom maakt goed Gewas , en draagt zeer wel.
SANGUINOLE. Is middelmatig groot, rond van Gedaante, en van Koleur groenagtig geel, aan de Zons-zyde hoog-rood- bloezend; haar Vleefch is hoog-roodagtig van Koleur, waar van haar Naam voert, maar ze word in ons Climaat nooit O be-
B E-
behoorlyk ryp , ten waare in een extraordinarii voordeelig Jaar, zynde dan heel aangenaam en geurig van Smaak.
SWOLSCIIE PERSIK (DUBBELDE). Is een fchone tamelyk grote Per fik , rond van Gedaante met een diepe Naad, en vry wollig; haar Koleur is hoog-rood-bloezend op de Zons-kant, en witagtig of blank-rood aan dc Muur; haar Vleefch is zagt, fmeltend, en vaft aan de Steen, die rood is, als mede ’t Vleefch om de Steen; zynde voorts volzap- pig en van een zeer aangename geurige Smaak, dog ze is onderworpen, in vogte Gronden en flegte Jaren, onfmake- lyk te blyven. De Bloeizcls zyn klein; en de Bomen dra¬ gen heel fterk.
Dat deze Zoort niet d e Mignon is, gelyk zommige menen, heb te voren onder die Naam gezegt : Ik gelove dat ze de¬ zelfde is met die , welke de Franfche Schryvers Bourdin noemen, dewyl derzelver Befchryving met de Zwolfche zeer wel overeen komt.
De enkelde Zwolfche valt kleinder, gekoleurt genoeg, maar doorgaans niet zeer fmakelyk , daarom niet waardig is ge¬ plant te worden , ten ware om de verandering.
TETTON de VENUS. Is een Perfik van matige Grote; haar Gedaante is rond naar ’t langwerpige hellende, hebbende een heel diepe Naad, die ze gelyk als in tweën verdeelt,
en waarvan de twee kanten dik wils veel verheven rond zyn, gelyk der Vrouwen Borften , waar van ze de naam verkre¬ gen heeft; haar Koleur is witagtig en blank-rood-bloezend op de Zons-zyde; haar Vleefch is fmeltend, volzappig, en van een heel aangename geurige Smaak, maar ze komt laat aan, en word derhalven by ons zelden behoorlyk ryp.
De Bloeizels zyn groot. De Boom maakt goed Gewas en draagt fterk.
VIOLETTE IIATiVE. Is middelmatig groot, enigzints langer als rond; haar Koleur is rood-violet op de Zons-zyde, waarvan ze de naam heeft, en bleeker of ligt groenagtig aan de Muur; haar Vleefch is zagt, fmeltend, en van een zeer aangename , verhevene , wynagtige Smaak , als ze in een goede Grond gegroeid ; en wel ryp is. De Boom draagt fterk.
Deze word in Frankryk voor een van de befte Zoorten van Perfiken geagt , en is ook by ons zeer goed, dewyl ze by tyds rypt, en daar door haar volkomenheid verkrygen kan.'
VIOLETTE TARDIVE. Deze is wat groter als de voor¬ gaande, maar minder gekoleurt en gelyk als violet gemar- mert of gevlekt; haar Smaak is ook zodanig als de voorgaan¬ de, maar word by ons, om dat ze laat rypt, genoegzaam nooit ryp, en is derhalven ondienflig om ’er van te planten.
Pag. $$
BESCHRYVING
VAN DE
AMANDEL ■ BOOM.
$ t.
E AMANDEL-BOOM word genoemt, in ’t Neder- dttitfcb , Amandel-Boom, Mandel-Boom. Latyn, Amygdalus foliis pctiolatis, ferraturis infimis glan- dulofis. Linn. Gen. fc? Spec Roj. Prodr. Hoogduitfch , Mandei- Baum. Franfch, Amandier. Engelfch, Almond-Tree. Deenfch, Mandel-Tric. Zweedfch, Mandlar-Tra\
De Vrugt zelfs heet in ’t Nederduitfch , Amandel. Latyn, Amygdalum, Amygdala. Hoogduitfch, Mandei, Franfch, Amande. Engelfch, Almond. Deenfib, Mandei. Zweedfch , Mandlar»
5 i%
De Amandel- Boom behoort zekerlyk tot het Geflagt der Perfiken , of deze tot de Amandel , gelyk de overeenkoming van Blad, Bloem, &c., genoegzaam aantoont; weshalven ik ze ook op malkanderen laet volgen.
Daar zyn 4 Zoorten van , als 1. Zoete Amandel, grote en kleiner Zoort. 2. Zoete Amandel met woeker Schil , Kraak- Amandel genoemt. 3. Bittere Amandel, grote en kleiner. 4. Kleine of Naantjcs- Amandel.
By ons teelt men meeft alleen de gorte Zoete, en de Bit¬ tere, en zulks meed alleen uit Liefhebbery , voor verandering van Gewaden, als mede om de cierlyke Bloem, want deVrug. ten hier noit wel ryp worden , en dus hunne Smaak niet behoor. l>k veikrygen , daarenboven dragen ze doorgaans weinig.
door dien deze Boom vroeg bloeit, zynde een van de allerecrft bloeijende, waar door de Bloeizels dikwils komen te vervrie¬ zen: Zebegeeren een vmmztCUmaat als ’t onze is, daarom worden ze zeer veel gevonden in ’t zuidelyke deel van Frank- ryk, in Italien, Spanjen, Candia, en in veel andere warme Ge- wellen, van waarde Vrugten in grote menigte over al heen verzonden worden , en ’er goede Negotie mede gedaan word.
Men teelt ze ook veel in de Wynbergen van Duitfchland, omtrent de Rhyn- Stroom, inzonderheid in de Paltz, aan de zogenaamde Berg- Straat ; waar de Vrugten zeer goed wor¬ den, hoewel zb goed niet als in voorgemelde Plaatzen.
5 3-
De Amandel -hoorn begeert van natuur een goede droge, liefft zand -, keizel- of fteenagtige Grond, en een wel op de Zon geëxponeerde plaats; in vogte en kleyagtige Gronden groeit hy ook wel genoeg , maar daarin draagt hy minder , en de Vrugten worden minder goed: Hy maakt zeer weinig Wor¬ tels , waar door hy onderhevig is , ligt door de Wind om ver ge¬ worpen te worden , weshalven men dezelve op een voor de Winden gedekte